nieuws

Waterschade niet onder twee verzekeringen gedekt – regres ex art. 7:961 BW slaagt niet

Schade 713

Een waterschade in het Erasmus MC, ontstaan na oplevering van een verbouwing in 2004, is louter gedekt onder de gebouwenverzekering en niet onder de CAR-verzekering, omdat er in het bestek geen onderhoudsverplichting voor de hoofdaannemer was opgenomen. Wat in de relatie hoofdaannemer – onderaannemer was overeengekomen, werd niet relevant geacht.

Waterschade niet onder twee verzekeringen gedekt – regres ex art. 7:961 BW slaagt niet

Uit dit art. 81 RO-arrest van de Hoge Raad van 23 juni 2017 blijkt dat het Gerechtshof Amsterdam terecht heeft geoordeeld dat het regres op basis van samenloop ex art. 7:961 BW daarom niet kon slagen.

Samenloop (meervoudige verzekering)

Bij meervoudige verzekering (samenloop) kan de verzekeraar die de schade heeft vergoed, verhaal nemen op de verzekeraar die hetzelfde belang heeft verzekerd voor de schade en de met de schadebehandeling gemoeide kosten.

De meeste samenloopdiscussies spitsen zich toe op de uitleg van zogenoemde na-u-clausules, waarmee wordt bepaald welke verzekeraar uiteindelijk voor welk deel dient op te komen. Sinds het arrest van de Hoge Raad van 27 februari 1998 (niet gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, wel in NJ 1998, 764 met noot van Mendel) is duidelijk dat een na-u-clausule met een zogenoemde wegdenktournure als ‘hard’ wordt aangemerkt en alle andere clausules als ‘zacht’. Zie ook dit arrest van de Hoge Raad van 13 januari 2006, waarin tevergeefs werd geprobeerd een tussenvariant onder de noemer ‘hard’ te brengen.

Over enkele andere discussiepunten is in dit arrest van de Hoge Raad van 17 november 2006 (Europeesche/Zorg en Zekerheid) beslist: de verzekeraar op wie verhaal wordt genomen, kan zich er niet op beroepen dat de schade te laat onder zijn verzekering is gemeld. Voorts heeft de Hoge Raad in dat arrest geoordeeld dat de verzekeraar op wie regres wordt genomen, de beslissing van de eerst aangesproken verzekeraar omtrent hoogte en modaliteiten van de uitkering dient te volgen, zolang die schaderegeling toetsing aan de norm van een redelijk handelende verzekeraar kan doorstaan.

De voorvraag, of überhaupt wel sprake is van samenloop, komt minder vaak aan bod in de jurisprudentie. Zie voor een voorbeeld dit arrest van de Hoge Raad van 11 juli 2014, waarin is geoordeeld dat het verweer dat geen sprake is van dekking wegens verzwijging (naar oud recht) bij het aangaan van een van de twee verzekeringsovereenkomsten, relevant is in het kader van de vraag of dan wel sprake is van meervoudige verzekering.

Art. 81 RO-arrest van 23 juni 2017

Het onderhavige arrest van de Hoge Raad van 23 juni 2017 is relevant, ondanks het feit dat de Hoge Raad zich – op aanraden van de Advocaat-Generaal in deze conclusie – niet inhoudelijk heeft uitgelaten over de zaak, maar zich heeft beroepen op art. 81 RO. Dat betekent dat de Hoge Raad van oordeel was dat de aangevoerde klachten van de gebouwenverzekeraar niet tot cassatie konden leiden en ook niet noopten tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Oftewel: het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 februari 2016 (hier te raadplegen) is door de Hoge Raad zonder nadere motivering in stand gelaten.

Feiten

In het kader van een verbouwing van de vijftiende verdieping van een van haar gebouwen heeft het Erasmus MC in 2004 hoofdaannemer Takenaka ingeschakeld. In het bestek is een garantietermijn opgenomen. Takenaka heeft een overeenkomst van onderaanneming gesloten met Wolter & Dros in verband met onder meer het plaatsen van airconditioning met bijbehorend installatiewerk. In die overeenkomst is een onderhoudstermijn opgenomen.

Oplevering van de verbouwing vond plaats op 1 oktober 2004. Op 18 augustus 2005 is waterschade ontdekt op de 15e verdieping. Onderzoek wees uit dat een flexibele slang van de airconditioningsinstallatie is beschadigd doordat het metalen omhulsel daarvan was aangetast door corrosie.

Het Erasmus MC beschikte over een gebouwenverzekering bij Chubb c.s., alsmede over een doorlopende (Construction All Risks) CAR-verzekering bij Amlin c.s. De schade is onder beide verzekeringen gemeld. Chubb c.s. heeft de handschoen opgepakt en de schade aan het Erasmus MC vergoed tot een bedrag van meer dan een miljoen euro. Chubb c.s. spreekt vervolgens Amlin c.s. aan op grond van meervoudige verzekering ex art. 7:961 BW, stellende dat in de polisvoorwaarden van de CAR-verzekering een zogenoemde primaire dekkingsclausule is opgenomen op grond waarvan de CAR-verzekering voor dient te gaan.

Standpunt CAR-verzekeraars: geen dekking onder CAR dus geen samenloop

CAR-verzekeraars beroepen zich er evenwel op dat geen sprake is van samenloop van verzekeringsdekking omdat er voor het onderhavige Werk geen onderhoudstermijn is meeverzekerd. Daarbij verwijzen zij naar een brief van 24 november 2003, waarin zij expliciet hebben aangegeven geen onderhoudstermijn van 12 maanden te willen dekken ongeacht het bestek. CAR-verzekeraars hebben in die brief expliciet aangegeven: ‘Wij beperken deze termijn tot hetgeen in het bestek is overeengekomen, met een maximum van 12 maanden.

Te beantwoorden vraag: onderhoudstermijn overeengekomen?

Tussen partijen staat vast dat werken als het onderhavige automatisch worden meeverzekerd onder de CAR-verzekering. De verzekerde termijn is in ieder geval de bouwtermijn en, indien meeverzekerd, de onderhoudstermijn. De schade heeft zich in het onderhavige geval geopenbaard buiten de verzekerde bouwtermijn en dus kan die alleen gedekt zijn als de onderhoudstermijn is meeverzekerd. En dat is weer alleen automatisch het geval, wanneer in het bestek van het desbetreffende werk een onderhoudstermijn is overeengekomen.

Eerste aanleg: bewijslevering over onderhoudsverplichting hoofdaannemer

In eerste aanleg is Chubb c.s. toegelaten tot het bewijs dat er tussen het Erasmus MC en hoofdaannemer Takenaka een onderhoudstermijn is overeengekomen. De Rechtbank heeft geoordeeld dat Chubb c.s. daarin niet is geslaagd, omdat er alleen een garantietermijn was overeengekomen en die niet gelijk kan worden gesteld aan een onderhoudstermijn.

Terzijde: onderscheid garantietermijn en onderhoudstermijn

Een garantietermijn houdt in dat een aannemer moet instaan voor het door hem verrichte werk en op grond van de wet of de overeenkomst gedurende een bepaalde periode aansprakelijk is voor (verborgen) gebreken.

Een onderhoudstermijn betreft de termijn na oplevering van het werk waarbinnen geconstateerde gebreken aan het werk door de aannemer moeten worden hersteld en/of de aannemer zich heeft verplicht onderhoudswerkzaamheden uit te voeren.

Hoger beroep: onderhoudsverplichting onderaannemer relevant?

In hoger beroep klaagt Chubb c.s. erover dat de Rechtbank ten onrechte geen acht heeft geslagen op het feit dat in de overeenkomst van onderaanneming tussen Takenaka en Wolter & Dros wel een onderhoudstermijn is opgenomen. Omdat ook de hoofdaannemer en de onderaannemers zijn meeverzekerd onder de CAR-verzekering, had dat volgens Chubb c.s. wel gemoeten.

Het Hof gaat niet mee in het standpunt van Chubb c.s., omdat in het kader van een vordering tot verhaal wegens samenloop van verzekeringsdekking niet relevant is dat de CAR-verzekering ook belangen van anderen dan het Erasmus MC beoogt te verzekeren en dus ook niet of Takenaka en/of Wolter & Dros in verband met de waterschade dekking zouden kunnen claimen onder de CAR-verzekering. Het Hof oordeelt dat zich dan geen samenloop voordoet.

Conclusie A-G Valk

Advocaat-Generaal Valk wijst er in zijn conclusie voor het arrest van de Hoge Raad van 23 juni 2017 op dat het verzekerde belang van Takenaka en Wolter & Dros een aansprakelijkheidsbelang is en dat het Erasmus MC een verzekerd belang bij het object heeft, op grond waarvan geen sprake kan zijn van samenloop. Alleen als het Erasmus MC haar belang bij het object zowel onder de gebouwenverzekering als onder de CAR-verzekering heeft verzekerd, kan sprake zijn van meervoudige verzekering. En dat is weer alleen het geval als het Erasmus MC de onderhoudstermijn in het bestek met de hoofdaannemer is overeengekomen.

In cassatie heeft Chubb c.s. aangegeven dat zij zich niet in het kader van het verzekerde belang heeft beroepen op het meeverzekerd zijn van de hoofdaannemer en de onderaannemer op de CAR-verzekering, maar alleen om aan te geven dat hun contractuele afspraken wel van belang zijn bij de beantwoording van de vraag of er een onderhoudsverplichting was overeengekomen (die dan zou zijn meeverzekerd in de onderhoudstermijn van de CAR-verzekering). Dat lijkt te zijn miskend. Advocaat-Generaal Valk heeft louter in algemene bewoordingen aangegeven dat Chubb c.s. in zijn ogen onvoldoende heeft toegelicht waarom het feit dat andere partijen met elkaar een onderhoudstermijn hebben afgesproken, relevant is, in het licht van de brief van CAR-verzekeraars van 24 november 2003 dat de onderhoudstermijn in het bestek moet zijn opgenomen.

Afronding

De Hoge Raad doet de zaak dus zonder motivering af en laat het oordeel van het Hof in stand, dat geen sprake is van meervoudige verzekering omdat er in het onderhavige geval geen onderhoudstermijn op de doorlopende CAR-verzekering was meeverzekerd.

Gebouwenverzekeraar Chubb c.s. dient derhalve de gehele schade te dragen.

Auteur: Annet van Duijn

Dit is een partnerbijdrage van Dirkzwager. Bekijk hier een volledig overzicht van partnerberichten van Dirkzwager.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.