nieuws

Waarborgfonds vraagt oordeel Hoge Raad over afsluiten verzekering kort na ongeval

Schade 3702

Het Waarborgfonds Motorverkeer (WBF) wil van de Hoge Raad weten wie opdraait voor de schade als een voertuig onverzekerd is ten tijde van een ongeval, maar waarvoor later op de dag alsnog een WAM-verzekering is afgesloten. Is dat de verzekeraar of het waarborgfonds? De rechter oordeelde in twee gevallen dat het WBF dan moet betalen. Die is het daar niet mee eens. In hoger beroep besluit het gerechtshof hier prejudiciële vragen over te stellen aan het hoogste rechtsorgaan.

Waarborgfonds vraagt oordeel Hoge Raad over afsluiten verzekering kort na ongeval

In twee recente rechtszaken ving het Waarborgfonds Motorverkeer bot. Het WBF wilde de verzekeraar laten opdraaien voor schade aan voertuigen waarvoor op het moment van het ongeval geen WAM-verzekering was afgesloten. Omdat dat nog diezelfde dag, maar na het ongeluk, wel gebeurde, meende het WBF dat de verzekeraars voor de kosten op moesten draaien. De rechters beslisten echter anders.

Onverzekerde bromfiets

In de eerste zaak ging het om een minderjarige fietser die ernstig gewond raakt bij een aanrijding met een bromfiets. De politie constateerde na een blik in het RDW-register dat de bromfiets ten tijde van het ongeluk (rond 12:55 uur) niet WA-verzekerd was. Op dezelfde dag om 20:06 uur vraagt de echtgenote van de brommerrijder alsnog een verzekering aan bij Enra Verzekeringen, gevolmachtigd agent van Bovemij. De volgende ochtend volgt de bevestiging dat het voertuig in voorlopige dekking is genomen.

De fietser stelt Bovemij aansprakelijk voor de opgelopen schade. Die stelt echter dat het ongeluk heeft plaatsgevonden voordat de verzekering inging. De fietser wordt doorverwezen naar het Waarborgfonds. Het WBF wil de zaak niet in behandeling nemen. Volgens het WBF geldt dat zelfs in het geval een verzekeraar op de schadedatum dekking verleent ná het ongeval, de WAM-verzekeraar ook het “voorrisico” meeverzekert gedurende die gehele dag vanaf 00.00 uur. De rechtbank Den Haag gaat daar echter niet in mee. Het WBF moet betalen.

Kettingbotsing

In een vergelijkbare zaak veroorzaakt een automobilist na een lekke band een kettingbotsing om 13:56 uur. Op dat moment is de auto waarin zij reed niet verzekerd, maar ze had wel nog een andere auto verzekerd bij toen Proteq (nu Reaal). Om 14:07 uur diezelfde dag vraagt ze telefonisch aan Reaal de auto die betrokken was bij de kettingbotsing in dekking te nemen, in plaats van het andere voertuig. Reaal voldoet aan dat verzoek. Opnieuw meent het Waarborgfonds dat Reaal moet opdraaien voor de schade vanwege het ‘voorrisico’. De rechtbank in Den Haag wijst dat ook in dit geval af.

Hoger beroep

Het Waarborgfonds Motorverkeer gaat tegen beide zaken in beroep. In het RDW-register staat niet het tijdstip maar alleen de datum vermeld waarop een verzekering ingaat. Daarom meent het WBF dat de dekking loopt vanaf 00.00 uur. Schade voor afsluiten van de verzekering hoort bij het ‘voorrisico’ van de verzekeraar. Reaal en Bovemij vinden – net als dus de rechtbank Den Haag – dat ze geen schade hoeven uit te keren die is ontstaan voordat de verzekering is afgesloten. Volgens de rechter zou dat ertoe leiden dat verzekeraars alleen nog polissen zouden willen afsluiten die de volgende dag afgaan.

In de beroepszaak deed het gerechtshof Den Haag afgelopen week nog geen uitspraak. Hof, verzekeraars en Waarborgfonds willen eerst weten hoe de Hoge Raad hierover denkt. Het hof formuleert daarom prejudiciële vragen, vragen naar uitleg vaneen rechtsregel.

Registratiedag en -tijdstip

Een van de zes vragen luidt als volgt: “Kan de in het RDW-register opgenomen WAM-verzekeraar de benadeelde tegenwerpen dat hij weliswaar voor een later gedeelte van de eerste registratiedag de verzekeraar is, maar niet vanaf de aanvang van die dag en niet ten tijde van het ongeval? Of moet (jegens de verzekerde, althans tegenover de benadeelde) de dekking geacht worden te zijn ingegaan om 00.00 uur van de ingangsdatum als vermeld in de kennisgeving door de verzekeraar aan de Dienst Wegverkeer en opgenomen in het RDW-register?”

Daarnaast willen de partijen van de Hoge Raad weten of in een van deze zaken sprake was van een geval waarin “de registratie ten onrechte is geschied” volgens de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM).  Ook vragen ze onder andere of de WAM eraan in de weg staat dat de in het RDW-register opgenomen WAM-verzekeraar aan de benadeelde tegenwerpt dat bij het aangaan van de verzekering geen sprake was van een “onzeker voorval” (in de zin van artikel 7:925 lid 1 BW).

Wanneer de Hoge Raad de vragen beantwoordt, is niet bekend.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.