nieuws

Gebrekkige afstap bij broodjeszaak

Schade 1402

Een vrouw valt van een afstapje bij het verlaten van een broodjeszaak in Venray. Zij loopt hierdoor letselschade op. Voor haar schade stelt de vrouw de gemeente Venray op grond van de artikelen 6:174 en 6:162 BW aansprakelijk. De gemeente wijst aansprakelijkheid af. Tot welk oordeel komt de rechter?

Gebrekkige afstap bij broodjeszaak

Op 8 november 2013 omstreeks 16.30 uur komt een vrouw (verzoekster) ten val bij het verlaten van een broodjeszaak in Venray. Zij loopt hierdoor letselschade op. Door het slechte weer en de invallende schemer, heeft benadeelde de afstap niet gezien. Voor haar schade stelt de vrouw de gemeente Venray op grond van de artikelen 6:174 en 6:162 BW aansprakelijk. De gemeente wijst aansprakelijkheid af. Verzoekster is het met deze afwijzing niet eens en start een (deelgeschil)procedure.

Gebrekkige afstap?

In de procedure is geen geschilpunt dat de afstap onderdeel uitmaakt van de openbare weg waarvan de gemeente wegbeheerder is. Er is dus sprake van een opstal op grond van artikel 6:174 (lid 2) BW. Op de gemeente rust dan ook de plicht ervoor te zorgen dat de toestand van de afstap de veiligheid van personen en zaken niet in gevaar brengt (HR 20 maart 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0549, NJ 1993/547 (Bussluis)). De aansprakelijkheid moet beoordeeld worden aan de hand van de maatstaven die zijn ontwikkeld in het bekende Wilnis-arrest (HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6236, NJ 2012/155). Hierbij worden de Kelderluikcriteria als toetsingscriteria gehanteerd (HR 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079).

Ter discussie staat de vraag of de afstap c.q. opstap gebrekkig is. Verzoekster meent dat dit het geval is. De broodjeszaak ligt hoger dan het trottoir en is om die reden alleen via een verhoging te bereiken. De verhoging kan benaderd worden via een geleidelijk/schuin oplopend gedeelte en via een afstap c.q. opstap van naast elkaar geschakelde traptreden. De verhoging, de traptreden en het lager gelegen trottoir zijn van hetzelfde materiaal en grijs van kleur, waardoor een waarneembaar onderscheid op basis van kleur ontbreekt.

De gemeente stelt dat zij voldoende veiligheidsmaatregelen heeft getroffen. Immers, op de traptreden heeft zij een donker gemarkeerde inkeping van 3 centimeter breed geplaatst om bezoekers te waarschuwen voor de afstap c.q. opstap.

Verzoekster legt echter foto’s over waaruit blijkt dat de donker gemarkeerde inkeping bij slecht weer en invallende schemer (zoals op 8 november 2013 omstreeks 16.30 uur) niet goed zichtbaar is.

Tot slot betoogt de gemeente dat een bezoeker door het betreden van de broodjeszaak met de feitelijke situatie bekend zou moeten zijn.

De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat het waarschuwingselement dat van de inkeping uit zou moeten gaan, ontbreekt. Daarbij speelt mee dat de verhoging slechts 1,5 meter breed is. Een bezoeker die de broodjeszaak verlaat, wordt daarom relatief snel geconfronteerd met de afstap.

Ook het verweer van de gemeente dat een bezoeker van de broodjeszaak met de feitelijke situatie bekend zou moeten zijn, wordt door de rechter gepasseerd:

niet voor iedere bezoeker die de broodjeszaak via het geleidelijk oplopende deel aan de linker zijkant betreedt, zal duidelijk zijn dat bij het rechtdoor verlaten van de broodjeszaak een afstap is van maximaal 22 centimeter.

Anders dan in het vonnis van de rechtbank Gelderland 9 november 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:6689 (waarover ik eerder een artikel schreef), is benadeelde in het onderhavige geval niet langzaam bekend geworden met de afstap. Verzoekster heeft gesteld dat zij op 8 november 2013 de broodjeszaak voor het eerst betrad. Zij was niet bekend met de afstap. De gemeente heeft dit niet betwist.

De rechtbank benadrukt dat het primair op de weg van de gemeente ligt om ervoor te zorgen dat een weginrichting veilig is. Zij moet hierbij rekening houden met veranderende weersomstandigheden.

Maatregelen achteraf

Na het ongeval van verzoekster heeft de gemeente een ook bij slechtere weersomstandigheden beter zichtbare witte markering aangebracht op de traptreden. Dit feit pakt negatief uit voor de gemeente:

Niet valt in te zien waarom deze (weinig bezwarende) veiligheidsmaatregel niet eerder aangebracht had kunnen worden. Dat dit het straatbeeld van de gemeente Venray niet ten goede zou komen, weegt, nog daargelaten de validiteit van de stelling, niet op tegen het veiligheidsaspect voor het winkelend publiek.

In de (lagere) rechtspraak wordt niet consequent een bepaalde maatstaf gehanteerd om de invloed van het achteraf nemen van (veiligheids)maatregelen op het aansprakelijkheidsoordeel te bepalen. In dit geval lijkt de rechtbank van mening dat het feit dat de afstap na het ongeval van benadeelde veiliger kon, betekent dat dit ook vóór het ongeval kon. Er zijn ook rechters die oordelen dat hieruit juist niet de conclusie getrokken kan worden dat een situatie voorheen gebrekkig was, vgl. rechtbank Haarlem 22 september 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BO4555 en rechtbank Den Haag 10 maart 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:2979.

Conclusie

De rechtbank oordeelt dat de (oorspronkelijke) situatie een gevaar opleverde voor personen. Bovendien was het eenvoudig en niet bezwaarlijk voor de gemeente om (extra) veiligheidsmaatregelen te nemen: de witte markering had eerder kunnen en moeten worden aangebracht. Kortom: de gemeente wordt aansprakelijk geacht tegenover verzoekster. Haar vorderingen worden toegewezen.

Auteur: Letske Hofstra

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.