nieuws

Reaal vangt bot: AOV is onverrekenbare sommenverzekering

Schade 6354

Is een arbeidsongeschiktheidsverzekering een sommenverzekering of een schadeverzekering? Dit was het uitgangspunt bij een deelgeschil tussen Reaal en een ondernemer waarbij de laatste in verzet kwam tegen verrekening van de schade door een ongeval met diens AO-uitkering bij de Amersfoortse. Volgens de rechtbank Limburg bestaat er geen grond voor Reaal om de schade op het verkeersslachtoffer te verhalen.

Reaal vangt bot: AOV is onverrekenbare sommenverzekering

Op 5 oktober 2011 werd de verzoeker in het deelgeschil als fietser aangereden door een automobilist. Deze had hiervoor een aansprakelijkheidsverzekering lopen bij Reaal, en over de aansprakelijkheid bestond geen misverstand. Deze wordt door de verzekeraar erkend zodat de geleden materiële en immateriële schade door het slachtoffer, een eigenaar van een transportonderneming, lijkt gedekt.

Uitkering uit AOV

Reaal gaat echter tegensputteren als blijkt dat de man sinds het ongeval een uitkering heeft genoten van zijn AOV bij De Amersfoortse. Direct na het ongeval stelt De Amersfoortse diens arbeidsongeschiktheid vast op 80 tot 100%. Per augustus 2014 is dit percentage bijgesteld naar 25 tot 35%. Reaal wil de schade-uitkering die zij op grond van de WAM moet doen aan de transportondernemer, verrekenen met diens AOV-uitkering.

Verlies aan verdienvermogen

De man gaat hier niet mee akkoord en stapt naar de rechter. Hij verzoekt de rechtbank om te verklaren dat Reaal niet diens schade -het verlies aan verdienvermogen- mag verrekenen met de AOV van De Amersfoortse omdat het om een sommenverzekering zou gaan. Beide partijen onderhandelen dan al geruime tijd over de hoogte van de schade en de transportondernemer ziet een gerechtelijke uitspraak als mogelijkheid om er via een vaststellingsovereenkomst met Reaal uit te komen.

Genoten voordeel

Reaal stelt zich op het standpunt dat een AOV een schadeverzekering is en dat het voordeel wat hieruit wordt genoten in mindering kan worden op de schade-uitkering. De rechtbank is het daar niet mee eens. Weliswaar kan er volgens de rechters niet in zijn algemeenheid word gesteld dat een AOV kwalificeert als een sommenverzekering of een kapitaalverzekering -dat moet per verzekeringsovereenkomst apart beoordeeld worden- toch hanteert de rechtbank in dit geval het uitgangspunt dat het gaat om sommenverzekering. Daarbij verwijzen de rechters naar een uitspraak van de Hoge Raad uit oktober 2008 daarbij verwijzend naar de parlementaire geschiedenis.

In het algemeen een sommenverzekering

“Uitgangspunt is daarbij dat een particuliere AOV in het algemeen een sommenverzekering is omdat de vergoeding reeds bij de overeenkomst is vastgelegd, ongeacht of het bedrag door op geld waardeerbare schade wordt gerechtvaardigd”, aldus de rechtbank in Roermond. “Een AOV kan evenwel desondanks aangemerkt worden als een schadeverzekering indien er een koppeling bestaat tussen de geleden schade en de hoogte van de uitkering.”

Bevorderen genezingsproces

Weliswaar constateert de rechtbank dat de polisvoorwaarden van de AOV van de Amersfoortse een schadeverzekeringsaspect bevat, waaronder het uitgangspunt dat niet meer dan 80% van het inkomen verzekerd kan worden, maar volgens de rechtbank gaat het daarbij om een bepaling die een verzekeraar opneemt om de verzekeringnemer te prikkelen het genezingsproces te bevorderen.

Verzekerde jaarrente

Afgaande op polisvoorwaarden gaat het bij de betreffende AOV van de Amersfoortse volgens de rechters in overwegende mate om een sommenverzekering. “Allereerst is van belang dat niet uit de polisvoorwaarden kan worden afgeleid dat de verzekeraar, in geval van een schadeveroorzakende gebeurtenis, toetst of er daadwerkelijk sprake is van inkomensverlies en dus van schade. (…) Bovendien is de hoogte van de uitkering ook niet van die schade afhankelijk. Ingevolge artikel 15 van de polisvoorwaarden is de hoogte van de uitkering namelijk (uitsluitend) gekoppeld aan de mate van arbeidsongeschiktheid en de verzekerde jaarrente. De hoogte van de uitkering is aldus afhankelijk van een van tevoren vastgestelde verzekerde som en niet van het laatstelijk verdiende inkomen. Gelet daarop kan niet gesteld worden dat de hoogte van de van de bij arbeidsongeschiktheid te ontvangen uitkering afhankelijk is van het inkomen dat verzoeker op dat moment geniet.”

Bol vs. Generali

Deze stellingname, dat de AO-uitkering in dit geval afhankelijk is van de verzekerde som en de mate van arbeidsongeschiktheid, is opvallend. Bij veel conflicten over de uitkering van AOV’s wordt er uiteindelijk gesteggeld over het inkomen dat de verzekerde ondanks zijn of haar arbeidsongeschiktheid genoot, zoals in de geruchtmakende zaak van ex-quizmaster Willem Bol vs. Generali. Nadat Generali eerder van de rechter nul op rekest kreeg bij haar poging om de uitkering aan Bol te staken omdat hij zijn ziekte gefingeerd zou hebben, slaagde een tweede poging wel omdat Bol na het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid nog substantiële inkomsten had. In deze zaak loopt nog een hoger beroep waarover het Gerechtshof Arnhem begin februari 2018 uitspraak doet.

Daadwerkelijke inkomen

In de zaak van de transportondernemer tegen Reaal stelt de rechtbank Limburg bijzondere waarde te hechten aan het feit dat de polisvoorwaarden geen bepalingen bevatten op grond waarvan op de hoogte van de uitkering een correctie kan worden toegepast als de uitkering hoger blijkt te zijn dan het daadwerkelijk genoten inkomen. “Evenmin bepalen de polisvoorwaarden dat eventueel aanvullend inkomen dat gedurende arbeidsongeschiktheid wordt genoten in mindering moet worden gebracht op de arbeidsongeschiktheidsuitkering. In het ontbreken van dergelijke correctie c.q. cumulatiebepalingen ziet de rechtbank een belangrijke aanwijzing dat de verzekering in belangrijke mate kwalificeert als een sommenverzekering.”

Redelijke verrekening

Ook het beroep van Reaal op artikel 6:100 BW slaagt volgens rechtbank in dit geval niet. Uit dat artikel valt af te leiden dat, indien een zelfde gebeurtenis voor de benadeelde naast schade tevens voordeel heeft opgeleverd dit voordeel, voor zover dit redelijk is bij de vaststelling van de te vergoeden schade in rekening moet worden gebracht. Bij beoordeling wat redelijk is gaat de rechtbank af op het arrest Verhaeg/Jenniskens uit 2010 en de zes gezichtspunten die daarbij werden geformuleerd. Een van die gezichtspunten (b) is dat verrekening in beginsel op zijn plaats is als het gaat om een uitkering van een schadeverzekering. “Zoals eerder is overwogen, doet gezichtspunt b. zich in het onderhavige geval niet voor nu de AOV in overwegende mate aangemerkt moet worden als een sommenverzekering.”

De rechtbank concludeert dat Reaal de volledige geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade moet vergoeden. Ook draait de verzekeraar op voor de kosten van de deelgeschilprocedure van bijna € 7.400.

Reageer op dit artikel