nieuws

Werkgever aansprakelijk voor thuisbesmetting asbest

Schade 1821

De rechtbank Den Haag heeft 13 september 2017 geoordeeld dat de werkgever aansprakelijk is voor de gevolgen van blootstelling aan asbest van een niet-werknemer. De zoon van het slachtoffer was als loodgieter werkzaam bij een installatiebedrijf. Tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden droeg hij bedrijfskleding. Deze kleding werd wekelijks uitgeklopt en gewassen door zijn moeder. Bij de moeder is vervolgens de ziekte maligne mesothelioom vastgesteld.

Werkgever aansprakelijk voor thuisbesmetting asbest

De moeder stelt het installatiebedrijf aansprakelijk voor haar schade. De aansprakelijkheid wordt door het installatiebedrijf afgewezen. Na het overlijden van de moeder stelt de zoon de werkgever aansprakelijk op basis van onrechtmatige daad.

Blootstelling asbest

De rechtbank gaat eerst in op de vraag of de moeder kan zijn blootgesteld aan asbest. Hiervoor is van belang om vast te stellen dat de zoon met asbest heeft gewerkt. Uit getuigenverklaringen volgt dat de zoon tijdens zijn werkzaamheden daadwerkelijk en in relevante mate is blootgesteld aan asbest.

Zorgplicht werkgever

Vervolgens komt de rechtbank toe aan de vraag of de werkgever voldaan heeft aan de zorgplicht. De rechtbank komt tot het oordeel dat de werkgever niet aan de zorgplicht heeft voldaan. De werkgever zou de werknemers namelijk geen beschermingsmiddelen ter beschikking hebben gesteld. Ook was geen sprake van voldoende ventilatie of een afzuiginstallatie. Tot slot heeft de werkgever niet voldaan aan zijn inlichtingenverplichtingen, ondanks de bekendheid met de risico’s van asbest.

Deze schending van de zorgplicht strekt zich volgens de rechtbank ook uit tot de moeder. De werkgever had er rekening mee kunnen en moeten houden dat de bedrijfskleding door anderen gewassen zou worden. Om die reden had de werkgever zich er ook bewust van moeten zijn dat het risico bestond dat anderen, dan de werknemers, door de blootstelling aan asbest ziek konden worden.

De werkgever heeft nagelaten uiteen te zetten welke veiligheidsmaatregelen getroffen zijn ter voorkoming of beperking van het risico op blootstelling aan asbest van anderen dan de werknemers. Dit leidt tot de conclusie dat de kans op blootstelling aan asbest van de moeder door het nalaten van de werkgever aanmerkelijk is vergroot. De onrechtmatigheid van het handelen van de werkgever is hiermee gegeven. De vordering van de zoon wordt toegewezen.

Andere oorzaak?

Tot slot voert de werkgever aan dat het slachtoffer ook zou kunnen zijn blootgesteld aan asbest via het werk van haar echtgenoot. Dit verweer treft geen doel. Los daarvan staat een mogelijke alternatieve oorzaak van de ziekte van het slachtoffer niet in de weg aan aansprakelijkheid van de werkgever ex artikel 6:99 BW.

Auteur: Mariska Zanting

Dit is een partnerbijdrage van Dirkzwager. Bekijk hier een volledig overzicht van partnerberichten van Dirkzwager.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.