nieuws

Internationaal privaatrecht: betaling vanaf een bankrekening schept nog geen internationale rechtsmacht

Schade 440

Uit een door het Hof van Justitie EU in 2016 gewezen arrest volgt dat ‘de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’ in de zin van artikel 5 aanhef en onder 3 EEX-Vo niet de plaats is waarin zich uitsluitend financieel verlies heeft voorgedaan. Zonder dat sprake is van bijkomende omstandigheden, in het geval dat de schade het rechtstreekse gevolg is van een onrechtmatige daad die zich heeft voorgedaan in een andere lidstaat. De Hoge Raad paste deze overweging in september 2017 toe, nadat hij hierover in 2015 prejudiciële vragen had gesteld.

Internationaal privaatrecht: betaling vanaf een bankrekening schept nog geen internationale rechtsmacht

De kwestie die bij de Hoge Raad ter beoordeling lag, ging over artikel 5 aanhef en onder 3 van de EEX-verordening (EG nr. 44/2001, “EEX- Vo (oud)”)). Deze EEX-Vo (oud) regelde de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken in grensoverschrijdende geschillen in de lidstaten.

Artikel 5 aanhef en onder 3 EEX-Vo (oud) bepaalde:

Een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, kan in een andere lidstaat voor de volgende gerechten worden opgeroepen: […] 3. ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad: voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen;

De EEX-Vo (oud) is inmiddels vervangen door de Verordening EU nr. 1215/2012 (“EEX-Vo (nieuw)”)). De inhoud van artikel 5 EEX-Vo (oud) is opgenomen in artikel 7 EEX- Vo (nieuw). Zowel het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (“Hof van Justitie EU”) als het arrest van de Hoge Raad zijn dus nog steeds van belang.

Procedure tot aan de Hoge Raad

Feiten en omstandigheden in een notendop

Universal Music is met een Tsjechische partij een aandelentransactie overeengekomen. Vanwege een beweerdelijke fout van een Tsjechisch advocatenkantoor is de berekening op grond waarvan de verkoopprijs werd berekend, niet juist in de overeenkomst terechtgekomen. De aanvankelijk door Universal Music beoogde prijs werd daardoor vervijfvoudigd.

Het hierover tussen Universal Music en de Tsjechische partij ontstane geschil is voorgelegd aan een arbitragecommissie in Tsjechië. Partijen hebben uiteindelijk een vaststellingsovereenkomst gesloten. Universal Music moet voor de 30 procent resterende aandelen een bedrag van 2.654.280,03 euro voldoen. Dit bedrag is betaald vanaf een bankrekening die Universal Music in Nederland aanhield naar een bankrekening die werd aangehouden in Tsjechië.

Universal Music heeft hierna op grond van onrechtmatige daad (ex artikel 5 aanhef en onder 3 EEX-Vo (oud)) een vordering ingesteld bij de rechtbank Utrecht (nu Midden-Nederland) die strekt tot hoofdelijke veroordeling vanwege de nalatigheid van het Tsjechische advocatenkantoor bij het opstellen van de aandelenovereenkomst.

De onderhandelingen over de tussen partijen gesloten overeenkomst hebben in Tsjechië plaatsgevonden en de overeenkomst is in Tsjechië getekend. De schade die Universal Music stelt te hebben geleden, is zeker geworden door het sluiten van een vaststellingsovereenkomst voor de arbitragecommissie in Tsjechië. Partijen zijn het erover eens dat de plaats waar de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan (het Handlungsort) Tsjechië is. Verschil van mening bestaat over de plaats waar de schade is ingetreden (het Erfolgsort). Volgens Universal Music is de schade in Nederland geleden omdat haar plaats van vestiging Baarn is.

Procedures in Nederland

De rechtbank Utrecht verklaarde zich onbevoegd omdat de plaats waar de gesteld geleden schade – die als directe zuivere vermogensschade kwalificeert – zou zijn ingetreden niet in Nederland is aangezien die plaats niet kon worden beschouwd als de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. Het vonnis van de rechtbank Utrecht is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bekrachtigd. Het enkele feit dat een schikkingsbedrag ten laste is gekomen van een in een Nederland gevestigde vennootschap biedt volgens het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onvoldoende grond om te concluderen dat een Nederlandse rechter bevoegd is. Er bijzonder nauw verband tussen de vordering en de aangezochte rechter ontbreekt. Het gerechtshof komt tot de conclusie dat het niet de bedoeling is dat zuivere vermogensschade internationale bevoegdheid creëert.

Nadat beroep in cassatie is ingesteld, heeft de Hoge Raad in januari 2015 prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU gesteld over de uitleg van artikel 5, aanhef en onder 3 EEX-Vo (oud). De Hoge Raad heeft het Hof van Justitie EU gevraagd of artikel 5 aanhef en onder 3 EEX-Vo (oud) zo moet worden uitgelegd dat als plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan kan worden aangemerkt de plaats in een lidstaat waar de schade is ingetreden, wanneer die schade uitsluitend bestaat in vermogensschade die het rechtstreeks gevolg is van een onrechtmatige gedraging die zich heeft voorgedaan in een andere lidstaat. Deze vraag is door het Hof van Justitie EU in juni 2016 beantwoord.

Antwoord van het Hof van Justitie op prejudiciële vragen

Volgens het Hof van Justitie EU dient artikel 5 aanhef en onder 3 EEX-Vo (oud) zo uitgelegd te worden, dat wanneer de schade die is ingetreden uitsluitend bestaat in een financieel verlies (dat zich voordoet op een Nederlandse bankrekening) dit het rechtstreekse gevolg is van een onrechtmatige gedraging die zich heeft voorgedaan in een andere lidstaat dan de lidstaat waarin zich het financieel verlies heeft voorgedaan, deze laatste lidstaat niet de plaats is waar de schade is ingetreden (althans niet zonder bijkomende omstandigheden):

“[…] Artikel 5, punt 3, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd dat, in een situatie als aan de orde in het hoofdgeding, als ‘plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’ niet kan worden aangemerkt, bij gebreke van andere aanknopingspunten, de plaats in een lidstaat waar de schade is ingetreden wanneer die schade uitsluitend bestaat in een financieel verlies dat rechtstreeks intreedt op de bankrekening van de verzoeker en het rechtstreekse gevolg is van een onrechtmatige gedraging die zich heeft voorgedaan in een andere lidstaat. […]”

Overwegingen

Hieraan vooraf gaan verschillende overwegingen. Ik noem ze kort:

  • verbintenissen uit onrechtmatige daad in de zin van artikel 5 aanhef en onder 3 EEX-Vo (oud) omvatten vorderingen die ertoe strekken een verweerder aansprakelijk te stellen en die geen verband houden met een verbintenis uit overeenkomst;
  • er moet een autonome en strikte uitleg worden gehanteerd die niet verder gaat dan de door de EEX-Vo (oud) uitdrukkelijk voorziene gevallen;
  • de bijzondere bevoegdheidsregel van artikel 5 aanhef en onder 3 EEX-Vo (oud) berust op het bestaan van een bijzonder nauw verband tussen de vorderingen en de gerechten van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen op grond waarvan het om redenen verband houdend met en goede rechtsbedeling en nuttige procesinrichting gerechtvaardigd is dat deze laatste bevoegd zijn;
  • de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich dreigt voor te doen is normaliter het best in staat uitspraak te doen in het geval van een verbintenis uit onrechtmatige daad (de bewijsvoering is gemakkelijker en de afstand is geringer);
  • het begrip ‘de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’ kan zowel doelen op de plaats waar de schade is ingetreden als op de plaats van de gebeurtenis die met de schade in oorzakelijk verband staat (de verweerder kan naar keuze van de eiser voor het gerecht van de ene dan wel de andere plaats worden opgeroepen);
  • het begrip ‘de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’ kan niet zo ruim worden uitgelegd dat het iedere plaats omvat waar de schadelijke gevolgen voelbaar zijn van een feit dat reeds elders daadwerkelijk ingetreden schade heeft veroorzaakt; en
  • zuiver financiële schade die rechtstreeks intreedt op een bankrekening kan zonder bijkomende omstandigheden niet worden aangemerkt als een relevant aanknopingspunt in de zin van artikel 5 aanheft en onder 3 EEX-Vo (oud).

Schade in Tsjechië

Het Hof van Justitie EU concludeert uiteindelijk dat het verlies van vermogensbestanddelen heeft plaatsgevonden in Tsjechië, daar waar de schade is ingetreden. De onderhandelingen hebben in Tsjechië plaatsgevonden, de overeenkomst is in Tsjechië getekend en ook de verbintenis die Universal Music niet in het leven had willen roepen (de hogere verkoopprijs) is in Tsjechië ontstaan. Tot slot is de schade voor Universal Music zeker geworden door het sluiten van de vaststellingsovereenkomst die is gesloten voor een arbitragecommissie in Tsjechië.

De enkele omstandigheid dat het schikkingsbedrag is voldaan vanaf een bankrekening die in Nederland werd aangehouden brengt hierin geen verandering. Zuivere financiële schade die rechtstreeks intreedt op een bankrekening kan zonder bijkomende omstandigheden niet worden aangemerkt als een relevant aanknopingspunt in de zin van artikel 5 aanhef en onder 3 EEX-Vo (oud). Van dergelijke bijkomende omstandigheden is in dit geval geen sprake. Temeer niet nu niet is uitgesloten dat Universal Music het bedrag ook vanaf een andere bankrekening had kunnen voldoen.

Beoordeling Hoge Raad na beantwoording prejudiciële vragen

De bijzondere bevoegdheidsregel van artikel 5 aanhef en onder 3 EEX-Vo (oud) berust op het bestaan van een bijzonder nauw verband tussen de vorderingen en de gerechten van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of kan voordoen. De plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan kan niet zo ruim worden uitgelegd dat het iedere plaats omvat waar de schadelijke gevolgen voelbaar zijn. Als zuiver financiële schade zich voordoet op een bankrekening in een lidstaat terwijl dit verlies het rechtstreekse gevolg is van een onrechtmatige gedraging die zich heeft voorgedaan in een andere lidstaat, komt de rechter van de lidstaat waar de bankrekening wordt aangehouden zonder bijkomende omstandigheden geen rechtsmacht toe

Conclusie

De Hoge Raad heeft vervolgens in september 2017 de zaak beoordeeld aan de hand van de door het Hof van Justitie EU gegeven uitleg. De Hoge Raad komt tot de conclusie dat de Nederlandse rechter in dit geval geen rechtsmacht toekomt. De enige aanknopingspunten met Nederland zijn het betalen van een bedrag ten laste van een in Nederland gelokaliseerd vermogen en de vestigingsplaats van Universal Music. De Hoge Raad doet de kwestie zelf af nu volgens de Hoge Raad niet behoeft te worden vastgesteld of er sprake is van andere aanknopingspunten met Nederland aangezien Universal Music zich niet op andere aanknopingspunten heeft beroepen.

Auteur: Lieke Verlinden

Dit is een partnerbijdrage van Dirkzwager. Bekijk hier een volledig overzicht van partnerberichten van Dirkzwager.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.