nieuws

Achmea hoeft niet te betalen voor letsel bij culinair boottochtje

Schade 4170

Een voormalig medewerker van een toprestaurant heeft bij de rechter vergeefs een schadevergoeding geëist voor rugletsel dat hij zou hebben opgelopen tijdens een tochtje met een zogeheten RIB-boot. De eigenaar van de boot is niet aansprakelijk en verzekeraar Achmea hoeft daarom niet te betalen.

Achmea hoeft niet te betalen voor letsel bij culinair boottochtje

Een 19-jarige medewerker van het chique FG Restaurant in Rotterdam stapt in 2013 tijdens een bedrijfsuitje op de rubberboot, die hoge snelheden kan halen. Met de boot, die de voor gastronomisch ingewijden illustere naam ‘Herman’ draagt, maken ze een tochtje van de Sint-Jobshaven in Rotterdam naar Scheveningen. De activiteiten en de boot zelf zijn verzekerd bij Achmea. De bekende tv-kok Herman den Blijker biedt een arrangement waarbij een lunch of diner wordt gecombineerd met een boottocht waarbij “het gas wordt vol opengedraaid om vervolgens met tot wel honderd kilometer per uur over de Nieuwe Maas te knallen”.

De boottocht met de Herman verloopt inderdaad ‘knallend’: bij aankomst in Scheveningen kan de medewerker niet van zijn stoel af komen. Met een ambulance wordt hij naar het ziekenhuis gebracht, waar een gebroken rug wordt geconstateerd “in die zin dat er verse inzakkingsfractuurtjes werden gezien van de 6e en 8e rugwervel”.
Een half jaar later gaat de ‘Herman’ uit de vaart en wordt een vervangende boot aangeschaft. In mei 2014 wordt het bedrijf aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van het ongeval.

Minimale beperking

Een orthopedisch expert doet in 2015 onderzoek naar het rugletsel. Hij merkt op: “Op grond van de onderzoeksbevindingen zijn in belangrijke mate minder klachten en beperkingen te verwachten dan betrokkene aangeeft. In ieder geval kan ik niet meer dan een minimale beperking van de belastbaarheid adviseren op basis van slechts geringe vormafwijking.”

De (inmiddels ex-)werknemer stapt naar de rechter. Hij vindt dat de eigenaar van de boot aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval dat door de ‘Herman’ is veroorzaakt. Verzekeraar Achmea moet betalen, vindt de eiser. Hij heeft een inzakkingsfractuur van de rugwervels opgelopen. “Het is een feit van algemene bekendheid dat hiervoor aan aanzienlijke geweldsinwerking nodig is geweest.” Hij is zonder voldoende beveiligingsmaatregelen en waarschuwing blootgesteld aan die geweldsinwerking. Er is te hard gevaren. Sindsdien heeft hij zijn werk niet op dezelfde manier en met hetzelfde salaris kunnen uitvoeren.

Geen gekke dingen gebeurd

De Rotterdamse rechter gaat mee in het verweer van de tegenpartij: de medewerker is vrijwillig op de boot gestapt, terwijl het een feit van algemene bekendheid is dat het varen met een RIB-boot een bepaald risico met zich meebrengt en terwijl de bestuurder vooraf heeft gewezen op de mogelijke risico’s. Bovendien zijn er “geen gekke dingen gebeurd”. De rechter concludeert daaruit dat onvoldoende is aangetoond dat het letsel tijdens de boottocht is veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig vervoerder heeft kunnen vermijden of door een omstandigheid waarvan een zorgvuldig vervoerder de gevolgen heeft kunnen verhinderen. “Het lag op de weg van eiser om concreet aan te geven op welke feiten en omstandigheden hij zijn stelling baseert dat er te hard is gevaren dan wel dat er gebreken aan de boot waren waardoor deze geweldsinwerking heeft kunnen plaatsvinden. In dit verband had het eiser kunnen helpen als hij, conform instructie, tijdens de vaartocht had aangegeven dat het te hard ging en had verzocht om zachter te varen.”
Dat hij tijdens het varen rugpijn voelde, maar verwachtte dat het wel weg zou trekken, is onvoldoende. Voor omkering van de bewijslast of een verzwaarde motiveringsplicht ziet de rechter geen aanleidingen.

Voldoende gewaarschuwd

De waarschuwingen voorafgaand aan de boottocht zijn voldoende geweest, aldus de rechter, “zelfs als die beperkt waren tot hetgeen eiser daarover verklaart”. Die verklaring luidt: “Er werden instructies gegeven, inhoudende dat je mee moest bewegen met de golven vergelijkbaar als met paardrijden en dat als er iets aan de hand was, je je hand moest opsteken waarna men zou stoppen en kijken wat er aan de hand was. Je kreeg ook een reddingsvest. Er is ook gezegd dat je er blauwe plekken van zou kunnen krijgen en dat als je zwanger was het niet aan te raden was om mee te varen. […] Wel is gezegd dat je, als je voorin zat, iets hardere klappen zou kunnen krijgen te verduren dan achterin de boot.”
Bovendien is niet gebleken dat het letsel van de werknemer redelijkerwijs te verwachten is tijdens een boottocht op een RIB-boot. “Eiser heeft bovendien niet gesteld dat als een dergelijke waarschuwing wel zou zijn gegeven, hij niet aan boord was gestapt. Dit lijkt ook niet aannemelijk nu hij, zoals hij zelf ter comparitie heeft verklaard, wel zin had in een beetje actie en daarom voorin de boot is gaan zitten waar hij, naar hij wist, hardere klappen zou krijgen te verduren dan achterin.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.