nieuws

Loondoorbetaling bij ziekte: discussie zonder einde?

Schade

Het compleet gerenoveerde en vernieuwde pand van ASR was afgelopen donderdag het toneel voor het NVIA-seminar over loondoorbetaling bij ziekte. In het kabinet woedt momenteel een discussie over het anders organiseren van loondoorbetaling bij ziekte voor kleine werkgevers. Voor de Nederlandse Vereniging Inkomen Adviseurs reden genoeg om de verschillende standpunten die er zijn onder de loep te nemen en te kijken wat dit voor adviseurs gaat betekenen.

Loondoorbetaling bij ziekte: discussie zonder einde?

Peter Abelskamp, voorzitter van de NVIA, geeft bij aanvang aan dat het doel van het seminar is om de inkomensadviseurs te betrekken bij de discussie over loondoorbetaling bij ziekte. “Daarnaast wil de NVIA gebruik maken van de kennis en ervaring ‘uit het veld’ om er achter te komen wat adviseurs vinden en zo hun belangen te kunnen verwoorden”, legt Abelskamp uit. De drie aanwezige sprekers komen uit verschillende hoeken en geven elk hun mening over loondoorbetaling bij ziekte.

Geen einde
Zo vertelt Lennart de Ruig, beleidsonderzoeker bij Panteia, over een stukje geschiedenis van het stelsel, maar een echte oplossing heeft hij niet. “Halverwege de jaren ’90 waren er een miljoen arbeidsongeschikten en was het voor de politiek een hoofdpijndossier. Er zijn destijds maatregelen getroffen, waaronder de Wet verbetering poortwachter en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI). Maar ondanks dat gaat het de laatste jaren toch wéér richting een hoofdpijndossier.” De Ruig noemt een aantal positieve effecten van loondoorbetaling bij ziekte. “Ten eerste is het verzuimpercentage afgenomen van ruim 6% in de jaren ’90 tot bijna 4% in 2015. Daarnaast zijn de werkgeverslasten voor verzuim sinds 2004 aanzienlijk lager geworden. Tenslotte zijn werkgevers actiever bezig met verzuim door de financiële prikkels. Maar uit onderzoek blijkt dat dit vooral bij grote(re) bedrijven is. Bij mkb’ers is dat veel minder, omdat bij hen een structureel beleid ontbreekt en dat is vooral te wijten aan het feit dat ziekteverzuim er vaak een incidenteel karakter heeft.”

Maar juist vanwege het incidentele voorkomen kan een private verzuimverzekering juist interessant zijn voor mkb’ers, vertelt De Ruig. De beleidsonderzoeker van Panteia benoemt ook minpunten van het stelsel. “Bijna de helft van de werkgevers in het mkb heeft moeite om de kosten te dragen, vooral in conjunctuurgevoelige sectoren als de landbouw. Uit diverse onderzoeken is ook gebleken dat kleine werkgevers de regels omtrent loondoorbetaling bij ziekte erg moeilijk vinden. Daarnaast hebben ze minder financiële mogelijkheden dan grote bedrijven, waardoor het gevaar van een onbeheersbaar risico dreigt. Als we van alle onderzoeken die we hebben gedaan de plussen en minnen tegenover elkaar zetten, houden we één vraag over; ‘hoe lossen we het op?’ Dat is lastig, want elke vraag levert weer een wedervraag op. Zo blijft het een discussie zonder einde.”

Probleem?
Harold Herbert, directeur van het Verbond van Verzekeraars, vraagt zich hardop af of er wel een probleem is. “We zien dat er sluimerende onvrede is over het huidige stelsel. Dat komt door de economische crisis en de opeenstapeling van lasten voor werkgevers, de administratieve last wordt te groot. En omdat de arbeidsmarkt hevig aan het veranderen is, zou het werkgeverschap minder belastend moeten zijn. Daarnaast horen we ook dat de verantwoordelijkheid omtrent re-integratie niet goed is verdeeld. Wie is waar verantwoordelijk voor…” Herbert noemt namens het Verbond een aantal punten die kunnen bijdragen aan een betere acceptatie van het stelsel. “Begin met het verlagen van de lasten en verplichtingen voor werkgevers. Daarnaast pleiten wij voor het overdragen van de verantwoordelijkheden naar derden, bijvoorbeeld een Arbo-dienst of de verzekeraar. Tenslotte moet de werknemer meer verantwoordelijkheid krijgen. Denk hierbij aan een co-financiering zoals je bij het pensioenstelsel ziet, waar werknemer, werkgever en uitvoerder alle drie bijdragen.”

Politiek
De laatste spreker is VVD-kamerlid Anoushka Schut-Welkzijn. Schut is trots op het stelsel zoals het in Nederland is, maar ze ziet ook in dat het omgevormd moet worden om het toekomstbestendig te maken. “Volgens veel werkgevers is de balans compleet doorgeslagen. Zij hebben teveel verantwoordelijkheden en risico’s die daarbij komen kijken. Door de hoge lasten durven werkgevers steeds minder vaak personeel aan te nemen, zeker als ze in de zogenaamde risicogroep vallen.” Daarnaast vindt Schut het wenselijk dat werknemers meer betrokken worden bij hun inkomensverzekering. “Ze hebben nu veel te weinig te zeggen en indirect betalen ze er toch aan mee.” Afsluitend oppert Schut voorzichtig de suggestie om te kijken naar een persoonlijke verzekering. “Dit is in mijn ogen logisch. De arbeidsmarkt is dynamisch, mensen werken geen 20 jaar meer bij een bedrijf, maar stappen om de paar jaar over. Een persoonlijke inkomensverzekering is dan veel makkelijker.”

Discussie
Na het aanhoren van de verschillende sprekers moeten de aanwezige adviseurs zelf in actie komen. De zaal wordt in vier groepjes verdeeld, die elke een voorstel omtrent loondoorbetaling bij ziekte gaan bespreken. Het voorstel van minister Asscher om het tweede jaar loondoorbetaling voor kleine werkgevers te schrappen en daarvan weer een sociale verzekering te maken, uit te voeren door het UWV, wordt als zeer negatief ervaren.

Vooral het punt dat kleine werkgevers, ongeacht het verzuimrisico, dezelfde verzekeringspremie bij het UWV betalen, kan op weinig sympathie rekenen. “Een slecht idee. De goede gaan op deze manier lijden onder de kwaden. Dat kan niet de bedoeling zijn.” Ook het plan van het CDA om de duur van loondoorbetaling terug te brengen naar acht weken en er een brede basisverzekering aan toe te voegen, kan op weinig goedkeuring rekenen. “Wij vinden het een slecht voorstel en kunnen eigenlijk maar weinig werkbare punten vinden.” Over het voorstel van de NVIA is de volgende groep gematigd positief. “Wij zien het als een goede zaak dat het tweede jaar loondoorbetaling van kracht blijft en dat de verzekeraar de re-integratieplicht overneemt terwijl het het verzuimrisico verzekerd blijft. Aan de andere kant vragen wij ons wel af waarom de verantwoordelijkheid omtrent verzuimbegeleiding bij kleine werkgevers na 26 weken stopt.” Het laatste voorstel is van het Verbond van Verzekeraars, waarin het pleit voor het oplossen van de huidige problemen en daardoor een effectiever stelsel te creëren. Opvallend genoeg is de groep die het voorstel van het Verbond moet bespreken er erg enthousiast over. “Het is in onze ogen een optimalisatie, een verbetering van het huidige stelsel. Het Verbond laat de goede punten zoals ze zijn en heeft de intentie om de minder goede punten te verbeteren. Vooral het op een positieve manier betrekken van een werknemer, hem meer verantwoordelijkheden geven, spreekt ons aan. Ook het idee dat de werkgever zijn verantwoordelijkheden kan overdragen aan een derde partij, verzekeraar of Arbo-dienst, klinkt goed.”

Afsluitend laat Peter Abelskamp weten tevreden te zijn over de opkomst. “De diversiteit in de zaal was goed. Er waren niet alleen adviseurs, maar ook werknemers van verzekeraars en medewerkers van het Ministerie van Sociale Zaken. Maar ik ben vooral blij met het feit dat iedereen nu zijn zegje heeft kunnen doen. Wij hebben als inkomensadviseurs onze stem laten horen. En natuurlijk zijn we er nog niet, maar het is een fikse stap in de juiste richting.”