nieuws

Geen geraniums voor Erno Kleijnenberg

Schade

Na zijn afscheid op 1 oktober aanstaande als bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar ONVZ gaat Erno Kleijnenberg niet achter de geraniums zitten. Integendeel. Hij wordt bestuursvoorzitter van een algemeen pensioenfonds (APF) bij een grote intermediaire verzekeraar. De naam mag hij nog niet noemen. “We zijn druk bezig om alles op te zetten en in te richten.”

Geen geraniums voor Erno Kleijnenberg

Kleijnenberg werkte twintig jaar voor De Goudse, stapte tien jaar geleden over naar ONVZ Zorgverzekeraar waar hij bestuursvoorzitter werd. Tegelijkertijd was hij bij het Verbond van Verzekeraars voorzitter van de sector Zorg. Terugkijkend op veertig jaar ervaring, ziet hij als mijlpalen in zijn loopbaan de privatisering van de sociale zekerheid waar hij zijn steentje aan bijgedragen heeft en de komst van de basisverzekering. “Aan dat laatste heb ik in de aanloop veel gedaan en het hier binnen ONVZ kunnen neer zetten.” In zijn werkkamer bij ONVZ staan de ingebonden Handelingen van de Tweede Kamer over de invoering van de basisverzekering. “Die heb ik gekregen van Martin van Rijn, de huidige staatssecretaris. In die tijd was Edith Schippers bij ondernemersvereniging VNO daarmee belast. Dus we gaan al wat jaren terug met elkaar.”

Inschattingsfout
Als er mijlpalen zijn, is er vaak ook iets dat je liever had willen missen. Terugkijkend erkent hij dan ook dat hij in 2007 een grote inschattingsfout heeft gemaakt bij het toepassen van de en-bloc clausule waarbij de polisvoorwaarden van de aanvullende verzekeringen werden aangepast. Over 2006 leed ONVZ een miljoenenverlies door de overconsumptie van een groep van tien tot twintigduizend verzekerden. “Dat was echt een dieptepunt. Ik heb daar een inschattingsfout gemaakt en mij niet gerealiseerd dat het doorvoeren van de en-bloc bepaling maatschappelijk en juridisch niet aanvaard werd.” Het kostte ONVZ vele verzekerden.

Beperkte groei
“Achteraf gezien heeft het ons uiteindelijk geen windeieren gelegd. We zijn er sterker uitgekomen. Natuurlijk zijn we in eerste instantie fors gedaald qua aantal verzekerden. We kelderden van 450.000 verzekerden naar iets van 375.000. Dat was echt heel pijnlijk. Nu hebben we 460.000 verzekerden in de boeken. Ons doel is om niet verder te groeien. Deze 460.000 hebben we te danken aan het effect van de vrije keuze die men bij ons heeft. Het klantbelang staat bij ons echt op plek 1, 2 en 3. Uiteraard is iedereen welkom, maar wij zullen zeer beperkt campagne voeren voor het komend zorgseizoen. Want wel willen we de uitstroom goed maken. We zijn qua omvang wellicht een kleine verzekeraar, maar met een premie-inkomen van meer dan € 1 mld doen we mee.” Kleijnenberg betreurt het dat partijen als De Friesland en Agis van de markt zijn verdwenen als zelfstandige zorgverzekeraar. “De variëteit verdwijnt daarmee. In 2005 waren er nog vijftien zorgverzekeraars, nu nog maar negen. De verzekerde ervaart dat wellicht niet zo, omdat er wel veel merken zijn.”

Zorgpremie
“Als je de stukken van Prinsjesdag goed leest, dan zie je dat de minister erop rekent dat de zorgverzekeraars geld uit het eigen vermogen aanwenden om de premie te dempen. Die € 7 premieverhoging die genoemd is door de minister, gaat daar al vanuit. Door dat principe is er geen kans voor nieuwe toetreders op de markt. Ik vind het oprecht jammer dat Anno12 het niet heeft gered. Het is een misverstand dat wij zouden rekenen met de premie die DSW jaarlijks als eerste bekend maakt. Wij baseren ons op de rekenpremie van VWS en de te verwachten zorgkosten. Uiteindelijk ontloopt het elkaar niet zoveel.”

Paradox
Volgens Kleijnenberg is er sprake van een paradox. “Wij zijn als zorgverzekeraar een private partij, die gebonden is aan ongelooflijk veel regels. Door al die regels ben je eigenlijk nauwelijks nog een private partij. Toezichthouder DNB eist dat verzekeraars een flink eigen vermogen aanhouden in verband met de solvabiliteitsregels. De Tweede Kamer vindt dit eigen vermogen te hoog. Daar zie je de paradox. ONVZ is het eens met de Tweede Kamer.”

Boete achteraf
Kleijnenberg is verklaard tegenstander van het huidige systeem van eigen risico. “Het eigen risico is wat mij betreft een boete achteraf. Het eigen risico is in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat verzekerden niet al te gemakkelijk zorgkosten maken. Maar die prikkel zit er nu helemaal niet in. Het eigen risico wordt achteraf, pas maanden na de behandeling, verrekend. Je hebt op deze manier dus ook geen grip op je eigen kosten. In mijn ogen is het veel beter om vooraf een vast bedrag per zorgsoort te betalen. Moet je naar het ziekenhuis, dan kost je dat bijvoorbeeld € 25. Moet je weer, dan is het weer € 25. Daarmee maak je de DBC’s ook meer duidelijk. Iedereen die naar zijn zorgfactuur kijkt, ziet een verzameling aan nummers en behandelingen waaruit niet goed is af te leiden, waarvoor je nu eigenlijk betaalt. Bovendien is een DBC een gemiddelde. Zo betaal je bijvoorbeeld voor het verwijderen van oorsmeer in het ziekenhuis € 450. Dat is natuurlijk belachelijk hoog voor het verwijderen van oorsmeer, maar dat bedrag betaal je ook voor een ooroperatie. Daarom is het werken met een vast bedrag per kostensoort beter en helderder dan zo’n hoog eigen risico dat ook nog eens achteraf verrekend wordt.”

Imago
Het imago van verzekeraars en zorgverzekeraars is niet best. Volgens Kleijnenberg krijgt dat imago elke keer weer een tik door zoiets als de budgetpolis. “Zo’n budgetpolis moet je als branche niet willen. De budgetpolis treft de verkeerde helft van de bevolking. Mensen kiezen blind voor de lage premie, vaak ook nog eens gecombineerd met een hoog vrijwillig eigen risico. Bij ziekte komen ze er achter dat ze alsnog de rekening gepresenteerd krijgen. Reden dat wij als ONVZ echt nooit een budgetpolis zullen aanbieden. Wij blijven alleen een restitutiepolis aanbieden waarbij de verzekerde zelf de keuze heeft waar hij heen wil. Het is onzin te denken dat verzekerden zelf niet voor kwaliteit zouden kiezen. Je gaat echt niet naar een slechte arts omdat deze goedkoop is. Daar geloof ik niet in.” Kleijnenberg is wel van mening dat zorgaanbieders buiten de boot kunnen vallen. “Een partij als Achmea is oppermachtig. Als je niet door deze marktleider wordt ingekocht, heb je een serieus probleem. Kwaliteit moet, maar niet zodanig dat partijen buiten de boot vallen.”

Preventie
Kansen ziet de scheidend bestuursvoorzitter op het vlak van preventie en vitaliteit. “Dan heb ik het niet over een cursus ‘stoppen met roken’, maar echt helpen met een gezonde leefstijl. Wij zijn daarover nadrukkelijk in gesprek met onze collectiviteiten. Medewerkers moeten door tot hun 67ste. Werkgever en werknemer zijn bereid in preventie en vitaliteit te investeren. Wij proberen vanuit de zorgpolis programma’s aan te bieden. Denk daarbij aan bedrijven waarin medewerkers zwaar moeten tillen, de werkdruk hoog is of die te maken hebben met obesitas. Niet met een opgestoken vingertje, maar op een zodanige manier dat mensen lekker kunnen leven. Wij doen dit samen met verzekeringsadviseurs. Die hebben hier een belangrijke rol in. Overigens doen we dit niet alleen bij grote bedrijven, maar juist ook in het midden- en kleinbedrijf. Overleg daarover hebben we met MKB-Nederland. Meer dan 75% van onze verzekerden zit in een collectiviteit en dan heb ik het niet over een ‘feestcollectiviteit’.” Kleijnenberg erkent dat de kans groot is dat door de preventie aan de voorkant, de verzuimverzekeraar daar vooral het voordeel van heeft. “Wij hebben geprobeerd om verzuim en zorg gezamenlijk aan te bieden. Dat is niet gelukt. Het zijn twee ingewikkelde producten. Bovendien zie je ook dat het intermediair niet alles bij één partij neerlegt.”

Risicoselectie
Kleijnenberg is zeer te spreken over het systeem van risicoverevening. “Dat systeem is bedacht om niet te selecteren op gezond en ongezond. Jammer is dat je het nooit precies kunt berekenen, vandaar de ex post verrekening voor de meest extreme risico’s. Wij hebben veel gestreden tegen het voornemen om de ex post verrekening te schrappen. Gelukkig is dat van de baan. Waar we nu wel tegenaan lopen zijn de nieuwe risico’s, zoals de wijkverpleging en de ggz. Niemand heeft daar goede gegevens over. Verevening is dus een ‘best guess’, vandaar de nacalculatie. Je moet eerst weten hoe het werkt. Als je het niet weet, moet je het dus ex post verrekenen. Je brengt verzekeraars in de problemen als je het niet verrekent.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.