nieuws

Verzekeraars mogen niet zomaar internetonderzoek doen bij fraudevermoedens

Schade

Verzekeraars mogen niet zomaar zonder beperkingen op internet informatie verzamelen over verzekerden bij vermoedens van fraude. Dat schrijven onderzoekers van Kennedy Van der Laan Advocaten en Cunningham Lindsey in PIV-Bulletin.

Verzekeraars mogen niet zomaar internetonderzoek doen bij fraudevermoedens

De onderzoekers kijken hoe ver verzekeraars mogen gaan met een internetonderzoek als zij onderzoek doen naar mogelijke fraude van een verzekerde. Fraude bij schadeverzekeringen bedroeg in 2014 volgens het Verbond van Verzekeraars zo’n € 900 mln, tegenover een schade-uitkering van € 8 mld. Bij vermoedelijke fraude gaan verzekeraars soms op zoek naar open bronnen op het internet, zoals Facebook en LinkedIn, maar ook publicaties als sportuitslagen.

Rechtspraak
De onderzoekers halen twee rechtszaken aan waarin het internetonderzoek van de verzekeraars gerechtvaardigd bleek. Bij de eerste zaak bleek dat een slachtoffer van een kop-staartbotsing gewoon activiteiten verrichtte die niet strookten met de klachten die zij had. De tweede zak ging over een metselaar die uitkering van zijn AOV kreeg vanwege schouderklachten. Maar uit het onderzoek bleek dat de verzekerde in diezelfde tijd zeer intensief deed aan windsurfen, mountainbiken en wielrennen.

In beide gevallen was het onderzoek toegestaan, omdat de informatie op social media door de verzekerden zelf openbaar was gemaakt en niet afgeschermd. Dat betekent volgens de onderzoekers niet dat het verzamelen van publiek toegankelijke informatie niet aan regels is gebonden. Ze schrijven: “De verzekeraar moet altijd verantwoording kunnen afleggen over de rechtmatigheid van onderzoek naar een verzekerde (of benadeelde), of dit nu kwalificeert als een ‘persoonlijk onderzoek’ of als een ‘feitenonderzoek’.

De onderzoekers vervolgen: “Op basis van de hiervoor genoemde voorbeelden uit de rechtspraak zou men (te) snel de conclusie kunnen trekken dat internetonderzoek (altijd) kwalificeert als een ‘feitenonderzoek’ in de zin van de GPO (Gedragscode Persoonlijke Onderzoek, red), zodat de specifieke regels op grond van de GPO daarop niet van toepassing zijn. Maar ook een internetonderzoek kan – afhankelijk van de intensiteit – worden gekwalificeerd als een ‘persoonlijk onderzoek’, zodat de regels van de GPO daarop toch ook van toepassing zijn. Naar ons oordeel kan dit bijvoorbeeld het geval zijn, wanneer een benadeelde ‘online’ onafgebroken wordt geobserveerd, al dan niet door een digitaal recherchebureau of wanneer een onderzoeker actief voor de verzekeraar op social media onder pseudoniem ‘vriend’ wordt van belanghebbende en zich daarmee toegang verschaft tot informatie die de betrokkene bewust alleen voor een selecte groep beschikbaar wil stellen. Overigens hebben wij geen aanleiding te veronderstellen dat dit in de praktijk veel gebeurt.”

Checklist
De onderzoekers adviseren verzekeraars om gebruik te maken van de checklist en handreiking die het Verbond van Verzekeraars beschikbaar heeft gesteld. Die biedt een voor de praktijk zeer goede concretisering van de lijnen waarbinnen de verzekeraars moeten kleuren. Maar de onderzoekers maken wel een kanttekening: de handreiking en checklist moeten nog worden vervolmaakt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.