nieuws

NN moet betalen vanwege onduidelijk aanvraagformulier

Schade

Door onduidelijkheden op het aanvraagformulier van een autoverzekering moet Nationale-Nederlanden van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch ruim € 35.000 betalen aan een klant wiens auto werd gestolen. De klant had in eerste instantie bakzeil gehaald bij de rechter.

NN moet betalen vanwege onduidelijk aanvraagformulier

Een vrouw en haar inmiddels overleden echtgenoot sloten in 2010 via de tussenpersoon een verzekering voor een nieuwe Volkswagen Transporter. Omdat zij beiden vanwege lichamelijke aandoeningen de auto niet konden besturen werd hun dochter opgevoerd als regelmatige bestuurder. Toen de auto binnen een jaar gestolen werd, weigerde NN uit te keren, omdat bleek dat de dochter eerder een inboedelverzekering was geweigerd vanwege verzwijging van een strafrechtelijk verleden van haar partner.

Onduidelijkheden
NN weigerde daarom uit te keren en kreeg in eerste instantie gelijk van de rechtbank. In hoger beroep werd door het Gerechtshof anders besloten. De oorzaak daarvoor ligt in onduidelijkheden in het aanvraagformulier. Omdat de vragen op het formulier door doorgetrokken strepen in drie onderdelen zijn verdeeld en alleen in onderdelen 1 en 3 ook wordt gevraagd naar de personen die meeverzekerd worden, in dit geval de dochter. Bij het tweede onderdeel, waarin gevraagd wordt naar het verzekeringsverleden, is volgens de klant niet duidelijk dat hier ook wordt gevraagd naar de meeverzekerde mensen.

De rechtbank gaat mee in die redenering, blijkt uit de uitspraak: “De vragen met betrekking tot het schadeverleden (het eerste onderdeel) richten zich expliciet tot de aanvrager en/of andere personen van wie het belang wordt meeverzekerd; dit geldt ook voor de vragen met betrekking tot de rijvaardigheid en rijbevoegdheid (het derde onderdeel) die zich expliciet richten tot de aanvrager en de regelmatige bestuurder en kennelijk weer niet tot andere personen van wie de belangen onder de verzekering zijn gedekt. In de hier aan de orde zijnde vraag over het verzekeringsverleden (het tweede onderdeel) is in de vraagstelling in het geheel niet tot uitdrukking gebracht tot wie de vraag zich richt. De vraag luidt slechts: ‘Is door een verzekeraar enige vorm van verzekering geweigerd of opgezegd (..)?'”

Dus oordeelt de rechter dat de klant recht heeft op een uitkering van de volledige nieuwwaarde van de auto, € 34.500, plus een vergoeding voor op de auto bevestigde onderdelen (€ 454) en een dagvergoeding (€ 330).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.