nieuws

‘De budgetpolis maakt advies juist noodzakelijk’

Schade

De budgetpolis zou afgeschaft moeten worden, de AFM heeft te weinig verstand van zorgverzekeringen en vergelijkers bieden oneerlijk advies. Een lunch met de volgens adviseurs beste zorgverzekeraars ONVZ en Stad Holland leverde een pittige discussie op over de staat van de zorgverzekeringsmarkt. Gezamenlijke conclusie: er liggen behoorlijk wat kansen voor het intermediair.

‘De budgetpolis maakt advies juist noodzakelijk’

Theo van Duivenbode, Aad de Groot en Jako Papac van Stad Holland en Kenneth Schuit en René Oud van ONVZ schoven naar aanleiding van het jaarlijkse Landelijke Zorgonderzoek 2015 van Bureau D&O aan voor een lunch en een gesprek onder leiding van Jurjen Oosterbaan en Annette van de Wetering. Het gesprek gaat over de groeiende mogelijkheden voor het intermediair op het gebied van zorg, maar de mannen willen graag wat meer kwijt.

Budgetpolis
Over de budgetpolis bijvoorbeeld, een zorgenkindje in de sector. Veel patiënten kiezen om financiële redenen voor de goedkope variant, maar zijn bij problemen alsnog de klos omdat veel zorgkosten voor eigen rekening komen. De mannen aan tafel zijn unaniem over de budgetpolis: een slecht product dat zo snel mogelijk moet verdwijnen. De Groot (lid van de raad van bestuur van Stad Holland en DSW): “De budgetpolis zou afgeschaft moeten worden, ook omdat het tegen de regels in gaat. Er is sprake van premiedifferentiatie, verzekeraars doen ermee aan risicoselectie en het tast de solidariteit aan.” Schuit: “Een budgetpolis maakt advies noodzakelijk, maar de groep die zo’n polis sluit vraagt juist niet om advies. Hij wordt vaak op prijs gesloten, niet op inhoud. We zijn als branche al eens in een soortgelijke situatie geweest: met de budgethypotheek. Nou dat was een succes… Iedereen met dat product zat met de gebakken peren.” Oud, manager Verkoop van ONVZ: “Als je teruggaat naar het beginsel van verzekeren: dat houdt in dat je een premie betaalt voor een risico dat je zelf niet kunt dragen. Dat zit hier niet in. De AFM zou zich ermee moeten bemoeien.”

AFM
Maar Papac, adjunct-directeur bij Stad Holland, vraagt zich af wat de AFM in de melk te brokkelen heeft: “Het lastige is dat de AFM alleen over de aanvullende verzekeringen wat te zeggen heeft. En het kennisniveau bij de AFM over wat in de basis- of aanvullende verzekering zit valt zeer tegen.” Schuit, commercieel directeur bij ONVZ, vult aan: “Wat ik zie is dat de AFM een soort inhaalslag moet maken, ze loopt nu achter. We maken het heel complex met zijn allen. Zorgverzekeringen hebben de aandacht van de klant niet. Het is low interest tot hij een keer in elkaar zakt en op de grond ligt.” Van Duivenbode: “We moeten terug naar de basis. Dik 90% van de verzekeraars geeft collectiviteitskortingen. Laat eentje van hen nu eens uitleggen waar hij dat geld aan terugverdient. Waarom doen ze dat niet? Het gaat uiteindelijk ten koste van de mensen buiten het collectief, zij betalen extra voor die kortingen.” Papac: “Wat fout gaat bij collectiviteitskortingen is dat het ontstaan is vanuit de gedachte dat de aanbieder voor een homogene groep speciaal zorg in kon kopen en daardoor het voordeel kon bieden. Maar dat is onzin, want er is geen verzekeraar die dat doet. En er is ook geen administratief voordeel voor een collectiviteit. Dus de korting is nergens op gebaseerd.” De Groot: “Daar ligt een geweldige mogelijkheid voor het intermediair, om aan zijn klanten duidelijk te maken dat ze soms beter af zijn als ze individueel verzekerd zijn in plaats van collectief.”

Rol intermediair
Oud gaat verder in op de rol die de tussenpersoon kan vervullen: “Het is het vak van het intermediair om na te denken over hoe hij de werkgever en medewerker bij kan staan. Dat gaat om verschillende vormen van verzekeren, maar ook op het gebied van bijvoorbeeld preventie. Wij zien dat er keuzes worden gemaakt voor een collectiviteit, waarin bijvoorbeeld ook een budgetpolis is opgenomen. De werknemer weet de risico’s niet, de werkgever ook niet. Dáár ligt de kans voor het intermediair.”

Kennis
Oosterbaan (D&O) wil weten waar intermediairs hun kennis vandaan moeten halen als zij zich specifiek op de zorgmarkt. Het diploma Wft Schade is op papier genoeg, maar biedt het ook voldoende houvast? Moeten de aanbieders zelf voorzien in opleidingen? Oud: “Als je actief wil zijn in de zorg is Wft Schade niet voldoende. Wij hebben ons nog niet gebogen over opleidingen voor het intermediair, dat zou wel een optie kunnen zijn.” Oosterbaan: “Wie moet het intermediair gaan helpen?” Papac: “Ik hoop niet dat het vanuit de branchevereniging komt.” De Groot: “Als Zorgverzekeraars Nederland het gaat doen, komt het niet goed. We moeten dat als maatschappij zelf oppakken.” Papac: “Wij zijn informatiebijeenkomsten gaan organiseren.” Schuit: “Dat doen wij ook al een tijdje, maar daar kwam steeds minder aandacht voor. Maar toen we suggereerden om ermee te stoppen, was er ineens veel vraag. We zijn bezig om dat weer nieuw leven in te blazen.”

Vergelijkers
Het gebruiken van vergelijkers is volgens de mannen aan tafel niet de manier om een gebrek aan kennis te maskeren. Oud waarschuwt adviseurs: “Dat is een lastige situatie. De data komen bij Zorgweb vandaan, die interpreteren de informatie niet altijd goed.” Schuit: “Ze gaan uit van een aantal voorkeursinstellingen en die gaan bijna altijd over de factor prijs.” Papac: “Prijs is zelfs zo belangrijk voor ze dat de vergelijker vraagt aan de verzekeraar of ze korting mogen bieden. Daar wordt een zogenaamd collectief voor gemaakt.” Oosterbaan: “Dus jullie kunnen je niet vinden in de conclusies van de AFM dat vergelijkers het steeds beter doen?” De Groot: “Ik zie helemaal geen verbetering. Een klant op een vergelijkingssite is ervan verzekerd dat hij geen eerlijk advies krijgt. Het is vooral triest om te horen dat deze sites zich wel als onafhankelijk presenteren.”

Aan de slag
Tot slot wil Oosterbaan weten waarom het intermediair dit jaar al aan de slag moet met de zorg. Van Duivenbode: “Ik geloof 100% in het intermediair. Je haalt geen grote verdiensten uit de zorgverzekering, maar het zorgt wel voor een emotionele band. Zorg is emotie.” Papac: “De adviseur móét ook zijn verantwoordelijkheid nemen. Dat hoort bij je zorgplicht. Je kunt niet alles doen, behalve die ene zorgpolis die via de direct writer loopt.”

Vraag blijft hoe je de klant zover krijgt dat hij gaat betalen voor zorgadvies. “Vraag gewoon alle polissen van je klant op”, is Papac’ advies. “En vraag of je hem mag adviseren op het gebied van zorg. Dan maakt het ook niet uit wanneer je het doet, dat kan net zo goed in maart.” Oosterbaan voegt daar een belangrijke notie aan toe: “Dat betekent dat iedere medewerker in het kantoor de basiskennis van zorgverzekeringen moet hebben.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.