nieuws

Financieel adviseur in Den Haag

Schade

Ik schrijf liever niet over mezelf, maar voor één keer wijk ik daar graag van af. En dat doe ik omdat ik in 2013 iets zag gebeuren waarvan ik denk dat de hele sector het zou moeten weten. Sinds vorig jaar zit ik aan Het Binnenhof in een adviescommissie die zich (onder andere) bezig houdt met ‘Toezicht Financiële Markten’, en als lid van die commissie zat ik op de eerste rang tijdens de discussie over ons nieuwe vakbekwaamheidsbouwwerk.

Financieel adviseur in Den Haag

‘De politiek begrijpt het niet’
Zelden hoor ik een vakbroeder zich positief uitlaten over de politiek. Sterker nog, het merendeel van de adviseurs die ik ken, zegt dat de politiek in het geheel geen verstand van zaken heeft, dat politici voornamelijk handelen uit eigenbelang en dat ze meer kwaad doen dan goed. Nu moet ik toegeven dat ook ik politici ken op wie dergelijke uitspraken van toepassing zijn, maar aan Het Binnenhof zie ik juist het tegendeel. Daar werken voornamelijk hoogintelligente mensen, daar worden ontzettend veel uren gemaakt en daar werkt iedereen aan wat ze geloven dat goed is voor Nederland.

Ontevreden volk
Zo ook toen het van de zomer ging over ons nieuwe vakbekwaamheidsbouwwerk. Aangezwengeld door de gezamenlijke brancheorganisaties was er binnen de sector een levendige discussie ontstaan, maar het onderwerp stond niet op de Haagse agenda. Logisch, want waarom zou de Tweede Kamer zich daarmee bemoeien? Aangescherpte kwaliteitseisen voor financieel adviseurs passen goed in de huidige tijdgeest, en zolang het volk tevreden is hoef je als volksvertegenwoordiger niet in actie te komen. Maar daar bracht Adfiz verandering in, door met een petitie te laten zien dat meer dan tienduizend professionals (‘het volk’) alles behalve tevreden waren.

Drie vragen
Het gesprek in de Haagse achterkamertjes dat daarop volgde, ging in de kern over drie vragen. Vraag één was of het ministerie terecht de kwaliteitseisen voor financieel dienstverleners wilde aanscherpen, en die vraag was snel beantwoord: “Het belang van financieel advies is groot, dus daar moet doorlopend in worden geïnvesteerd.”
De tweede vraag was of het terecht was dat de sector op z’n achterste poten stond, en ook het antwoord daarop was snel gevonden: “In deze sector werken goed opgeleide professionals, dus als er zoveel mensen tegen zijn, dan is de gekozen manier waarschijnlijk niet de beste manier.”
En het antwoord op vraag drie, de vraag die logischerwijs volgt uit de antwoorden op vraag één en twee, heeft geleid tot motie 118. De motie waarin de Tweede Kamer aan het ministerie de opdracht gaf om in overleg met de sector te komen tot een versoepeling van het vakbekwaamheidsbouwwerk.

Er is sindsdien veel gezegd en geschreven over de manier waarop het daaropvolgende gesprek tussen ministerie en brancheorganisaties is verlopen, zoals er ook veel gezegd en geschreven is over de uiteindelijke uitkomst. Maar waar je niets over hoort, terwijl daar waarschijnlijk de belangrijkste les voor ons als sector zit, is de aanleiding voor dat gesprek. Dat is het antwoord op vraag drie: “Het is niet aan de Kamer om te bepalen op welke manier de kwaliteit van financieel advies vormgegeven moet worden, dat is aan het ministerie en aan de sector zelf. Dus als zij er samen niet op eigen kracht uitkomen, dan moeten wij ze maar dwingen om samen tot een oplossing te komen.”

En als je die filosofie volgt, dan kunnen wij als beroepsgroep heel veel invloed uitoefenen in Den Haag. Het enige dat we daarvoor moeten doen, is zorgen dat we er met z’n allen staan en allemaal dezelfde boodschap verkondigen. Dat we ons verenigen dus.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.