nieuws

Schadevergoeding ondanks niet melden overgang risico

Schade

Achmea heeft ten onrechte een uitkering geweigerd aan een wasserijbedrijf dat eind 2005 is getroffen door brand, zo heeft de Hoge Raad geoordeeld. Het concern wilde de schade niet vergoeden, omdat de overgang van het risico naar het moederbedrijf van de wasserij niet was gemeld. Volgens de Hoge Raad had Achmea de uitkering in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid echter niet kunnen weigeren.

Schadevergoeding ondanks niet melden overgang risico

Wasserij De Blinde in Heerenveen, gespecialiseerd in textielreiniging voor horeca- en zorgbedrijven, heeft bij Avéro Achmea een Zaken Zekerplan gesloten voor bedrijfsgebouwen, roerende zaken en bedrijfsschade. In 2004 zijn de roerende zaken overgegaan naar beheermaatschappij Phrontos, waarvan De Blinde 100% eigendom is.
Op 29 december 2005 branden productie- en kantoorruimte van De Blinde volledig af. De opstalschade wordt vastgesteld op ruim € 2 mln; de schade aan roerende zaken op ruim € 2,5 mln. Achmea weigert schadevergoeding omdat De Blinde niet binnen dertig dagen heeft gemeld dat de onroerende zaken aan Phrontos zijn overgedragen, zoals in de polisvoorwaarden staat vermeld.
Redelijkheid en billijkheid
De rechtbank stelt De Blinde in 2010 in het gelijk, onder meer omdat het risico na de overdracht niet is gewijzigd en Achmea dus niet redelijkerwijs de verzekering zou hebben beëindigd als het van de overdracht op de hoogte zou zijn geweest.
Het gerechtshof in Leeuwarden is een jaar later echter een andere mening toegedaan: De Blinde heeft de overdracht niet gemeld. Die situatie druist in tegen het belang van de verzekeraar, stelt het hof: “In die wellicht lang voortdurende hinkende situatie is het uitsluitend de nieuwe belanghebbende die het in zijn macht heeft te beslissen of hij al dan niet verzekerd wenst te zijn geweest, een beslissing die kan worden beïnvloed door de vraag of inmiddels schade gevallen is.” Achmea heeft niet onredelijk of onbillijk gehandeld, luidt het oordeel.
Geen groter risico
De Hoge Raad is het daar tot op zekere hoogte mee eens, maar “dit neemt niet weg dat artikel 6:248 lid 2 BW een beroep op een dergelijke clausule kan beletten in verband met – door de verzekeringnemer of derde te stellen en zo nodig te bewijzen – omstandigheden van het concrete geval”. De hoogste rechtsprekende instantie verwijst naar de stelling van De Blinde dat het risico niet is vergroot en dat de premie steeds is betaald. Achmea is daar niet op ingegaan en het hof heeft die kwestie onvoldoende belicht in zijn uitspraak. “Het hof heeft iedere overweging achterwege gelaten, aldus de advocaat-generaal in zijn advies aan de Hoge Raad, die het beroep van De Blinde daarom  toewijst. De zaak is doorverwezen naar het gerechtshof Den Bosch voor verdere behandeling, onder meer de vaststelling van de te vergoeden schade.
Lees hier de uitspraak van de Hoge Raad 
Lees hier de conclusie van de advocaat-generaal

Reageer op dit artikel