blog

De vos preekt de passie

Schade 2476

“Provisies zijn voor het overgrote deel goed uit te leggen aan klanten, omdat daar herkenbare dienstverlening tegenover staat.” Een quote van Leo de Boer, directeur van het Verbond van Verzekeraars. Woorden uit een reactie op de voorgenomen implementatie van de Richtlijn verzekeringsdistributie in Nederland in 2018. Hmmm, “voor het overgrote deel goed uit te leggen…” Voor een deel dus ook niet, vinden de verzekeraars.

De vos preekt de passie

Van de provisie eigenhandig wat afschrapen, vinden de verzekeraars kennelijk (nog) een stap te ver. De bal wordt via de band gespeeld: laten we de provisies (op schadeverzekeringen) eerst maar eens transparant maken. Met een beetje geluk nemen ze dan vanzelf in hoogte af, hoor je ze denken.

Toezichthouder of opiniemaker?

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft zich gewillig voor het karretje van het Verbond van Verzekeraars laten spannen. Op de slotdag van de consultatietermijn kwam de toezichthouder met een (vrij dunne) reactie op de Richtlijn. Drie velletjes – inclusief aanhef en hartelijke groeten – hadden Merel en de haren nodig. Niet om op onvolkomenheden in de wettekst te wijzen, of op problemen in de toezichtspraktijk. Nee, vooral om een pleidooi te houden voor actieve transparantie over provisie bij schadeverzekeringen.

Dit laatste is, naar de mening van de toezichthouder, om zes redenen noodzakelijk:

  1. De klant betaalt die provisie, dus die moet de hoogte kennen;
  2. Het dwingt financieel dienstverleners om hun dienstverlening en provisie richting klanten te verantwoorden;
  3. Consumenten kunnen het gesprek aangaan over die dienstverlening en tegendruk bieden;
  4. Het vergroot het consumentenvertrouwen in de financiële sector;
  5. Consumenten willen het graag;
  6. Er zijn geen redenen om niet actief transparant te zijn over provisie.

Diep schamen

Dit laatste argument is bijna lachwekkend. Zo lusten we er nog wel een paar. We gaan het anders doen! Waarom? Och, er is geen reden om het niet te doen! De argumenten 2 tot en met 4 zijn aannames zonder enige bewijsvoering. Dit begint een trend te worden. Hebben vooral veel politici last van. Argument 1 is best valide. Maar wat raar dat de toezichthouder dit voor provisies op consumptieve kredieten helemaal geen probleem vindt? Bij schadeverzekeringen is niet-actieve transparantie klaarblijkelijk wel een probleem.

Meest in het oog springend is argument 5: de consument wil het! Als bewijsvoering komt de toezichthouder aanzetten met een panel van 810 internetters, bevraagd door beroepsenquêteur GfK. Ja, zegt 87% op de vraag of een adviseur (of vergelijkingssite) ze tijdens het afsluitproces actief moet wijzen op de advies- en afsluitkosten van een schadeverzekering? Een vraag die aan alle kanten rammelt. De AFM, met een batterij aan academici in dienst, moet zich diep schamen om een beleidswijziging te bepleiten op basis van een zo wetenschappelijk gewichtloos onderzoekje.

Lijn doortrekken

Vijf dagen na de AFM – en ook vijf dagen na de reactiedeadline, dus te laat – gebruikte het Verbond van Verzekeraars de slipstream van haar toezichthouder. Ja, ze waren het eens. Citaat Verbond: “Anno 2017 is het niet houdbaar dat verzekeraars niet transparant zijn over de provisies die zij betalen aan adviseurs.” Och heden, anno 2017 zien de verzekeraars het ook ineens in. Het kan niet langer zo. Open, open, open moet het zijn!

Nu de vos de passie preekt, kan hij de transparante lijn misschien gelijk doortrekken. Zo ben ik wel benieuwd naar het deel van de premie dat elke afzonderlijke verzekeraar daadwerkelijk besteedt aan schadevergoedingen. En wat is dan nodig voor de eigen bedrijfsvoering? Eigenlijk wil ik elk premiebestanddeel wel apart verantwoord zien. Dan kan iedereen het straks zien dat premies helemaal niet lager uitvallen, ook als er 20% provisie uitvalt.

Wat is de premiereserve in mijn orv?

Ik wil ook weten hoe solvabel mijn verzekeraars is. En hoe lang gemiddeld de periode duurt tussen indienen schadeclaim en uitbetaling? Welk percentage van de claims wordt trouwens (deels) afgewezen? Wil ik van alle verzekeraars allemaal weten! Reuze interessant! En het gaat mij, en zeker nog 810 andere Nederlanders, vast en zeker helpen om tegendruk te geven in de onderhandelingen over de premiehoogte.

En ik wil trouwens ook weten wat de actuele premiereserve in mijn overlijdensrisicoverzekering is. O ja, laten we per 1 januari alle bestaande polishouders overzetten op de veel lagere premies die voor nieuwe (overlijdensrisico)verzekeringen worden gehanteerd. Anno 2017 is het toch niet houdbaar dat klanten meer premie betalen dan nodig is? Zelfde geldt voor risico-opslagen op hypotheken. En zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan…

Verkoop of advies?

Het moge duidelijk zijn, op het politieke spel van toezichthouder AFM en de verzekeraars valt veel af te dingen. Heel veel. Zo stelt het Verbond van Verzekeraars in dezelfde reactie op de consultatie óók dat “de sector bij voorkeur niet met nieuwe verplichtingen wordt geconfronteerd”. De sector beperken de verzekeraars kennelijk graag tot zichzelf; daar vallen adviseurs en bemiddelaars even niet onder. De afwijzende reacties vanuit intermediaire hoek zijn dan ook logisch en begrijpelijk.

Fundamentele vragen ontbreken

Echter, wat in de discussie ontbreekt, zijn de meer fundamentele vragen. In welke mate is de beroepsgroep ‘financieel dienstverlener’ een opdrachtnemer van de klant en in welke mate is hij dat van de productaanbieder? Hebben we het over een adviesberoep of is sprake van een verkoopkanaal? Kunnen die beide werelden samengaan? Heeft een klant er recht op om te weten wat zijn financieel adviseur voor hem doet en welke vergoeding daar tegenover staat? Welke dienstverlening voegt echt iets toe aan het leven van de klant? En welke beloningsvorm past daar het beste bij?

De richting die de wetgever al sinds 2005 (Wfd) aangeeft – en in 2018 wacht een nieuwe berg aan regels – is duidelijk. Versterking van de positie van de klant is de rode draad. In dat kader is het pleidooi van de AFM niet zo heel verrassend.

Die klant zelf wordt intussen steeds veeleisender. Dat vereist meer verantwoording, meer transparantie, meer waardecreatie. Met het oog op de toekomst zouden de discussies binnen het intermediair wat vaker en wat fundamenteler over deze vraagstukken mogen gaan. Maar ik vrees dat de actuele economische voorspoed op menig assurantiekantoor en de focus op het politiek vuile spel van de verzekeraars de voorbereidingen op de toekomst voorlopig in de weg blijven staan. Anno 2017 is dat niet verstandig.

Henri Drost is adviseur bij Oostdam & Partners

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.