nieuws

Snel wil belemmeringen pensioenopbouw zwangere zelfstandige beroepsbeoefenaren wegnemen

Pensioen 1059

Staatssecretaris Snel van Financiën schrijft in antwoord op Kamervragen van Kamerleden Van der Linde en Lodders (beiden VVD) dat hij van plan is te gaan regelen dat er geen fiscale belemmeringen zijn om zelfstandige beroepsbeoefenaren, zoals huisartsen, tijdens de zwangerschap over hetzelfde inkomen pensioen op te laten bouwen als vóór de zwangerschap.

Snel wil belemmeringen pensioenopbouw zwangere zelfstandige beroepsbeoefenaren wegnemen

Kamerleden Van der Linde en Lodders stelden eind februari Kamervragen aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën over de pensioenopbouw van zwangere huisartsen. Zij vroegen onder andere of het waar is dat huisartsen, en andere vrouwen in een vrij beroep, geen pensioen kunnen opbouwen tijdens hun zwangerschapsverlof.

Twee oorzaken

Volgens de staatssecretaris klopt het dat zelfstandige beroepsbeoefenaren onder omstandigheden minder pensioen in de beroeps- of bedrijfstakpensioenregeling kunnen opbouwen in een dergelijke situatie. De verminderde pensioenopbouw kan volgens hem twee oorzaken hebben. In het eerste geval wordt pensioen opgebouwd over het pensioengevend inkomen van de beroepsbeoefenaar. Door de zwangerschap kan het inkomen volgens de staatssecretaris lager zijn, waardoor het pensioengevend inkomen vervolgens lager kan uitvallen dan wanneer er geen zwangerschap zou zijn geweest. “Ten tweede kan in de praktijk een deeltijdfactor worden toegepast op de fiscale aftoppingsgrens, omdat in het jaar of de jaren waarin de zwangerschap plaatsvindt door de zwangerschap minder dan 1750 uren worden gewerkt. De verminderde pensioenopbouw komt drie jaar na de zwangerschap tot uiting, omdat voor de fiscale facilitering van beroepspensioenregelingen wordt gekeken naar het derde kalenderjaar voorafgaande aan het betreffende dienstjaar. De beroepsbeoefenaar heeft wel de mogelijkheid om – desgewenst – het eventuele pensioentekort op te vullen in de derde pijler”, aldus Snel.

Waarom is het probleem nog niet opgelost?

De Kamerleden vroegen zich ook af of er bijzondere redenen zijn waarom ‘het probleem’ nog niet is opgelost. Zij vinden dat de ‘niet de bedoeling is’ dat deze groep van beroepsbeoefenaren ‘op achterstand worden gezet’ en vragen zich ook het volgende af: ‘Kunnen deze beroepsbeoefenaren wel pensioen opbouwen bij ouderschapsverlof, sabbatsverlof en studieverlof? Zo ja, waarom is hier onderscheid in aangebracht? Zo nee, waarom niet?’. De Kamerleden dringen erop aan dat de staatssecretaris ‘het probleem’ voor 1 juli 2018 oplost.

Derde pijler

Snel geeft hierop aan dat ondernemers aangewezen zijn op de zogenaamde derde pijler. Voor sommige ondernemers geldt daarnaast volgens hem de mogelijkheid om deel te nemen aan een beroeps- of bedrijfstakpensioenregeling. “Ook voor het fiscale kader voor de deelname van ondernemers aan beroeps- en bedrijfstakpensioenregelingen is waar mogelijk aangesloten bij de normeringen en beperkingen die gelden voor fiscale facilitering van het werknemerspensioen. Doordat het ondernemerschap en werknemerschap naar hun aard verschillen, is dit echter niet altijd mogelijk”. Met betrekking tot perioden van verlof bestaat volgens de staatssecretaris een verschil in pensioenopbouw. Dit hangt volgens hem onder meer samen met het feit dat een ondernemer geen dienstverband heeft en in dat beginsel ook geen verlof kent. “Daarnaast is het inherent aan het ondernemerschap dat de hoogte van het inkomen fluctueert, zonder dat er altijd een directe relatie is met het aantal gewerkte uren”, aldus Snel.

Eenvoudig af te bakenen

Snel geeft aan dat hij, ‘naast de onder omstandigheden bestaande mogelijkheid voor zelfstandige beroepsbeoefenaren om de eventuele verminderde pensioenopbouw door zwangerschap te compenseren in de derde pijler’, voornemens is te gaan regelen dat er geen fiscale belemmeringen zijn om ‘deze groep’ zelfstandige beroepsbeoefenaren, binnen de eigen beroeps- of bedrijfstakpensioenregeling, over hetzelfde inkomen pensioen te laten opbouwen als vóór de zwangerschap. “In tegenstelling tot de andere genoemde vormen van verlof (ouderschaps-, sabbats- en studieverlof) is de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof eenvoudig af te bakenen, omdat hiervoor wettelijk vastgestelde termijnen bestaan”. Om dit mogelijk te maken is volgens Snel ‘lagere regelgeving’ nodig. Hij belooft in zijn schrijven dat hij dit zal meenemen in het eindejaarsbesluit 2018.

Reageer op dit artikel