nieuws

Menno Snel: ‘Van een versobering van het nabestaandenpensioen is geen sprake’

Pensioen 4322

In de antwoorden op de Kamervragen van Pieter Omtzigt (CDA) over de “plotselinge” versobering van de nabestaandenpensioen geeft staatssecretaris Menno Snel (Financiën) onder andere aan dat van ‘een versobering van het nabestaandenpensioen’ geen sprake is.

Menno Snel: ‘Van een versobering van het nabestaandenpensioen is geen sprake’

Over deze versobering is veel commotie, mede doordat grote pensioenfondsen als het ABP de bijbehorende compensatieregeling afschaffen. Die compensatie is bedoeld voor achterblijvende partners die geen of maar een gedeeltelijke ANW-uitkering ontvangen.

Omtzigt vroeg aan Snel onder meer of hij zich herinnert dat het op grond van een besluit van voormalig staatssecretaris Klijnsma mogelijk was om een knip aan te brengen in het nabestaandenpensioen, zodat het hoger nabestaandenpensioenpercentage op de jaren voor 2015 van toepassing bleef en het lagere percentage daarna. Het CDA-Kamerlid wou verder weten weten hoeveel pensioenregelingen en hoeveel deelnemers zo’n pensioenknip in het partnerpensioen hebben.

Besluit voorganger

Op de vraag omtrent het besluit van zijn voorganger antwoordt Snel: “Ja, de mogelijkheid van deze knip in het partner- en wezenpensioen op risicobasis was opgenomen in onderdeel 11.2 van het besluit van 6 november 2015”. De goedkeuring is inhoudelijk volgens Snel niet gewijzigd en de knip in het nabestaandenpensioen op risicobasis is dus nog steeds mogelijk. Snel geeft ook aan dat hij niet weet hoeveel pensioenregelingen en hoeveel deelnemers een dergelijke pensioenknip in het partnerpensioen hebben: “Nee, deze gegevens zijn alleen bekend bij de pensioenuitvoerders die de knip in het nabestaandenpensioen op risicobasis hebben aangeboden.”

Witteveenwetgeving

Omtzigt wees er ook op dat eindloonregelingen op basis van de Witteveenwetgeving een hogere franchise kenden voor het nabestaandenpensioen dan middelloonregelingen, maar dat middelloonregelingen die hun nabestaandenpensioen op het eindloon baseerden, wel gebruik konden maken van de lagere franchise. Daarop antwoordt Snel: “Ja, deze tijdelijke goedkeuring was opgenomen in onderdeel 11.4 van het besluit van 6 november 2015”. Hij vervolgt verder: “(…) en is onder dezelfde voorwaarden als permanente aanwijzing opgenomen in onderdeel 8.7 van het besluit van 24 november 2017”. Omtzigt vroeg zich af hoeveel pensioenregelingen en deelnemers zo’n regeling hebben. Ook voor de beantwoording wat deze vraag betreft verwijst Snel naar de pensioenuitvoerders.

Pensioenknip in stand

Omtzigt vroeg ook: “Herinnert u zich dat u echter niet toestaat dat een nabestaandenregeling de knip handhaaft en tegelijkertijd de lagere franchise hanteert. Snel antwoordt hierop bevestigend en meldt:  “(…) de mogelijkheid van het hanteren van de middelloonfranchise voor een risiconabestaandenpensioen op eindloonbasis onder dezelfde voorwaarden opgenomen in het besluit van 24 november 2017”.  Hij geeft aan dat hier wel een voorwaarde aan is verbonden: “Deze aanwijzing wordt niet gebruikt in combinatie met de goedkeuring voor een partner- en wezenpensioen op risicobasis als bedoeld in onderdeel 10.2”. Snel stelt dat deze voorwaarde ook terug is te vinden in een eerder besluit dat is genomen in 2015. Waarop hij vervolgens op antwoordt: “Van een versobering van het nabestaandenpensioen is dan ook geen sprake.”

Rechten deelnemers

Het CDA-Kamerlid vroeg ook uitleg aan Snel betreffende de rechten van deelnemers: “Kunt u uitleggen welke rechten een deelnemer heeft indien de werkgever of uitvoerder de pensioenregeling eenzijdig versobert zonder de procedures rond medezeggenschap te doorlopen? Heeft de deelnemer dan recht op de oude (royalere) regeling of de nieuwe (sobere) regeling?”. Hierop geeft het bewindslid aan: “In algemene zin geldt dat een pensioenovereenkomst met wederzijds goedvinden kan worden gewijzigd. In bepaalde situaties kan de werkgever de pensioenovereenkomst eenzijdig wijzigen. Hierbij moet er sprake zijn van een wijzigingsbeding in de pensioenovereenkomst en er moet sprake zijn van een zwaarwichtig belang van de werkgever om tot wijziging over te gaan. Indien hiervan geen sprake is, kan de pensioenovereenkomst niet eenzijdig gewijzigd worden en is de werknemer in beginsel niet gebonden aan de wijziging die desondanks door de werkgever is doorgevoerd.”

Middels zijn twitteraccount heeft Omtzigt gisteren laten weten dat hij nieuwe vragen heeft ingediend over de afschaffing van de ANW-compensatie door het ABP en de communicatie hier over. Zijn kerngedachten hierbij zijn: “Laat AFM als toezichthouder snel onderzoek doen naar tijdigheid en correctheid communicatie – zorg ervoor dat ook gepensioneerden zich kunnen bijverzekeren”.

Communicatie

In december vorig jaar stelde 50Plus-Kamerlid Martin van Rooijen hier ook vragen over. Minister Ollongren antwoordde hier op: ““Het is aan het ABP om de deelnemer te informeren over de, door werknemers en werkgevers overeengekomen, wijzigingen in de pensioenregeling.”

Reageer op dit artikel