nieuws

Eenzijdige wijziging pensioenregeling: de rechter blijft kritisch!

Pensioen 1001

Geregeld komt het voor dat werkgevers veronderstellen dat zij een pensioenregeling eenzijdig kunnen wijzigen, bijvoorbeeld omdat de OR heeft ingestemd of omdat de wijziging met het oog op nieuwe wetgeving noodzakelijk is.

Eenzijdige wijziging pensioenregeling: de rechter blijft kritisch!

In een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 16 mei 2017 krijgt een werkgever die ook in zo’n veronderstelling verkeerde, de deksel op haar neus.

Feitelijke situatie

In de situatie die bij de rechtbank voorlag, namen werknemers deel in een verzekerde pensioenregeling. Het geldende pensioenreglement is in 2009, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008, vervangen door een nieuw reglement met een wijziging in de indexatieregeling. Deze aanpassing was volgens werkgever vereist door de aangescherpte eisen omtrent de indexatieregeling in de Pensioenwet. De OR stemt in met de wijziging, nu op basis van de door de werkgever verschafte informatie duidelijk werd dat er inhoudelijk geen wijzigingen zijn aangebracht. Voor de wijziging is geen instemming  gevraagd aan de werknemer.

Oordeel rechtbank

Bij het antwoord op de vraag of sprake is van een inhoudelijk wijziging komt het aan op uitleg van de indexatiebepalingen uit het ‘oude’ en ‘nieuwe’ pensioenreglement. Nu het pensioenreglement in de pensioenovereenkomst is geïncorporeerd en de werknemer niet betrokken is geweest bij de onderhandelingen tussen de verzekeraar en de werkgever moet volgens de kantonrechter in beginsel de ‘cao-norm’ worden gehanteerd. Dit houdt in dat sprake is van een uitleg naar objectieve maatstaven. De ‘oude’ indexeringsbepaling kan naar het oordeel van de kantonrechter niet anders worden begrepen dan dat sprake is van een vaste koppeling tussen de door werkgever toe te passen indexatie en de indexatie die door PFZW wordt gehanteerd, waar bij de ‘nieuwe’ bepaling sprake is van een discretionaire bevoegdheid van werkgever om al dan niet tot toeslagverlening over te gaan. Ondanks dat in beide bepalingen sprake is van een voorwaardelijke toeslagverlening dient de wijziging te worden aangemerkt als een inhoudelijk wijziging die zodanig is dat de aanspraken van werknemer daardoor (kunnen) worden geraakt.

Rechtsgeldig

Vervolgens stelt de kantonrechter de vraag of het gewijzigde reglement op de pensioenovereenkomst van werknemer van toepassing is geworden of dat hij aanspraak kan (blijven) maken op de indexatieregeling van het oude reglement. Met andere woorden: is de wijziging rechtsgeldig tot stand gekomen? De kantonrechter heeft vastgesteld dat de werknemer niet heeft ingestemd met een wijziging van de voorwaarden. De kantonrechter stelt dat als uitgangspunt geldt dat een overeenkomst c.q. pensioenreglement in beginsel niet eenzijdig kan worden gewijzigd. Dit is anders als aan de voorwaarden van artikel 19 Pensioenwet is voldaan. Vereist is dat de bevoegdheid tot eenzijdige wijziging schriftelijk in de arbeidsovereenkomst is opgenomen en dat er tevens sprake is van een zodanig zwaarwichtig belang van de werkgever dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. In het ‘oude’ reglement is een eenzijdig wijzigingsbeding opgenomen en het reglement bepaalt dat dit recht ook ziet op (indexatie)aanspraken met betrekking tot reeds uit dienst zijnde werknemers. Ondanks dat werkgever heeft aangevoerd dat zich de omstandigheid van een wetswijziging heeft voorgedaan, oordeelt de kantonrechter dat werkgever onvoldoende heeft gesteld dat de wijziging van het reglement hierdoor kan worden gerechtvaardigd. Voorts heeft werkgever naar het oordeel van de kantonrechter in onvoldoende mate onderbouwd dat er sprake is van een zwaarwichtig belang bij wijziging van de overeenkomst, alsmede dat dit belang zodanig is dat het belang van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

De kantonrechter concludeert derhalve dat van een rechtsgeldige eenzijdige wijziging van het pensioenreglement geen sprake is en werknemer derhalve aanspraak maakt op indexatie van zijn pensioen met het door PFZW gehanteerde percentage.

Kortom

Bovenstaande uitspraak benadrukt dat een werkgever er niet zonder meer vanuit mag gaan dat een eenzijdige wijziging van de pensioenregeling wordt gerechtvaardigd door wijziging van pensioenwetgeving. Uitgangspunt is dat de werkgever ook dan instemming van de werknemers (en dus niet alleen van de OR) moet krijgen voor wijziging van de pensioenregeling. Die instemming moet worden gevraagd op basis van een juiste voorstelling van zaken, dus communicatie is zeer belangrijk.

Wees als werkgever dan ook volledig ten aanzien van de noodzaak en gevolgen van de wijziging en besteed ook aandacht aan de vraag of en zo ja, welke compensatiemaatregelen worden getroffen (zeker in het licht van de toets aan het zwaarwichtig belang). Een werkgever moet van goede huize komen wil hij een pensioenregeling eenzijdig kunnen wijzigen. Ook dit jaar zal menig werkgever een wijzigingstraject moeten inzetten; de fiscale pensioenrichtleeftijd wordt immers verhoogd naar 68 jaar. Die wijziging lijkt op het eerste oog eenvoudig, maar de praktijk is weerbarstiger. De verhoging van de fiscale pensioenrichtleeftijd kan namelijk zowel aan de premiekant als aan de uitkeringenkant consequenties hebben. Overigens zal binnenkort over de verhoging van de fiscale pensioenrichtleeftijd een e-book verschijnen van mijn kantoorgenote Frédérique Hoppers.

Auteur: Jaleesa van de Hof

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.