nieuws

Klijnsma wil partnerbegrip in Wet verevening pensioenrechten verruimen

Pensioen 1179

Staatssecretaris Jetta Klijnsma heeft vandaag in een Kamerbrief bekendgemaakt dat zij gaat onderzoeken of het partnerbegrip in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding kan worden verruimd. De wet is nu van toepassing op gehuwden en geregistreerde partners. Dat sluit volgens Klijnsma niet meer goed aan bij de tijdsgeest.

Klijnsma wil partnerbegrip in Wet verevening pensioenrechten verruimen

De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding bestaat sinds 1 mei 1995 en creëerde een wettelijke regeling voor de verdeling van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap is opgebouwd.

Jongere vrouwen

In een Kamerbrief schetst Klijnsma de tussentijdse resultaten van een lopende evaluatie naar deze Wet. Ze arceert een aantal knelpunten. Leeftijd lijkt er toe te doen bij de keuze om te verevenen of afstand te doen van het recht op (een deel) van het pensioen van de ander. Jongere vrouwen doen volgens de evaluatie “vaker afstand van het recht op elkaars pensioen en maken minder vaak gebruik van verevening dan vrouwen rond de pensioenleeftijd”. De bekendheid van de regel kan volgens Klijnsma worden vergroot. Mededelingsformulieren, die nodig zijn om de procedure te starten, worden bijvoorbeeld lang niet altijd gebruikt: “Daar waar afspraken zijn gemaakt over de verdeling, of er juist vanaf wordt gezien, is duidelijk wat er over en weer verwacht mag worden. Zeker als dit via de pensioenuitvoerder loopt. Maar in die gevallen waar het formulier niet is ingezonden, moet de vereveningsgerechtigde het pensioen zelf bij de ex-partner claimen, soms jaren na dato. Dit is vaak geen prettige situatie. Hier lijkt winst behaald te kunnen worden via het vergroten van de bekendheid van de regeling.” Goede voorlichting en begeleiding tijdens de scheiding kunnen volgens de staatssecretaris bijdragen aan het het vergroten van het bewustzijn. Pensioenuitvoerders  en ook Wijzer in geldzaken geven volgens de evaluatie aan dat het mededelingsformulier voor verbetering vatbaar is. “Zij horen in de praktijk dat het formulier te ingewikkeld en te lang wordt gevonden, en in bepaalde situaties wordt het als overbodig of (privacy)gevoelig gevonden om bewijsstukken mee te moeten sturen. Hier is dus nog winst te behalen”, aldus Klijnsma.

Standaardverdeling

Ook werpt Klijnsma de vraag op “of de in de wet opgenomen standaardverdeling nog wel past bij de hedendaagse maatschappij. De wijziging in de systematiek van de AOW-leeftijd zou bijvoorbeeld tot een andere afweging over de standaardregeling kunnen leiden. Nu de AOW-leeftijd niet meer standaard 65 jaar is, kan een leeftijdsverschil tussen ex-partners bij scheiding problematischer worden. De leeftijd waarop beide ex-partners AOW zullen ontvangen loopt namelijk verder uit elkaar. Dit betekent dat de afhankelijkheid van de vereveningsgerechtigde van de
beslissingen van de ex-partner, onder andere over de ingangsdatum van het pensioen, zwaarder kan gaan wegen”.

Verruiming partnerbegrip

Over het partnerbegrip binnen de Wet meldt de staatssecretaris het volgende: “De Wet VPS heeft alleen betrekking op gehuwden en geregistreerde partners, en dus niet op ongehuwd samenwonenden. De Pensioenwet heeft betrekking op gehuwden, geregistreerde partners en partners in de zin van de pensioenovereenkomst. De Wet VPS ziet op echtscheiding, beëindiging geregistreerd partnerschap en scheiding van tafel en bed. De Pensioenwet ziet op echtscheiding, beëindiging van geregistreerd partnerschap, ontbinding van huwelijk na scheiding van tafel en bed, en beëindiging van samenwoonrelaties (indien de pensioenregeling hierin voorziet).” Volgens Klijnsma zijn deze begrippen verwarrend: “Ik ben voornemens te onderzoeken wat de
(financiële) consequenties voor alle betrokkenen zouden zijn als het partnerbegrip in de Wet VPS zou worden uitgebreid met ongehuwd samenwonenden (eventueel beperkt tot die groep met een samenlevingscontract) en ook voor samenwonenden een recht op uitbetaling jegens de pensioenuitvoerder zou worden gecreëerd. Daarnaast zal worden onderzocht of het scheidingsbegrip gelijk getrokken kan worden tussen beide wetten.”

Berekening

De berekeningswijze van de rechten die er over en weer zijn zou volgens pensioenuitvoerders makkelijker kunnen, zo meldt Klijnsma: “De Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars geven aan dat hier in de uitvoeringspraktijk niet eenduidig mee wordt omgegaan.” In de communicatie rondom de wet kan ook nog wat terrein worden gewonnen vindt de staatssecretaris. “Het is belangrijk dat ex-partners inzicht hebben in de (voorwaardelijk) verevende bedragen , zodat er op grond van een totaalbeeld een financiële planning gemaakt kan worden. Ze beveelt aan: “Op Mijnpensioenoverzicht.nl worden de gegevens getoond die ook op het UPO staan. Voor het UPO geldt geen verplichting om verevende pensioenrechten te tonen. In het geval van scheiding is alleen de aanspraak op bijzonder partnerpensioen zichtbaar op het UPO. We willen de komende maanden nagaan hoe deelnemers en ex-partners een beter totaalbeeld kunnen krijgen van hun pensioen na scheiding.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.