nieuws

Kabinet wil af van doorsneepremie in nieuw pensioenstelsel

Pensioen

De doorsneepremie moet worden afgeschaft en er moet voor gezorgd worden dat iedere werkende, ook zelfstandigen, in Nederland ervoor zorgt dat hij voldoende spaart voor de oude dag. Dat zijn de hoogtepunten van de hoofdlijnen van een toekomstbestendig pensioenstelsel die staatssecretaris Jetta Klijnsma vandaag naar buiten bracht.

Kabinet wil af van doorsneepremie in nieuw pensioenstelsel

Als het aan het kabinet ligt wordt de doorsneesystematiek vanaf 2020 afgebouwd, waarna de opbouw van een nieuwe systematiek van pensioenopbouw kan beginnen. De nieuwe systematiek moet actuarieel correct zijn, vindt het kabinet: de relatie tussen premie en de opbouw van pensioenaanspraken moet in balans zijn en op voorhand is er geen herverdeling tussen leeftijdsgroepen. Dat levert volgens Klijnsma drie voordelen op: “Een belangrijke bron van ondoorzichtige en moeilijk uitlegbare herverdeling verdwijnt, het bevordert een soepele werking van de arbeidsmarkt en het draagt bij aan de flexibiliteit van het stelsel.”

Degressieve opbouw
De voorkeur van het kabinet gaat uit naar een systematiek met een degressieve opbouw: werknemers blijven dezelfde premies betalen, maar bouwen daarmee een pensioenaanspraak op die afneemt met de leeftijd. “Dit is een systematiek waarin jong en oud op elk moment in hun loopbaan een actuarieel correct pensioen opbouwt en gelijke kansen op de arbeidsmarkt behoudt”, beargumenteert Klijnsma.

Verplichtstelling
Het kabinet is tegen het vrijgeven van het pensioen en pleit voor een blijvende verplichtstelling. Klijnsma: “Een vorm van verplichtstelling is een manier om te voorkomen dat werknemers te weinig sparen, verschaft continuïteit om welvaartswinst van collectieve risicodeling te kunnen incasseren en kan neerwaartse concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegengaan.” Tegelijkertijd ziet de regering wel in dat in de veranderende arbeidsmarkt meer flexibiliteit wordt gewenst. Dus wil Klijnsma toewerken naar een gedifferentieerde aanpak om alle werkenden te ondersteunen bij de opbouw van een adequaat aanvullend pensioen. “Niet te weinig én niet te veel”, zegt Klijnsma. Over het hoe en wat van die aanpak heeft de staatssecretaris nog geen duidelijkheid: “Het kabinet wil daartoe onder meer samen met sociale partners en zelfstandigenorganisaties verder de mogelijkheden verkennen.”

Maatwerk
Naast de gedifferentieerde aanpak kijkt de regering ook naar de mogelijkheid om meer maatwerk en keuzemogelijkheden te bieden. Mensen moeten meer kans krijgen om hun pensioenopbouw af te stemmen op hun persoonlijke voorkeuren. De ongeveer 20% van het salaris die nu standaard in het pensioen wordt gestopt kan omlaag worden geschaald in dure tijden. Daarnaast pleit het kabinet voor meer transparantie en eenvoud, onder meer in de pensioenovereenkomst, waarin de risico’s duidelijk gemaakt moeten worden.

Vervolg
Het kabinet gaat komende tijd verder werken aan het uitwerken van de hoofdlijnen voor het nieuwe pensioenstelsel. Klijnsma noemt het een ‘bijzonder complex en veelomvattend traject’ en spreekt de verwachting uit dat het een aantal jaren in beslag zal nemen. In het najaar zal de staatssecretaris een werkprogramma aan de Tweede Kamer sturen, waarin de te zetten stappen worden uiteengezet. De eerste resultaten moeten in elk geval in 2020 zichtbaar worden. Dan wil het kabinet dus een begin maken met de doorsneesystematiek af te schaffen, maar moet ook de ontwikkeling van de nieuwe pensioenregeling met meer keuzevrijheid en maatwerk tot resultaat gaan leiden.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.