nieuws

INTERVIEW Arno Dolders van Legal&General: ‘We hebben zes grote verzekeraars en dat zijn er drie te veel’

Pensioen

Vandaag presenteerde Arno Dolders de jaarcijfers over 2014 van zijn Legal&General. Tijd voor een zevental vragen aan de algemeen directeur. Hij beziet de levenmarkt en de herontdekking van het beleggen.

INTERVIEW Arno Dolders van Legal&General: ‘We hebben zes grote verzekeraars en dat zijn er drie te veel’

1.Ben je tevreden met de resultaten?

“Als je bedenkt dat we in 2008 een totale levenmarkt van 7 miljard euro hadden en nu is dat 1,9 miljard, dan is er wel wat gebeurd. En de eerste twee maanden van 2015 is het weer -16%. Dus de hele markt zakt door. Wij plussen met onze productie 8% en deden in 2014 147 miljoen nieuwe productie in Leven. Dan doen we het niet slecht. Onze groei zit verder in collectief pensioen. Drie jaar geleden zijn we er mee begonnen en we verdubbelen elk jaar. Dat loopt prima. We doen voor de pensioenen zaken met 200 topintermediairs. Die kenden ons al van de individuele pensioenen. ORV gaat ook goed. En onze solvabiliteit is prima. Dat komt vooral omdat we vrijwel geen garantieverzekeringen hebben gedaan. Terwijl de grote verzekeraars daar allemaal in zitten en dat leidt in Solvency2 tot problemen met de huidige lage rente.”

2. Waar gaat die markt voor individueel leven naar toe?

“Naar een kleinere markt. Ik denk dat de ondergrens ergens onder anderhalf miljard ligt. En uiteindelijk zal het wel weer terugveren naar 2 miljard en daar blijven we dan op zitten. We hebben alleen zes grote verzekeraars en dat zijn er drie te veel. Die markt moet consolideren. De markt is echt verzadigd en de portefeuilles zijn over de afgelopen zeven jaar met 40% gekrompen, maar de kosten slechts met 15%. Dus dat is nog steeds niet in evenwicht. Dat kan niet uit. Daar moet nog het een en ander gebeuren. Ik ben blij dat ik een wat kleinere en flexibelere levensverzekeraar ben.”

3. De grotere levensverzekeraars lijden dus meer pijn…

“Ze maken ook andere keuzes. Wij kiezen onvoorwaardelijk voor het betere onafhankelijke intermediair. En als je in levensverzekeringen zit is dat een goede keuze. Wij zitten in de bovenkant van de markt en bedienen dat segment met het betere intermediair. Ik blijf strijden tegen het provisieverbod, maar de consument die wij bedienen is bereid om te betalen voor advies. Dat is een verschil met andere partijen in de markt.”

4. Maar het vertrouwen in de sector is ook nog steeds vrij laag…

“Ja, dat gaat heel langzaam. Het enige wat je kunt doen is het gewoon heel goed blijven doen. Nederig zijn. Doen wat je zegt en zeggen wat je doet.”

5. Bij de AFM werd getwijfeld of het wel echt komt vanuit een intrinsieke motivatie. De klant zit nog altijd niet echt in het hart van de verzekeraar, zegt AFM-voorzitter Merel van Vroonhoven.

“Daar ben ik het niet mee eens. Ik denk dat het vooral bedoeld is voor de politieke tribune. De toezichthouders hebben een paar ferme tikken gekregen van de politiek. En het zal hen niet nog een keer overkomen dat een politicus zegt dat ze zaten te slapen. Dat is de instelling. En dat is jammer want ook een toezichthouder kan bijdragen aan het vergroten van het vertrouwen. We werken echt hard om het wel goed te doen.”

6. Je spreekt ook van de herontdekking van het beleggen.

“Als je naar de site van de AFM gaat dan hebben ze daar informatie over de keuze tussen sparen en beleggen. Bij beleggen hebben ze het alleen maar over de risico’s en dan heeft niemand nog zin om daarin te stappen. In banksparen gaat per jaar zo’n vijf miljard euro om. Het is bedoeld voor de oude dag, maar het valt helemaal niet mee om daarmee nog een voorziening op te bouwen. Als je het 15 jaar vastzet, krijg je niet meer dan 2,5% rente. Je raakt dus geld kwijt. Als je een langere horizon hebt, dat wil zeggen langer dan 10 jaar, dan is de verdeling tussen aandelen, geldmarkten en obligaties bepalender voor je rendement, dan de keuze van je aandelen, of de timing. Mensen zetten nu 100% van hun kapitaal vast in spaarproducten. Dat rendeert echt te weinig. Ik snap die zoektocht naar zekerheid wel, maar het werkt niet echt. In Nederland komt ook maar 3% van de inkomsten van de adviseur uit vermogensadvies. In Engeland is dat 56%.”

7. Je blijft wel optimistisch over de rol van de onafhankelijke adviseur?

“Ja. Maar je kunt niet meer alle klanten bedienen. 40% van alle consumenten wil geen advies, 40% kan het niet betalen en 20% kan én wil het betalen. En op die laatste groep gaan ze zich richten. Je ziet dat adviseurs segmenteren. Ze kunnen niet werken voor klanten die tijd kosten en uiteindelijk terugdeinzen voor een rekening van 500 euro. Van die klanten neemt men afscheid of het worden weeskindjes. Ze blijven in portefeuille, maar krijgen geen aandacht meer. Voor de gemiddelde klant is dat geen goede ontwikkeling. Je zult dat ook zien bij het hypotheekadvies. De gemiddelde klant wil niet zo veel betalen. Dat betekent dat er minder tijd is voor passend advies en voor bijvoorbeeld woonlastenverzekeringen. Dat wordt dan een standaardoplossing en niet de oplossing die past bij die ene consument. Op de lange termijn zorgt dat voor problemen. De klant gaat zich er echt niet in verdiepen. Die gaat op zaterdag heus niet shoppen voor een nieuwe verzekering. Het is low interest. Hij is afhankelijk van de adviseur. En als die er niets meer aan kan verdienen loopt het spaak. Dat is mede te wijten aan het provisieverbod.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.