nieuws

Premiepensioen te afhankelijk van rentestand op pensioendatum

Pensioen

De uitkomst van pensioenregelingen op basis van beschikbare premie is te afhankelijk van de rentestand op pensioendatum en de verplichte volledige omzetting verkort de beleggingshorizon. Als wordt toegestaan om ook in de uitkeringsfase beleggingsrisico te dragen, kan een hoger pensioenresultaat worden bereikt. Dat staat in een rapport dat het ministerie van Sociale Zaken naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Premiepensioen te afhankelijk van rentestand op pensioendatum

Het rapport maakt allereerst melding van het mislukken van de zogenoemde ‘pensioenknip’. Die is enkele jaren geleden ingevoerd zodat deelnemers aan een beschikbarepremieregeling op pensioendatum niet hun hele pensioen in een keer hoefden aan te kopen. Zo moest worden voorkomen dat zij de dupe werden van de lage rente. Maar, minder dan 1% van de werknemers die er gebruik van kon maken, koos er ook voor, schrijft Jetta Klijnsma aan de Tweede Kamer. De regeling is dan ook niet verlengd, maar wel moet worden gekeken of de overgang van opbouw naar uitkering op een andere manier kan worden vormgegeven zodat de pensioenuitkomst voor de deelnemer verbetert.

Potentieel
Omdat in de huidige situatie pensioenkapitaal in één keer moet worden aangewend voor de aankoop van een levenslang vast pensioen, wordt het beleggingsrisico al ruim voor de pensioendatum geleidelijk afgebouwd met lagere rendementen als gevolg. Door langer te beleggen ontstaat extra rendementspotentieel. Het rapport noemt drie manieren waarop dat zou kunnen. Bij de eerste twee varianten wordt maximaal 10 jaar doorbelegd tijdens de uitkeringsfase. De eerste variant betreft een levenslange uitkering die op de pensioendatum wordt aangekocht en waarvan de hoogte vaststaat gedurende de uitkeringsfase. De tweede variant is een variabele levenslange uitkering die jaarlijks wordt vastgesteld op basis van het (nog) aanwezige pensioenkapitaal. Doordat het vermogen afneemt naarmate meer uitkeringen worden uitbetaald, daalt de hoogte van de uitkeringen in de tijd. Bij de derde variant wordt op de pensioendatum een variabele annuïteit aangekocht waarbij de hoogte van de uitkeringen fluctueert met het behaalde rendement.

Keerzijde
Het rapport wijst er op dat er een keerzijde bestaat aan het aanhouden van beleggingsrisico in de uitkeringsfase. Vergeleken met de huidige situatie bestaat er, naast een hoger verwacht pensioenresultaat, ook een grotere kans op neerwaartse resultaten. Ook merken de onderzoekers op dat er bij doorbeleggen in de premieovereenkomst (de derde variant) geen garantie bestaat dat het pensioen levenslang kan worden uitgekeerd, omdat daartoe geen verzekering is afgesloten.

In opkomst
Het Verbond van Verzekeraars reageert positief op het rapport. De doorontwikkeling van DC-regelingen is belangrijk, vindt het Verbond, aangezien deze pensioenregelingen de laatste jaren in opkomst zijn. Van 2002 tot 2012 is het aantal deelnemers met een beschikbare premieregeling bij verzekeraars verdubbeld van ongeveer 25 procent tot 50 procent. Verzekeraars hebben volgens het Verbond het idee voorgelegd van een variant van een variabele annuïteit, waarbij over de pensioendatum heen belegd kan worden. “Het is wel belangrijk dat deelnemers een eigen keuze kunnen maken met betrekking of zij een gegarandeerde, vaste, uitkering wensen ofwel een met beleggingsresultaten en levensverwachting meebewegende, variabele pensioenuitkering.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.