nieuws

Nieuwe pensioenwetgeving vergt niet per se integraal advies

Pensioen

De verlaging van het maximum opbouwpercentage betekent niet dat de adviseur over elk element van het pensioenproduct opnieuw advies hoeft te geven. Ook in gevallen waarin een werkgever een standaardoplossing van de aanbieder ontvangt, volstaat dienstverlening op maat. Dat zeggen toezichthouders van de AFM in een nieuwsbrief.

Nieuwe pensioenwetgeving vergt niet per se integraal advies

Toezichthouders Rudy van Leeuwen en Job Dijkstra zeggen veel vragen van adviseurs te krijgen hoe ze moeten omgaan met de aanstaande veranderingen in pensioenwetgeving.

Opbouwpercentage
Zij noemen bijvoorbeeld de verlaging van het maximum opbouwpercentage. “Belangrijk is om eerst te bepalen welke dienstverlening de klant nodig heeft: heeft hij advies nodig of wil hij alleen informatie over de wijziging? Als de klant advies nodig heeft, is de volgende stap het bepalen van de breedte en diepte van dienstverlening. De adviseur hoeft niet over elk element van het pensioenproduct opnieuw advies te geven, maar kijkt wat de gevolgen zijn van de verlaging van het percentage. Daarnaast hoeft de adviseur alleen de informatie te inventariseren die relevant is voor deze adviesvraag van de klant”, aldus de toezichthouders.

Standaard
Een andere casus die volgens de AFM vragen oproept, is de situatie waarin een klant een standaard oplossing ontvangt van de aanbieder. Moet de adviseur dan advies geven, of is het genoeg om alleen toelichting te geven op het aanbod? De toezichthouders: “Ook hier geldt weer: welke dienstverlening heeft de klant nodig. Als de klant behoefte heeft aan advies, betekent het niet dat de adviseur alles opnieuw hoeft te doen. De adviseur kan redelijk snel toetsen of er veel is veranderd in de situatie van de klant en de adviseur kan gebruik maken van de informatie van de aanbieder en van de klant zelf, om vervolgens tot een aanbeveling over te gaan. Als de klant alleen behoefte heeft aan een toelichting op het aanbod, kan de adviseur de klant informeren zonder een aanbeveling te doen.”

Wettelijke verplichting
In de nieuwsbrief zet de AFM nog op een rijtje aan welke wettelijke verplichtingen een adviseur moet voldoen bij een wezenlijke wijziging in het pensioencontract.

  • Als de aanbieder de klant een nieuw product aanbiedt, dan is dit een wijziging waardoor de klant civielrechtelijk gezien de mogelijkheid heeft de verzekering te beëindigen. Doet de financiële dienstverlener in die situatie een aanbeveling om in een nieuw product te stappen, dan is er sprake van een Wft-advies. Er is ook sprake van adviseren in de zin van de Wft als de aanbeveling bestaat uit het in stand laten van het gewijzigde bestaande product.
  • Doet de adviseur geen aanbeveling? Dan is er mogelijk sprake van een informatieplicht op grond van artikel 4:20 Wft als het een wezenlijke wijziging betreft. Het informeren over het doorvoeren van wezenlijke wijzigingen valt onder het beheer van de bestaande overeenkomst.
  • Zijn de wijzigingen in het bestaande product het gevolg van wetswijzigingen, dan kan de klant de overeenkomst in de regel niet opzeggen. De klant heeft dan geen keuzemogelijkheid. Het is in die situatie ook niet nodig om een aanbeveling te doen om het product te behouden. Als de adviseur de klant laat weten dat bijvoorbeeld de pensioenleeftijd wordt verhoogd, dan valt dat onder het informeren over wezenlijke wijzigingen.
  • Heeft de wetswijziging geen wezenlijke wijziging van de overeenkomst tot gevolg? Dan bestaat er ook geen informatieplicht op grond van artikel 4:20 Wft.
Reageer op dit artikel