nieuws

Jetta Klijnsma: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald

Pensioen

Deze week (1 oktober) heeft staatssecretaris Klijnsma te kennen gegeven het voorontwerp voor aanpassing van de Pensioenwet niet verder uit te werken. Ze heeft er op deze manier wel een rommeltje van gemaakt. Maar beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald.

Een lesje geschiedenis. Na de beurscrises van 2002 en 2008 en de aanhoudende lage marktrente waren de problemen in pensioenland niet meer te verbloemen. Op basis van het rapport van de commissie Goudswaard (2009) kwamen sociale partners tot een Pensioenakkoord op hoofdlijnen (2010), met later een nadere uitwerking ervan (2011). Het Pensioenakkoord is vervolgens door het Kabinet omgezet in een voorontwerp voor aanpassing van de Pensioenwet (2013). Het bestaande Financieel Toetsings Kader (voor het gemak te noemen FTK 0) moest worden gewijzigd. Het voorontwerp maakte onderscheid tussen een nominale uitvoeringsovereenkomst (laten we dat FTK 1 noemen) en een reële ambitieovereenkomst (FTK 2). Besturen van pensioenfondsen mochten kiezen. Dit voorontwerp leidde tot veel en uiteenlopend commentaar. De voornaamste kritiekpunten waren de (juridische en actuariële) bezwaren van verplicht invaren, verwijzing naar lagere wetgeving van cruciale onderdelen, de samenstelling en daarmee de hoogte van de rekenrente (met als gevolg een uitvergroting van intergenerationele effecten) en nul aandacht voor vragen zoals doorsneepremie, de grote verplichtstelling en solidariteit.
Tussenvariant
Deze week gaf Klijnsma te kennen het voorontwerp niet verder uit te werken. Ze heeft er op deze manier wel een rommeltje van gemaakt. Maar beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald. Klijnsma komt nu met een eenduidige set van spelregels voor één pensioenstelsel. Wat dit exact inhoudt is nog niet bekend, maar het lijkt een tussenvariant waarbij FTK 0 op enkele punten wordt aangepast met de ‘goede’ onderdelen van FTK 2. Ik noem dit de ‘nominale ambitieovereenkomst’ (geen verplichte prijscompensatie, uitsmeren van toeslagen/kortingen, met de boodschap dat pensioen vooral onzeker is), maar laten we het omwille van het overzicht FTK 3 noemen.
Premie
Dan fiscaal. De voorgenomen verlaging per 2015 (ligt bij de Eerste Kamer) van 2,15% naar 1,75% verlaagt de pensioenkosten, verhoogt de bedrijfswinsten en verhoogt de belasting. Maar sociale partners hebben aangegeven de premies niet te verlagen. Deelnemers zouden dan hetzelfde blijven betalen voor minder pensioen en bezuinigingen worden misgelopen. Weekers liet recent de Eerste Kamer weten  dat het kabinet overweegt om fondsen nu bij wet te dwingen hun deelnemers meer te betrekken bij het vaststellen van de premies. Ook oppert Weekers om DNB een explicietere toezichtsrol te geven bij de premiestelling. Deze opties zijn natuurlijk niet voldoende om de Eerste Kamer te overtuigen, het zijn veel te zachte maatregelen. Daarnaast speelt nog steeds het probleem in hoeverre FTK 3 zal zorgen voor een (extra) premiestijging. Uit onderzoek blijkt dat bij FTK 2 pensioenpremies met gemiddeld 14% stijgen, ondanks een lager opbouwpercentage.  De vraag is of een dergelijke stijging met de uitwerking van tussenvariant FTK 3  nog steeds van toepassing is.

Reageer op dit artikel