blog

Vertrouwen in de toekomst(voorzieningen)?

Pensioen 841

‘Vertrouwen in de toekomst’ is dan wel de titel van het nieuwe regeerakkoord, maar die slaat helaas niet op het vertrouwen van de betrokken partijen in onze toekomstvoorziening pensioen. Ondanks de hoopvolle titel, zegt het nieuwe regeerakkoord eigenlijk verrassend weinig concreets over de volgens velen broodnodige pensioenhervormingen. En geldt ‘iedereen gaat erop vooruit’ook voor het pensioen van Jan Modaal?

Vertrouwen in de toekomst(voorzieningen)?

In de media hebben we de afgelopen weken veel gehoord over alle plannen. Volgens Rutte is een pakket gemaakt dat er in zijn geheel voor zorgt dat alle groepen in Nederland erop vooruit gaan. “Doordat de nettosalarissen zullen stijgen, er meer geld beschikbaar komt voor liefdevolle zorg voor onze ouderen, er veel geïnvesteerd wordt in het opleiden van onze kinderen, er meer geld beschikbaar komt om onze buurten veiliger en ook prettiger leefbaar te maken, én we gaan hard werken aan een duurzame samenleving waar ook onze kinderen en kleinkinderen gezond in kunnen opgroeien.” Dat is natuurlijk een prachtige boodschap!

Pensioenhervorming

Het regeerakkoord onderkent in heldere bewoording de noodzaak van hervormingen van ons pensioenstelsel: “Veranderingen op de arbeidsmarkt, de stijgende levensverwachting, de financiële crisis en de lage rente hebben echter ook kwetsbaarheden van ons stelsel blootgelegd. Verwachtingen worden onvoldoende waargemaakt, er zijn spanningen tussen generaties en het stelsel sluit niet meer aan bij de veranderende arbeidsmarkt.”

Er wordt ook een duidelijke richting voor de oplossing aangedragen: “Voortbouwend op de werkzaamheden en rapporten van de SER wil het kabinet het pensioenstelsel hervormen tot een meer persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling, waarbij de doorsneesystematiek wordt afgeschaft.” Deze in het regeerakkoord gekozen lijn sluit helemaal aan bij de visie die Rutte II al in december 2016 deelde in de Perspectiefnota van toenmalig staatssecretaris Klijnsma.

Het streven is om begin 2018 met sociale partners op hoofdlijnen overeenstemming te hebben over de nadere invulling, zodat hopelijk in 2020 het wetgevingsproces is afgerond waarna de implementatieperiode kan starten.
De regeringspartijen hebben er dus voor gekozen om de pensioenhervorming nog even “door te schuiven” en boeken geen concrete vooruitgang op dit dossier. Je kunt je afvragen waarom ze zo’n belangrijk onderwerp niet grondiger aanpakken…

Wat gaat dat kosten?

In dit regeerakkoord worden vele extra uitgaven aangekondigd, ‘iedereen erop vooruit laten gaan’ kost nou eenmaal geld. De vraag is hoe dat allemaal gefinancierd kan worden. En laat dat nou ook nét het hete hangijzer zijn in de discussie rond de pensioenhervormingen.

De nieuwe regering kiest voor afschaffing van de doorsneepremie en invoering van een leeftijdsonafhankelijke premie. Iedereen gaat dus dezelfde premie betalen, maar jong kan daarvoor meer pensioen inkopen dan oud. Compensatie van de meest benadeelde groep (35 tot 50 jarigen), kost volgens de laatste berekeningen van het CPB (uit juni van dit jaar) bij de huidige rentestand, maar liefst € 60 miljard! Dit bedrag zal bij een gelijktijdige invoering van het persoonlijk pensioenvermogen nog iets afnemen. De rekening hiervoor komt zeker niet geheel bij de overheid te liggen, maar dit bedrag geeft wel de enorme omvang van het probleem aan. Als de rente stijgt, neemt het bedrag verder toe.

In het regeerakkoord is voor de pensioenhervorming vanaf 2020 jaarlijks slechts € 434 miljoen gereserveerd. Duidelijk is dus dat deze regering de rekening voor de hervormingen van het pensioenstelsel grotendeels bij de sociale partners laat liggen. Ik denk dat zij tot begin 2018 druk aan het becijferen zijn hoe je dat kunt uitleggen aan Jan Modaal.

Jan Modaal

In het SER-rapport over het pensioenstelsel wordt veel aandacht besteed aan de generatie-effecten. Maar kiezers zijn geen generaties, maar individuen, die graag weten hoe het voor hen uitpakt. Daarom heb ik die insteek gekozen voor het volgende voorbeeld:

Jan Modaal is alleenstaand, 45 jaar, verdient € 36.500 in de uitzendbranche en gaat nog 25 jaar werken. Hij zou met de huidige doorsneepremie in die 25 jaar € 11.739 pensioen opbouwen. Bij afschaffing van de huidige doorsneepremie en invoering van een even hoge leeftijdsonafhankelijke premie daalt zijn pensioen naar € 8.185. Dat is maar liefst 30% minder!

De regering heeft voor de compensatie hiervan zoals gezegd erg weinig gereserveerd. Dat kan twee dingen betekenen: de andere deelnemers gaan dit betalen (waardoor de jongeren, ondanks de afschaffing van de doorsneepremie, voorlopig toch nog even blijven meebetalen voor de ouderen) of de compensatie blijft zeer beperkt (waardoor de rekening van de voorgaande generaties wel erg zwaar bij deze groep komt te liggen).

Rekening

Het is een mooi streven om iedereen erop vooruit te laten gaan… maar tussen droom en werkelijkheid staan wetten in de weg en praktische bezwaren. Die wijsheid geldt zeker voor de hervorming van ons pensioenstelsel. Het gaat economisch beter met Nederland, maar ook het geld uit een begroting van 280 miljard kun je maar één keer uitgeven.

Ik vrees daarom dat Jan Modaal er na zijn pensioen niet op vooruit zal gaan en ben erg benieuwd hoe dit in begin 2018 verder gaat. Ik heb vertrouwen in de toekomst, maar blijf een rekenaar. De som moet kloppen en uiteindelijk krijgt iemand de rekening.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.