blog

AFM introduceert in nieuwe leidraad perverse prikkel en aardverschuiving in financiële dienstverlening

Pensioen 5964

Naar aanleiding van de invoering van de Wet verbeterde premieregeling per 1 september 2016 heeft de AFM op 22 december 2016 de leidraad Wet verbeterde premieregeling gepubliceerd. De leidraad is gericht aan pensioenuitvoerders.

AFM introduceert in nieuwe leidraad perverse prikkel en aardverschuiving in financiële dienstverlening

Het is terecht dat de AFM in deze leidraad uitspreekt dat pensioenuitvoerders zich niet alleen moeten focussen op zo’n hoog mogelijk aanvangsuitkering. Het is juist dat dan het risico op daling van de pensioenuitkering op termijn groter is dan zonder doorbeleggen. Ook is het terecht dat pensioenuitvoerders een goede keuzearchitectuur moeten inrichten, zodat de deelnemer een afgewogen keuze kan maken.

AFM slaat door

Maar vervolgens slaat de AFM door. Citaat: “Als sprake is van beleggingsvrijheid of meerdere beleggingsprofielen, stelt de pensioenuitvoerder het risicoprofiel van een deelnemer vast op basis van de mate waarin een deelnemer risico kan en wil nemen. Het is vervolgens wenselijk dat de pensioenuitvoerder, voor zover redelijkerwijs relevant, informatie inwint over de financiële positie, doelstellingen, risicobereidheid en de kennis en ervaring van de deelnemer, inclusief derde pijler voorzieningen, inkomsten uit vermogen en uitgaven, inclusief alimentatieplichten.”

Nog een citaat: “Om het inwinnen van informatie op een efficiënte wijze mogelijk te maken is het ontsluiten van al bestaande individuele financiële data wenselijk”.

Geen adviesplicht, maar wel vergaande informatie-inwinning

Op mijn verzoek om verduidelijking, schreef de AFM: “Noch in art. 52 noch in art. 52a (deze artikelen uit de Pensioenwet gaan over de informatieverplichtingen van de pensioenuitvoerders richting de deelnemers) staat een algemene adviesplicht, maar de wetgeving komt daar wel dicht in de buurt en legt inderdaad vergaande informatie-inwinningsverplichtingen op aan de pensioenuitvoerder. Die hoeft echter alleen te adviseren indien de deelnemer ervoor kiest zelf de verantwoordelijkheid voor de beleggingen over te nemen.”

Vier conclusies

Als ik dit bij elkaar leg, trek ik vier conclusies. Voor pensioenuitvoerders die keuzes met betrekking tot beleggen bieden , geldt dat:

1. ze verplicht gaan adviseren aan de deelnemer; conform de zorgplichteisen van art. 4:23 Wft;
2. deze advisering grotendeels neerkomt op een integrale financiële planning;
3. ze op termijn toegang krijgen tot vrijwel alle financiële informatie van elke deelnemer, zelfs tot wat onder de privacy wetgeving valt;
4. de AFM een perverse prikkel introduceert omdat de adviserende uitvoerder niet is gebaat bij een “shoppende deelnemer” die zijn pensioenvermogen naar een ander overbrengt.

Geen commotie

In de markt is er geen commotie ontstaan naar aanleiding van deze publicatie. Dat kan een aantal dingen betekenen:

1. pensioenuitvoerders bieden geen keuzes aan deelnemers, zodat de pensioenuitvoerders niet aan deze leidraad hoeven te voldoen;
2. pensioenuitvoerders interpreteren ‘voor zover relevant’ extreem ruim, zodat de leidraad de facto geen werking krijgt;
3. pensioenuitvoerders denken: “het is maar een leidraad en geen wet”;
4. de impact van de leidraad is nog niet erg doorgedrongen bij adviseurs en uitvoerders;
5. de uitvoerders zien mooie kansen ontstaan en zijn er blij mee;
6. 1 april valt vroeg dit jaar maar iedereen heeft het door.

Houd het primaat bij de adviseur en biedt inzicht in life cycles

De aandacht zou vooral uit moeten gaan naar het professionaliseren van de vergelijking van de verschillende life cycles. Door dit adequaat in te richten hoeven pensioenuitvoerders niet financieel planner te spelen, maar kunnen ze zich richten op hun kerntaak: dankzij hun grote schaal betere beleggingsresultaten behalen dan een individu dat kan.

Breder advies-instrumentarium

Laat aan de adviseurs de begeleiding van de deelnemers op individueel niveau over. Zij kunnen de vergelijkingen maken en als dat nuttig is adviseren het shoprecht te gebruiken. De adviseurs zijn toegerust met vaak een breder advies-instrumentarium dan de AFM in deze leidraad beschrijft. Daarnaast hebben ze een jarenlange ervaring in individuele advisering en mag je op basis daarvan betere adviezen verwachten dan van een uitvoerder zonder die ervaring. Zo voorkom je bovendien een marktverschuiving van advisering door de product-onafhankelijk adviseur, naar de pensioenuitvoerder met de perverse prikkel die de belangenverstrengeling op productniveau met zich meebrengt.

Judith Scherrenberg schrijft in het komende nummer van am:magazine een artikel over doorbeleggen na pensioendatum.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.