blog

‘Er schijnt een fout in mijn denkraam te zijn’

Pensioen

Afgelopen vrijdag publiceerde de SER het langverwachte advies “Toekomst pensioenadvies”. Een teleurstellend advies omdat de SER het systeem van onmondig houden van de werknemer lijkt te willen continueren.

‘Er schijnt een fout in mijn denkraam te zijn’

U herkent vast de gevleugelde uitspraak uit een Bommelserie van 1950 in de kop van dit verhaal. Een uitspraak, die sindsdien is ingeburgerd in de Nederlandse taal. En ook kan worden toegepast op de pensioendiscussie. Meer dan 90% van de werkende Nederlanders heeft een of meerdere pensioenregelingen. Dit betreft meerdere miljoenen mensen. En het gaat over een niet onaanzienlijk deel van hun salaris, dat ze elke maand verplicht afstaan. Voorafgaand aan het SER-advies wordt er een ‘nationale’ pensioendialoog gestart om over de toekomst van het pensioenstelsel een dialoog aan te gaan en de enigen die feitelijk bijdragen zijn de usual suspects van met name belanghebbenden of het nou specialisten van vakbonden, verzekeraars, waartoe ondergetekende behoort, of hooggeleerde dames en heren zijn, die hun leerstoel aan het onderwerp en de complexiteit ervan danken. In vrijwel alle bijdragen is er een soort reflex van: dit kun je niet aan de gewone man overlaten, want dan gebeuren er ongelukken. Een paternalisme, dat in elk ander onderwerp volstrekt onacceptabel zou worden geacht, wordt hier voetstoots beleden zonder enige gêne. En dan is het de vraag wiens denkraam hier fout zit.

Vrijwillige risicodeling versus collectieve risicodeling
Nou moet de SER worden nagegeven dat ze in hun zojuist gepubliceerde advies “Toekomst Pensioenstelsel” meerdere varianten benoemen tot een nationale pensioenregeling, waarin alle Nederlandse werknemers onder een gelijk regime zouden vallen. Gelukkig wordt hiervan het politieke risico van afroming voor andere doeleinden te groot geacht. Maar de variant, waarin een persoonlijk pensioenvermogen wordt opgebouwd met een vrijwillige risicodeling, bijvoorbeeld voor het langlevenrisico, wordt ook al snel afgeserveerd op basis van verondersteld onvoldoende pensioenresultaat. En zo is dus het advies om een variant verder te onderzoeken, waarbinnen zoveel mogelijk bij het oude blijft en ook de grote en kleine verplichtstelling wordt gehandhaafd. Toch de van te voren verwachte uitkomst. Het betreft namelijk de variant van persoonlijke vermogensopbouw met collectieve risicodeling. In alle gevallen is het een denkraam, waarin wordt gezorgd voor de werknemer, die zelf niet in staat mag worden geacht bewuste keuzes te maken en daarvan ook de consequenties te nemen. Ook al is er sprake van persoonlijk pensioenvermogen, er wordt collectief belegd. En al in de basisoptie worden het langlevenrisico en kortlevenrisico collectief gedeeld. De uitgebreide opties houden het delen van risico’s tussen generaties in.

Afschaffen doorsneesystematiek
Terwijl de studie juist erkent dat er verschillende redenen zijn om de doorsneesystematiek, hét voorbeeld van risicodeling tussen generaties, te vervangen door een meer actuarieel fair en evenwichtig systeem. Nota bene het grootste deel van het SER-advies is gewijd aan de gevolgen van het afschaffen van deze systematiek. Het gladstrijken van deze hobbel van pakweg 100 miljard, die is ontstaan door overdracht tussen generaties, is nog een hele toer. En dan wordt toch weer met een scheef oog naar de overheid gekeken voor een bijdrage om te komen tot een evenwichtige verdeling. En o ja, er moet wel een uitkomst uitkomen die de huidige verplichtstelling niet ondermijnt. Goede redenen om in een blauwdruk voor een nieuw stelsel overdrachten van risico’s tussen generaties te vermijden, lijkt me.

Individueel pensioenvermogen met vrijwillige risicodeling
Juist daarom is het de moeite waard om de vrijwillige variant nader te onderzoeken. In deze variant kan de werknemer kiezen voor de uitvoerder, voor zijn risicoprofiel, voor de hoogte van de inleg, voor de wijze van uitkering en of hij wel of niet een nabestaandenpensioen of arbeidsongeschiktheidspensioen wil verzekeren. Optie binnen deze variant zou nog kunnen zijn het wettelijk verplichten van het aanbieden van een pensioenregeling door de werkgever met een mogelijkheid voor de werknemer om te bedanken. Of de verdergaande optie van een pensioenplicht, waardoor een percentage van het inkomen in ieder geval wordt aangewend voor pensioenopbouw. Een optie, die ook de AFM lijkt voor te staan in haar advies daarbij nadrukkelijk kiezend voor een soort minimumvariant waarop bij gespaard kan worden. Het is jammer dat de SER de vrijwillige variant terzijde schuift op basis van het argument dat hij slecht scoort op pensioenresultaat. Zeker daar waar de SER aantekent dat de beoordeling van de verschillende varianten niet absoluut is en vatbaar voor discussie. De onderbouwing van de conclusie, dat met een vrijwillige variant geen goed pensioenresultaat wordt behaald, heb ik ondanks de toezegging in de tekst nog niet op internet kunnen terugvinden.

Geloofwaardigheid van het nieuwe stelsel
Het is onvermijdelijk dat het risico van het uiteindelijk opgebouwde pensioen bij de werknemer komt te liggen. Dan begint een geloofwaardig nieuw stelsel met het serieus nemen van de rechten van de individuele werknemer. En is het een goede volgende vraag hoe te voorkomen dat de financiële ongeletterdheid van de gemiddelde werknemer uitdraait op teleurstellingen op de lange termijn door de verlokkingen van het hier en nu. Het denkraam dat alle keuzes maakt voor de werknemer is op termijn niet houdbaar.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.