blog

Premieregelingen worden beter, maar niet makkelijker

Pensioen

Nieuwe wetgeving voor DC-regelingen gaat er naar alle waarschijnlijkheid toe leiden dat deze regelingen vanaf 1 juli 2016 beter worden dan ze momenteel zijn. Dat is het geval omdat het vanaf die datum mogelijk wordt om ook na de pensioendatum nog beleggingsrisico te blijven lopen. In huidige DC-regelingen worden risico’s doorgaans geleidelijk afgebouwd tot aan de pensioendatum. Op die datum moet een vaste uitkering worden aangekocht, zodat de deelnemer vanaf die datum – althans in nominale termen – geen risico meer loopt. 

Premieregelingen worden beter, maar niet makkelijker

Geen risico, dat klinkt goed – maar geen risico brengt met zich mee dat er ook geen kans is op overrendement. Als onder de nieuwe wetgeving doorbeleggen na de pensioendatum mogelijk wordt, dan zal het risico naar mate de deelnemer ouder wordt, ten opzichte van de huidige situatie, nog geleidelijker worden afgebouwd dan nu het geval is. Daardoor is het verwachte rendement, na de pensioendatum maar ook in de jaren ervoor, hoger dan nu het geval is. Dat betekent een naar verwachting hoger pensioen. Niet een zeker hoger pensioen, maar wel een waarschijnlijk hoger pensioen.

Doordat zowel positieve- als negatieve (beleggings)resultaten over de tijd gespreid mogen worden (voor zover ze niet verzekerd worden), en eventueel gedeeld mogen worden tussen groepen deelnemers, zou de kans op grote neerwaartse bijstellingen beperkt moeten kunnen worden.

Objectief
Dat is goed nieuws. De DC-regeling kan hiermee, zo is min of meer objectief vast te stellen, significant worden verbeterd, met ook meer flexibiliteit. Maar er is een keerzijde. Die keerzijde is dat deze regelingen behalve significant beter, ook significant ingewikkelder worden. Zowel voor de uitvoerder als vooral ook voor de deelnemer.Voor de deelnemer zit de nieuwe complexiteit vooral in de aanzienlijk verruimde keuzemogelijkheden.

Die keuzemogelijkheden zullen zich me name voordoen op de pensioendatum, als een keuze gemaakt kan worden tussen een vaste uitkering zoals vandaag de dag, een variabele uitkering met doorbeleggen, of – naar het zich laat aanzien – een combinatie van beide. Bovendien kan daarbij vanwege het verruimde shoprecht vermoedelijk gekozen worden tussen verschillende uitvoerders.

Levensverwachting
In eerste aanleg lijkt het voor de hand te liggen dat de aanvangshoogte van de uitkering daarbij bepalend is. Dat hoeft echter allerminst terecht te zijn. er kan het zo zijn dat de ene uitvoerder het risico van toenemende levensverwachting voor rekening. Het kan namelijk zo zijn dat een uitvoerder een hoge aanvangsuitkering toezegt bij het opstellen van een pensioencontract, maar in de jaren daarna weinig opwaartse aanpassingen van de uitkeringen in het vooruitzicht kan stellen. Terwijl een andere uitvoerder bijvoorbeeld uitgaat van een jaarlijkse vaste verhoging en daarmee uiteindelijk uitkomt op een hogere uitkering dan de eerste uitvoerder. Verder kan het zo zijn dat de ene uitvoerder het risico van toenemende levensverwachting voor rekening van de deelnemers laat (zodat een toename van de levensverwachting met x% betekent dat de uitkeringen met x% worden verlaagd), terwijl de andere die verzekert (zodat een toename van de levensverwachting geen gevolgen heeft voor de uitkeringshoogte).

Voorgesorteerd
Hoewel de belangrijkste (en definitieve) keuze plaatsvindt op de pensioendatum, neemt de complexiteit ook in de periode daaraan voorafgaand al toe. Zo voegt doorbeleggen na de pensioendatum met name waarde toe als daarmee in de beleggingsmix al vanaf middelbare leeftijden rekening wordt gehouden, door een meer geleidelijke afbouw van het risicoprofiel. Er moet dus worden voorgesorteerd op de uiteindelijke keuze, zodat de uitvoerder er niet aan ontkomt om zich al ruim voor de pensioendatum een beeld te vormen van waar de voorkeur van de deelnemer naar uitgaat.

Risico
Al deze additionele complexiteiten zijn een risico op zichzelf. Onafhankelijke middelen en instituties die deelnemers ondersteunen in de keuze en de weg ernaar toe lijken ons onontbeerlijk om de vernieuwing van de premieregelingen daadwerkelijk te doen slagen. Tegelijkertijd moet voorkomen worden dat die middelen en instituties zodanig kostbaar zijn dat de voordelen weer teniet worden gedaan.

De theoretische voordelen van het wetsvoorstel zijn evident, maar het zal nog heel wat vergen van wet- en regelgever, maar ook van marktpartijen, om er ook echt een succes van te maken.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.