nieuws

De nieuwe EEX-Verordening: geen Italiaanse torpedo’s meer?

Geen categorie

Bij grensoverschrijdende  burgerlijke- en handelszaken is sinds 2002 de EEX-Verordening (Verordening (EG) 44/2001, ook ‘Brussel-I’ genoemd) in de rechtspraktijk van de Europese Unie van groot belang voor het bepalen van de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen. Op 12 december 2012 is Verordening (EU) 1215/2012 tot ‘herschikking’ van de EEX-Verordening vastgesteld. Deze nieuwe verordening is inmiddels op 9 januari 2013 in werking getreden maar de nieuwe regels zullen pas met ingang van 10 januari 2015 worden toegepast. Dit geeft lidstaten en de rechtspraktijk de tijd om zich aan te passen.

De nieuwe verordening herziet de bestaande EEX-regels op relevante punten. Het doel daarvan is om – na ruim 10 jaar ervaring onder het huidige EEX-regime – de grensoverschrijdende toegang tot de nationale rechters in EU lidstaten te verbeteren en het vrije verkeer van (rechterlijke) beslissingen binnen de EU verder te vergemakkelijken. Hieronder wordt stilgestaan bij de meest belangrijke wijzigingen in de nieuwe verordening.

Ruimere bevoegdheid

Net als bij de huidige EEX-Verordening is het materiële bereik van de nieuwe verordening beperkt tot burgerlijke- en handelszaken. Daarbij regelt de verordening niet alleen de rechtsmacht, erkenning en tenuitvoerlegging van (gerechtelijke) beslissingen, maar gelden de geharmoniseerde regels ook voor authentieke akten en gerechtelijke schikkingen (cf. artikel 58-60 nieuwe verordening). Voor de erkenning en tenuitvoerlegging kunnen ook bepaalde voorlopige- en bezwarende maatregelen onder het begrip ‘beslissing’ vallen (cf. artikel 2(a) nieuwe verordening).

Van het materiële bereik zijn onder meer arbitrage, faillissementsprocedures  en onderhoudsverplichtingen (zoals alimentatie) nadrukkelijk uitgesloten.

Ten aanzien van het formele toepassingsbereik geldt – net als in de huidige EEX-Verordening – in beginsel de algemene hoofdregel dat dit beperkt is tot verweerders die woonplaats hebben binnen een EU-lidstaat (indien de verweerder niet in een lidstaat woont, dan bepaalt de rechter zijn bevoegdheid aan de hand van zijn nationale rechtsmachtregels, artikel 6 nieuwe verordening). Hierop zijn echter een aantal uitzonderingen opgenomen. Naast gevallen waarin de bevoegdheid exclusief vastligt (artikel 24 nieuwe verordening) en gevallen waarin partijen geldig een forumkeuze voor een lidstaatrechter overeengekomen zijn (artikel 25 nieuwe verordening), is er in de nieuwe verordening nu ook een uitzondering opgenomen voor  vorderingen van consumenten en vorderingen van werknemers (artikel 18 en 21 nieuwe verordening). In een poging de zwakker geachte partij te beschermen  biedt de nieuwe verordening voor deze vorderingen gronden voor het aannemen van rechtsmacht in een EU-lidstaat, ook als de wederpartij of werkgever geen woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat.

Afschaffing exequatur

Onder de huidige EEX-Verordening wordt een in een EU-lidstaat gegeven beslissing weliswaar automatisch erkend, maar voor de daadwerkelijke tenuitvoerlegging  moet wel eerst een zogenaamde exequatur (verklaring van uitvoerbaarheid) worden verleend in de lidstaat waar men die tenuitvoerlegging verlangt. Deze procedure is weliswaar vaak een formaliteit maar dit kost wel tijd en geld (en partijen kunnen overeenkomstig artikel 43 van de huidige EEX-Verordening ook een rechtsmiddel instellen tegen de beslissing over de tenuitvoerlegging).

In de nieuwe verordening komt de exequatur regeling te vervallen. Onder het nieuwe regime moet de tenuitvoerlegging van een beslissing van een andere lidstaatrechter op gelijke wijze worden behandeld als een beslissing van de eigen nationale rechter.

De nieuwe verordening maakt duidelijk dat iedere (in een EU lidstaat gegeven) beslissing zonder vorm van proces in de andere lidstaten wordt erkend (artikel 36 nieuwe verordening) en zonder exequatur vooraf ten uitvoer kan worden gelegd (artikel 39 nieuwe verordening). Aan de tenuitvoerlegging is wel als voorwaarde verbonden dat de beslissing ook in de lidstaat van herkomst uitvoerbaar is.

In de nieuwe verordening is de procedure voor tenuitvoerlegging in slechts algemene zin geregeld, voor het overige wordt dit beheerst door het recht van de aangezochte lidstaat (artikel 41 e.v. nieuwe verordening). Voor de tenuitvoerlegging moet in ieder geval wel eerst een (in de verordening nader omschreven) certificaat worden betekend aan de persoon waartegen tenuitvoerlegging wordt gevraagd. Dit geeft aan de betrokkene de gelegenheid om zonodig actie te ondernemen tegen de tenuitvoerlegging: de betekening moet plaatsvinden op “een redelijke termijn vóór de eerste tenuitvoerleggingsmaatregel” (sub 32 preambule nieuwe verordening).

De gronden voor weigering van tenuitvoerlegging (artikel 45 nieuwe verordening) zijn vergelijkbaar met de gronden waarop thans een exequatur geweigerd kan worden: strijdigheid met openbare orde van aangezochte lidstaat, bij ontijdige of onzorgvuldige betekening van het inleidende processtuk, onverenigbaarheid met tussen dezelfde partijen reeds gegeven beslissingen, of ingeval van strijdigheid met specifieke bevoegdheidsregels geregeld in (artikel 24 of afdeling 3, 4 of 5 van hoofdstuk II van) de nieuwe verordening.

De tenuitvoerlegging van beslissingen in een andere lidstaat wordt dus vereenvoudigd en de nieuwe verordening vereist initiatief van de geëxecuteerde indien zij het niet met de tenuitvoerlegging eens is.

Nieuwe regeling litispendentie

De nieuwe verordening brengt in het kader van litispendentie een belangrijke wijziging aan. Van litispendentie is sprake indien een zaak bij een rechter wordt aangebracht, terwijl over dezelfde kwestie en tussen dezelfde partijen reeds een zaak aanhangig is bij een andere rechter.

Onder de huidige EEX-Verordening is de hoofdregel dat de rechter bij wie de zaak het laatst is aangebracht , de zaak dient aan te houden totdat de eerste rechter over zijn bevoegdheid heeft beslist. Indien de eerst aangezochte rechter zich bevoegd verklaart, verklaart de laatst aangezochte rechter zich onbevoegd (artikel 27 e.v. EEX-Verordening).

Deze huidige regeling kan in de praktijk misbruikt worden om een voortvarende rechtsgang in grensoverschrijdende kwesties te belemmeren. Een partij die een vordering van zijn wederpartij verwacht kan bijvoorbeeld de bewuste zaak aanhangig maken bij de Italiaanse rechter (ook indien partijen een forumkeuzebeding voor een andere rechter overeengekomen zouden zijn).  Zolang dan in Italië nog niet is beslist over de bevoegdheid – en dit kan daar (jaren)lang duren – kan de zaak niet door een rechter in een andere lidstaat inhoudelijk worden beoordeeld. Dit wordt een “Italiaanse torpedo” genoemd. Onder meer in grensoverschrijdende patentzaken werd (door een partij die dreigde te worden aangesproken op een inbreuk) regelmatig een procedure in Italië aanhangig gemaakt waarin om een zogenaamde Declaration of Non Infringement werd verzocht, om zo procedures en veroordelingen in andere – meer aangewezen – lidstaten te voorkomen.

Met name in gevallen waarin partijen nadrukkelijk een forumkeuze voor een andere rechter overeengekomen zijn is dit erg onwenselijk voor de Europese rechtspraktijk. In een poging om het misbruik door middel van  Italiaanse torpedo’s te verminderen, is in de nieuwe verordening een uitzondering op de algemene litispendentieregeling toegevoegd. De hoofdregel ten aanzien van aanhangigheid blijft hetzelfde (artikel 29 nieuwe verordening), maar daaraan wordt toegevoegd dat indien een zaak wordt aangebracht bij een lidstaatrechter die door partijen op grond van een exclusieve forumkeuze is aangewezen, alle andere lidstaatrechters waar – hetzij eerder, hetzij later – dezelfde zaak aanhangig is gemaakt, de zaak moeten aanhouden totdat is beslist door de rechter die op grond van het forumkeuzebeding  is aangezocht.

De bij forumkeuzebeding aangewezen rechter krijgt zo voorrang om te beslissen over de geldigheid van het forumkeuzebeding en de daarmee samenhangende bevoegdheid. Indien deze aangewezen rechter zich bevoegd verklaart, dan moeten alle andere lidstaatrechters zich onbevoegd verklaren (en als de aangewezen rechter zich niet bevoegd acht, dan kan een andere aangezochte rechter zijn aangehouden zaak weer hervatten).

De uitzondering is niet van toepassing op gevallen waarbij een verzekeringnemer, werknemer of consument de eisende partij is (artikel  31 lid 4 nieuwe verordening) en ook niet ingeval van tegenstrijdige forumkeuzebedingen (sub 22 preambule nieuwe verordening).

Net als ten aanzien van de overige wijzigingen in de nieuwe verordening, moet vooralsnog afgewacht worden hoe deze nieuwe litispendentieregel zal uitwerken in de jurisprudentie van lidstaatrechters en het Europees Hof van Justitie.

Door: Niels Dekker

Reageer op dit artikel