nieuws

Twaalf weken doen over ORV-offerte kan Rabo duur komen te staan

Financiële planning 3939

Een adviseur van Rabobank heeft niet voldaan aan zijn zorgplicht door te denken dat geen haast was bij een offerte voor een overlijdensrisicoverzekering. In de drie maanden tijd die de bank nam, werd bij de aanvrager een oogmelanoom (kankervorm) geconstateerd. Voor Interpolis was dat reden hem niet te accepteren. Mocht de man voor 1 augustus 2021 overlijden dan moet Rabobank bijna € 130.000 aan zijn vrouw en kinderen betalen. Dat oordeelde de Geschillencommissie van Kifid.

Twaalf weken doen over ORV-offerte kan Rabo duur komen te staan

De man klopt in het voorjaar van 2011 aan bij Rabobank. Hij wil een nieuwe ORV omdat zijn twee ORV-polissen bij NN binnen twee jaar aflopen. Beide partijen zijn het achteraf niet eens over wanneer er precies gesproken is over de verzekeringen van de klant, maar in de Kifid-zaak komt vast te staan dat in ieder geval op 13 april 2011 een verzoek is gedaan voor een ORV-offerte.

Geen haast

De klant gaat ervan uit dat hij die binnen twee weken krijgt. De adviseur heeft daar niets over toegezegd. “Aangezien de bestaande polissen nog een lange looptijd hadden, leek het mij niet dat er enige haast bij was om een offerte uit te brengen voor een nieuwe overlijdensrisicoverzekering”, zegt hij achteraf.

Melanoom

Op 5 mei gaat de consument naar de opticien, die hem zonder toelichting zegt een afspraak te maken met de oogarts. Die constateert op 20 juni een oogmelanoom, een vorm van oogkanker. In juli wordt die met succes bestraald.

In de periode na het adviesgesprek zegt de klant meermaals per mail en telefoon te hebben geïnformeerd naar de offerte. Die komt ineens op 6 juli met als beoogde ingangsdatum 29 juli 2011 en einddatum 31 juli 2021. Er zou een bedrag van € 185.000 verzekerd worden tegen een maandpremie die varieerde van € 9,82 tot € 246,39. De man ondertekent 8 dagen later het aanvraagformulier voor Interpolis en vult een gezondheidsverklaring in. Het lukt Rabobank niet de dekking rond te krijgen.

Opvolging geven aan verzoek klant

De man dient een klacht in en komt uiteindelijk bij Kifid terecht. Volgens de Geschillencommissie heeft Rabobank niet voldaan aan de op hem rustende zorgplicht. De adviseur had niet zelfstandig mogen aannemen dat er geen haast zou zijn bij de ORV. Hij had informatie moeten inwinnen over de wensen en doelstellingen van de klant om een passend advies te kunnen verstrekken. Van een redelijk handelend en vakbekwaam tussenpersoon mag volgens de Commissie bovendien worden verwacht dat hij zo spoedig mogelijk opvolging geeft aan een verzoek van een klant. Tenzij hij nadrukkelijk laat weten dat er nog wel even gewacht kan worden. Een termijn van 14 dagen noemt de consument redelijk, de Commissie steunt hem daarin.

70% van de schade

Volgens Kifid is het redelijk aannemelijk dat er wel een ORV tot stand zou zijn gekomen vóór het ontdekken van het melanoom medio juni als de offerte binnen twee weken was toegezonden. De exacte duur van het proces is niet vast te stellen, maar de Geschillencommissie bepaalt dat de kans 70% is dat de ORV binnen anderhalve maand zou zijn gesloten.

Dat betekent dat Rabobank ook voor 70% van de mogelijke schade verantwoordelijk is. Die doet zich pas voor als de man voor augustus 2021 komt te overlijden. Als dat gebeurt, moet Rabobank 70% van het verzekerde bedrag uitkeren aan zijn nabestaanden. Dat zou een vergoeding zijn van € 129.500 waar nog de premies van worden afgetrokken die de man betaald zou hebben als hij wel de ORV had kunnen sluiten.

Reageer op dit artikel