nieuws

Examentraining (72): Consumptief krediet

Financiële planning 1629

Nu de nieuwe PE-periode loopt, is ook het blokken, studeren en oefenvragen maken weer begonnen. Iedereen die een Wft-beroepskwalificatie (behaald voor 1 april 2017) in stand wil houden, moet voor 1 april 2019 succesvol het relevante PE-examen afleggen. Samen met opleidingsinstituut Hoffelijk Financieel biedt am:web adviseurs opnieuw de helpende hand door tweewekelijks een volledig uitgewerkte casus aan te bieden. Daarnaast biedt Hoffelijk Financieel adviseurs gratis de mogelijkheid om extra te oefenen met nieuwe casussen en kennisvragen. Deze week een casus met vragen uit de module Consumptief krediet.

Examentraining (72): Consumptief krediet

Casus
Een adviseur Wft Consumptief Krediet heeft in 2018 een afspraak met Isabella (70) en Herman (80). Isabella en Herman vertellen in het gesprek dat zij steeds meer moeite hebben om de trap te nemen. Isabella en Herman wonen al veertig jaar in dezelfde woning. Zij moeten dagelijks de trap op om te kunnen douchen, want hun badkamer ligt op de eerste verdieping. Door de reuma van Herman kost dit met de week meer moeite en daarbij raakt ook Isabella steeds slechter ter been. Zij zijn daarom geïnteresseerd in de Blijverslening, omdat zij een lift in de woning willen laten plaatsen. De gemeente waar Isabella en Herman wonen biedt zowel de consumptieve als de hypothecaire Blijverslening aan. Hun gemeente hanteert de algemene verstrekkingsregels voor de Blijverslening.

Kosten
Isabella en Herman hebben al een offerte opgevraagd bij een bedrijf voor het plaatsen van een lift. De totale offerte komt uit op een bedrag van € 8.000. Wanneer Isabella en Herman extra faciliteiten aan de lift willen toevoegen, komt het totaalbedrag uit op € 10.500.

Isabella en Herman hebben een bedrag van € 7.500 aan spaargeld. Zij willen een buffer aanhouden van € 6.500.

Vraag 1
Isabella en Herman vragen zich af of zij niet te oud zijn om in aanmerking te komen voor de Blijverslening. Voldoen Isabella en Herman aan de leeftijdseis om in aanmerking te komen voor de Blijverslening?

a) Eén van de aanvragers moet jonger zijn dan 76 jaar. Dat is Isabelle, dus Isabelle en Herman komen in aanmerking voor de consumptieve Blijverslening.
b) Herman is te oud, hierdoor komen Isabella en Herman niet in aanmerking voor de consumptieve Blijverslening.
c) Herman is te oud, hierdoor komen Isabella en Herman zowel niet in aanmerking voor de consumptieve Blijverslening als niet in aanmerking voor de hypothecaire Blijverslening.

Toetsterm:
2d.2 De kandidaat kan de haalbaarheid van de financiering inschatten. De kandidaat maakt een realistische inschatting of de aanvraag uiteindelijk geaccepteerd zal worden.

Vraag 2
Isabella dringt er bij de adviseur op aan dat zij een consumptieve lening aan willen gaan van € 10.500. Isabella is van mening dat de extra faciliteiten in de lift absoluut noodzakelijk zijn, vanwege de gezondheid van Herman. Zij zijn bereid om € 1.000 aan eigen spaargeld in te brengen. Wat vertelt de adviseur Isabella en Herman uitleggen over de maximale consumptieve Blijverslening?

a) Het absolute maximum van de consumptieve Blijverslening is € 9.000. Aangezien jullie maximaal € 1.000 aan eigen spaargeld in willen leggen, zullen jullie genoegen moeten nemen met de eenvoudigere lift.
b) Het absolute maximum van de consumptieve Blijverslening is € 10.000. Jullie zullen dus minimaal € 500 aan eigen middelen in moeten leggen om de gewenste lift te realiseren.
c) Het absolute maximum van de consumptieve Blijverslening is € 11.000. Het is voor jullie niet nodig om eigen spaargeld in te brengen.

Toetsterm:
2d.1 De kandidaat kan alternatieve financieringsoplossingen bepalen. De kandidaat houdt rekening met bestaande vermogensbestanddelen. De oplossing is een goed alternatief voor het financieringsdoel.

Vraag 3
Herman vraagt zich af of zij niet beter hun hypotheek kunnen verhogen. Herman geeft aan dat zij nog maar een kleine hypotheekschuld over hebben ten opzichte van de waarde van hun woning. Ook hebben zij recent de hypotheek overgesloten, waardoor zij op dit moment een lage rente betalen.  Herman vraagt zich af of de hypothecaire Blijverslening niet beter passend is. Wat is de meest juiste reactie van de adviseur?

a) Voor deze vraag kan ik u het beste doorverwijzen naar een adviseur Hypothecair Krediet. Deze kan voor u uitzoeken welke mogelijkheden u heeft om de hypothecaire lening te verhogen.
b) Op de hypothecaire lening zijn de Loan-to-Income en Loan-to-Value van toepassing. De totale financiering mag niet meer dan 80% van de WOZ-waarde bedragen. Als dit het geval is, komen jullie in aanmerking voor de hypothecaire Blijverslening.
c) In jullie persoonlijke situatie is het beter om voor de consumptieve Blijverslening te gaan. De consumptieve Blijverslening is namelijk goedkoper dan de hypothecaire Blijverslening.

Toetsterm:
4a.3 De kandidaat kan doorverwijzen naar de juiste persoon. De kandidaat onderkent tijdig tekortkomingen bij zichzelf op het gebied van deskundigheid. De kandidaat kent de grenzen van zijn kennen en kunnen en verwijst door als bepaalde vraagstukken beter beantwoord kunnen worden door collega’s of derden.

 

Banner Hoffelijk Antwoorden

Banner Hoffelijk Meer oefeningen

Eerdere examentrainingen zijn hier te vinden.

Reageer op dit artikel