nieuws

Examentraining (60): vermogen

Financiële planning 1198

Nu de nieuwe PE-periode van start is gegaan, is ook het blokken, studeren en oefenvragen maken weer begonnen. Iedereen die een Wft-beroepskwalificatie (behaald voor 1 april 2017) in stand wil houden, moet voor 1 april 2019 succesvol het relevante PE-examen afleggen. Samen met opleidingsinstituut Hoffelijk Financieel biedt am:web adviseurs opnieuw de helpende hand door tweewekelijks een volledig uitgewerkte casus aan te bieden. Daarnaast biedt Hoffelijk Financieel adviseurs gratis de mogelijkheid om extra te oefenen met nieuwe casussen en kennisvragen. Deze week een casus met vragen uit de module vermogen.

Examentraining (60): vermogen

Casus

Willem heeft in april 1999 zijn eerste eigen woning gekocht. Ter financiering van die woning heeft hij een lening afgesloten van (omgerekend) € 200.000,-. Voor de helft is er sprake van een aflossingsvrije hypotheek. Voor de andere helft heeft Willem een levenhypotheek. Bij de levenhypotheek is een kapitaalverzekering op beleggingsbasis gesloten met een looptijd van dertig jaar. Deze verzekering is verpand aan de bank. Willem heeft zijn verzekering nooit gewijzigd.

Het is 1 maart 2018. Willem heeft een nieuwe woning gekocht. Deze nieuwe woning kost € 300.000,-. Bij aankoop van de nieuwe woning heeft Willem zijn oude woning nog niet verkocht. Hij verwacht bij de verkoop geen winst of verlies te maken. Met andere woorden: de verkoopsom zal gelijk zijn aan het bedrag van de op de woning rustende eigenwoningschuld.

De financiering van de nieuwe woning is als volgt:

  • Annuïteitenhypotheek van € 200.000,-;
  • Aflossingsvrije lening van € 50.000,-;
  • Spaargeld van € 50.000,-.

De verzekering heeft op dit moment een waarde van € 60.000,-. Willem wil de verzekering te beëindigen zodra hij zijn oude woning heeft verkocht. Hij wil met de afkoopsom zijn spaargeld weer met € 50.000,- aanzuiveren. Twee maanden later verkoopt Willem alsnog zijn oude woning. De verkoopprijs van de woning is, zoals verwacht, precies voldoende om de schuld op zijn oude woning volledig af te lossen.

Vraag 1

Als Willem de kapitaalverzekering afkoopt, in welke mate kan hij de afkoopsom dan op zijn spaarrekening storten, zonder dat hij over het rentebestanddeel in de uitkering inkomstenbelasting verschuldigd is?

  1. Willem moet de afkoopsom volledig gebruiken voor de verdere aflossing van zijn eigenwoningschuld. Alleen dan is hij over de afkoopsom geen inkomstenbelasting verschuldigd.
  2. Willem heeft de aflossing van de eigenwoningschuld vanuit de verzekering voor € 50.000,- voorgeschoten. In zoverre kan hij het geld op zijn spaarrekening zetten. Van de afkoopsom moet hij nog € 10.000,- gebruiken voor de aflossing van de eigenwoningschuld.
  3. Nu de kapitaalverzekering nog geen twintig jaar loopt, kan Willem gebruikmaken van een (lage) uitkeringsvrijstelling van € 28.134,-. Over het rentebestanddeel in het meerdere is hij hoe dan ook inkomstenbelasting verschuldigd.
  4. Willem kan het volledige bedrag van de afkoopsom op zijn spaarrekening zetten. Hij is in het geheel geen inkomstenbelasting verschuldigd.

Toetsterm:
2g.2 De kandidaat kan de fiscale gevolgen van de financiële oplossing berekenen.

Vraag 2

Willem besluit zijn kapitaalverzekering niet af te kopen. Wat kan Willem zonder fiscale gevolgen niet doen met zijn kapitaalverzekering in 2018?

  1. Willem kan zijn kapitaalverzekering niet omzetten in een Spaarrekening Eigen Woning (SEW).
  2. Willem kan zijn kapitaalverzekering niet premievrij maken.
  3. Willem kan de looptijd van zijn kapitaalverzekering niet inkorten.

Toetsterm:
1m.1 De kandidaat kan de wetgeving betreffende lijfrente en kapitaaluitkering uitleggen.

Vraag 3

Stel dat Willem de kapitaalverzekering in 2010 premievrij heeft gemaakt (dit met instemming van de geldverstrekker). Als Willem de kapitaalverzekering in 2018 afkoopt, in welke mate is Willem dan belasting verschuldigd over het rentebestanddeel in de afkoopsom?

  1. Het rentebestanddeel is volledig belastingvrij.
  2. Het rentebestanddeel is volledig belast.
  3. Er geldt een uitkeringsvrijstelling van € 28.134,-. Het rentebestanddeel in het meerdere is belast.
  4. De waarde van de verzekering per premievrijmakingsdatum is vrijgesteld. De verdere waardeaangroei is belast.

Toetsterm:
2g.2 De kandidaat kan de fiscale gevolgen van de financiële oplossing berekenen.

Banner Hoffelijk Antwoorden

Banner Hoffelijk Meer oefeningen

Eerdere examentrainingen zijn hier te vinden.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.