nieuws

Kifid: ‘Verdenking betrokkenheid fraude is al gegronde reden EVR-registratie’

Financiële planning 1724

Een vrouw die er van verdacht wordt betrokken te zijn geweest bij frauduleuze overboekingen heeft ABN Amro en Rabobank aansprakelijk gesteld voor het door haar geclaimde schadebedrag van €43.188,29. De vrouw claimde dit bedrag omdat zij door de beëindiging van de bancaire relatie die de banken haar hadden opgelegd en de registratie bij het Externe Verwijzingsregister (EVR), geen werk kon vinden, geen salaris kon laten storten en ook geen uitkering kon ontvangen. Klachteninstituut Kifid oordeelt dat Rabobank op terechte gronden is overgegaan tot registratie van de persoonsgegevens van de vrouw bij het Extern Verwijzingsregister (EVR) en dat beide banken terecht de bancaire relaties hebben beëindigd.

Kifid: ‘Verdenking betrokkenheid fraude is al gegronde reden EVR-registratie’

De consument had een bankrekening bij ABN Amro waar zij op 6 juli 2010 de limiet op haar betaalpas verhoogde van € 500,00 naar € 10.000,00. Drie dagen later werd een bedrag van € 25.000,00 op haar bankrekening bijgeschreven, ten gevolge waarvan een cliënt van Rabobank gedupeerd is. Dit bedrag was afkomstig van een bankrekening van een cliënt van Rabobank en was onderdeel van in totaal vier transacties van die bankrekening.

Onderzoek verricht door Rabobank wees uit dat deze overboekingen mogelijk te maken hebben met dat een onbevoegde derde een nieuwe betaalpas en een nieuwe pincode had aangevraagd voor de bankrekening van de Benadeelde. In totaal heeft een viertal transacties plaatsgevonden, waarbij de betaalrekening als een van de tegenrekeningen bij de frauduleuze overboekingen is gebruikt. De vrouw (de claimende partij) was een van de begunstigden van de vier frauduleuze overboekingen. ABN Amro heeft hierop de bancaire relatie met de vrouw beëindigd en Rabobank heeft de gegevens van de vrouw geregistreerd in het EVR.

Miscommunicatie

Op 29 mei 2015 heeft de Rabobank consument bericht dat de registratie in het Externe Verwijzingsregister (EVR) per 26 mei 2015 is doorgehaald, omdat de bank nieuwe informatie had over de frauduleuze gebeurtenissen. Ter zitting verklaarde Rabobank dat deze nieuwe informatie was gebaseerd op de mededeling van ABN Amro aan Rabobank dat Consument slachtoffer was van de frauduleuze overboeking. ABN Amro heeft aangegeven dat dit een foutieve mededeling was, aangezien consument begunstigde was. Rabobank had de registratie echter al verwijderd op het moment dat ABN Amro haar mededeelde dat deze informatie foutief was. Op 26 november 2015 heeft de Rabobank consument bericht dat ABN Amro haar van onjuiste informatie had voorzien, maar dat zij de persoonsgegevens van consument niet opnieuw zou registreren. Hierdoor was de duur van de registratie vijf jaar in plaats van acht jaar.

Schadebedrag van € 43.188,29

Consument stelt in deze zaak dat zij door deze gebeurtenissen geen nieuwe bankrekening heeft kunnen openen, waardoor zij ook geen baan en dus geen salaris heeft verkregen gedurende een periode van vijf jaar. Zij stelt dat beide banken aansprakelijk zijn voor de door haar geclaimde schade. Consument vorderde in deze zaak een schadebedrag van € 43.188,29. Dit bedrag baseert zij op de maandelijkse bijstandsnorm ter hoogte van € 686,31 over een periode van 59 maanden (met als totaal € 40.492,29), vermeerderd met haar advocaatkosten van € 196,00 en € 2.500,00 wegens aantasting van haar goede naam alsmede psychische belasting van de registratie.

Eritrea

De vrouw stelde in deze zaak ook dat ABN Amro ten onrechte de bancaire relatie met haar heeft beëindigd en – met verwijzing naar artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW) – dat Rabobank ten onrechte haar persoonsgegevens heeft geregistreerd in het EVR. In haar verweer gaf zij aan dat zij een geldbedrag uit de opbrengst van een stuk grond van haar vader in Eritrea verwachtte en daarom de limiet van haar betaalpas had verhoogd. Doordat haar betaalpas nog vóór de verkoop van de grond werd geblokkeerd, is het geld van haar vader niet naar de betaalrekening overgeboekt.

Verweer ABN Amro

ABN Amro geeft in het verweer aan dat consument drie dagen voor de frauduleuze overboekingen de limiet van de betaalpas verhoogd van € 500,00 naar € 10.000,00. Consument verwachtte volgens de bank op korte termijn een groot bedrag te kunnen opnemen. “De bijschrijving van € 25.000,00 was afkomstig van fraude, aangezien de Benadeelde geen opdracht voor de overboekingen heeft gegeven en na de ontdekking ervan aangifte heeft gedaan bij de politie. Het feit dat er gericht naar het rekeningnummer van Consument is overgeboekt, geeft aan dat haar rekeningnummer bekend is in het criminele circuit. Door de betrokkenheid van Consument bij de frauduleuze overboekingen, heeft Bank I (ABN Amro) het vertrouwen in Consument als haar relatie verloren en heeft zij op basis van artikel 35 van de Algemene Voorwaarden de relatie met Consument opgezegd en haar betaalrekening om veiligheidsredenen opgeheven. Voortzetting van de relatie kon in alle redelijkheid niet van ABN Amro worden verwacht.”

Verweer Rabobank

Ook Rabobank gaf in het verweer aan dat “het overboeken van een geldbedrag naar een bepaalde rekening gebeurt met het doel om te beschikken over dit geldbedrag.” Rabobank meldt in deze zaak dat zij een gegronde verdenking hadden dat consument betrokken is geweest bij “gedragingen die een bedreiging vormen voor de (financiële) belangen van cliënten en/of medewerkers van Bank II (Rabobank) alsmede de continuïteit en/of integriteit van de financiële sector”. In het verweer geeft deze bank aan: “Niet ter discussie staat immers dat de betaalrekening is gebruikt als tegenrekening voor een van de frauduleuze overboekingen. Hierbij is Consument met naam en toenaam genoemd, hetgeen impliceert dat de frauduleuze overboeking niet per abuis is gedaan.”

Beslissing commissie

Kifid stelt in haar oordeel dat ABN Amro terecht de bancaire relatie op 9 juli 2010 schriftelijk heeft opgezegd onder opgave van de reden van opzegging. Volgens de commissie was ABN Amro hiertoe gerechtigd op grond van artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden, als onderdeel van de Algemene Voorwaarden. Zij stelt verder dat consument was gewezen op de mogelijkheid om een convenantrekening te openen.

Gegronde verdenking

De commissie stelt ook dat het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen, versie 27 juli 2004 (PIFI 2004) van toepassing is op de registratie van de persoonsgegevens van consument in het EVR in 2010. De commissie geeft aan dat niet met schriftelijk bewijs kan worden vastgesteld dat de frauduleuze overboekingen hebben plaatsgevonden ten behoeve van consument. Verder meldt de Geschillencommissie: “Gelet op alle omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, afgezet tegen de belangen van Consument, is de registratie in het EVR rechtvaardigen.” De commissie meldt dat er een gegronde verdenking bestaat van de betrokkenheid van consument bij de frauduleuze overboekingen en wijst haar vorderingen tegen beide banken af.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.