nieuws

ABN Amro moet executieverkoop staken vanwege ontbreken aangetekende brief

Financiële planning 1904

De rechtbank Midden-Nederland heeft in kort geding bepaald dat ABN Amro Hypotheken Groep (AAHG) de executie van drie percelen grond stopt. De hypotheekverstrekker kan niet bewijzen dat een ingebrekestelling en een opzeggingsbrief voor de geldlening van ruim 4 ton zijn ontvangen door de eigenaar van de grond.

ABN Amro moet executieverkoop staken vanwege ontbreken aangetekende brief

De eiser in het kort geding koopt in 2005 drie percelen grond en vestigt hierop een hypotheek bij Fortis ASR Hypotheekbedrijf. Die komt na meerdere fusies uiteindelijk in 2014 terecht bij ABN Amro Hypotheekgroep. Al in 2010 is er sprake van een betalingsachterstand en in 2011 komt er een betalingsregeling. AAHG laat die betalingsregeling eind 2012 vervallen en eist in april 2014 dat de grondeigenaar de achterstand van bijna € 6.000 binnen twee weken voldoet. Een maand later zegt AAHG de hypotheeklening op en eist de bank het hele openstaande bedrag van € 431.042,05 op.

Onderhandse verkoop

Half februari van dit jaar kondigt AAHG aan dat het onroerend goed executoriaal verkocht zal worden op 20 maart 2017. Uiteindelijk verkoopt AAHG de grond twaalf dagen eerder onderhands aan een derde, onder de opschortende voorwaarde van rechterlijke goedkeuring. In een kort geding eist de vrouw die de drie percelen in bezit heeft dat de lopende executie wordt gestaakt. Ook wil ze dat het verzoekschrift voor onderhandse verkoop wordt ingetrokken.

Opzegging is niet aannemelijk gemaakt

In de dinsdag gepubliceerde uitspraak van eind april bepaalt de rechter dat AAHG de executie die is gestart op 16 februari 2017 inderdaad moet staken. Als de bank daar niet aan voldoet, dreigt een dwangsom van € 300.000. Volgens de voorzieningenrechter is niet aannemelijk geworden dat de geldlening is opgezegd en daardoor ook niet dat de hele uitstaande geldlening opeisbaar is. “En dus ook niet dat AAHG op dit moment gerechtigd is ter incassering daarvan tot parate executie van het onroerend goed over te gaan.”

Geen ontvangstbewijzen

De rechter komt tot die conclusie omdat AAHG niet kan bewijzen dat de brieven van april en mei 2014 zijn verstuurd dan wel zijn ontvangen. Boven de laatste brief over de opeising van de geldlening stond weliswaar ‘aantekenen’ vermeld, maar AAHG kan geen ontvangstbewijzen laten zien. “Ook is niet gesteld of gebleken dat deze brieven (ook) per e-mail zijn verzonden. En in latere, uitvoerige correspondentie tussen partijen is nergens verwezen naar een opzegging/opeising van de geldlening”, aldus de uitspraak.

AAHG moet van de rechter bovendien binnen een week met stukken onderbouwen waarom een betaling van bijna € 4.000 van de eiser niet is afgetrokken van de schuld. Uit het debiteurenoverzicht blijkt dat dat bedrag juist bij de schuld is opgeteld, maar onduidelijk is waarom. De bank moet dit onderbouwen, omdat dit van belang is voor het bepalen van de hoogte van de restschuld.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.