nieuws

Kifid: Voorschotbank had klant moeten oversluiten naar goedkoper krediet

Financiële planning 3436

Een renteverschil van 6% voor doorlopend kredietvormen binnen dezelfde groep had de Nederlandse Voorschotbank moeten bewegen om een klant eerder over te sluiten naar de goedkopere variant. Dit oordeelt klachteninstituut Kifid in een procedure die een consument had aangespannen tegen de dochter van Crédit Agricole Group.  De voorschotbank heeft volgens de geschillencommissie de klant ook ten onrechte ‘geketend’ gehouden aan haar dure krediet door een onterechte BKR-registratie. 

Kifid: Voorschotbank had klant moeten oversluiten naar goedkoper krediet

De consument sluit in 2007 een doorlopend krediet af bij De Nederlandse Voorschotbank. In 2009 wordt het doorlopend krediet binnen Crédit Agricole Group overgesloten. In de periode 2011-2015 ziet de consument de rente over het doorlopend krediet toenemen van 8,9% naar 10,6%. De consument probeert meerdere keren om het krediet over te sluiten, maar vanwege een -onterechte- BKR-registratie lukt dat niet. Zodra de BKR-registratie is vervallen, lukt oversluiten wel. In 2015  krijgt hij voor een nieuw krediet -binnen hetzelfde concern- een rentetarief dat 5,9% lager is dan het rentetarief voor het bestaande krediet.

Verschillende risicoprofielen

De consument vindt dat hij vijf jaar lang teveel rente heeft betaald en wil dat de bank dat terugbetaalt. De kredietverstrekker voert voor het renteverschil aan dat zusterondernemingen binnen de groep verschillende risicoprofielen gebruiken. Ook was het inkomen van de consument inmiddels toegenomen en verschillen de voorwaarden van het doorlopend krediet.

Redelijkheid en billijkheid

De geschillencommissie stelt vast in haar uitspraak dat een kredietverstrekker de variabele rente voor een doorlopend krediet tussentijds mag aanpassen, voor zover dit blijft binnen de marges van redelijkheid en billijkheid. “Bij de toets of de rentestijging van 8,9% naar 10,6% redelijk en billijk is, komt de vraag aan de orde of de kredietverstrekker het forse renteverschil van bijna 6% (10,6 -/- 4,7) met feiten en naar omstandigheden kan verklaren. Evenals de Commissie van Beroep van Kifid begin 2017 (uitspraak CvB 2017-008) rekent de Geschillencommissie tot die feiten ook informatie over rentetarieven van andere kredietverleners voor vergelijkbare kredieten en risico’s in de betreffende periode. In deze zaak volstaat de Geschillencommissie met het hanteren van een ander aanknopingspunt. De Geschilllencommissie constateert dat dezelfde consument binnen hetzelfde concern op hetzelfde moment bij de ene dochtermaatschappij een rente van 4,7% kan krijgen, waar een andere dochtermaatschappij 10,6% rente rekent. Enig verschil in kredietsommen en condities leiden mogelijk tot een iets lager risicoprofiel, maar daarmee is een meer dan 100% hoger rentetarief niet afdoende verklaard. Alles afwegende vindt de Geschillencommissie een renteverschil van bijna 6% niet redelijk voor dezelfde consument bij hetzelfde concern voor een consumptief krediet met iets andere condities.”

Oversluiten ‘lege huls’

Als gevolg van miscommunicatie doet de kredietverstrekker begin 2010 -onterecht- een achterstandsmelding bij BKR. Hierdoor kan de consument gedurende vijf jaren zijn krediet niet oversluiten, zoals blijkt uit een afwijzing van een concurrerende geldverstrekker. De Geschillencommissie concludeert dat als gevolg van de onterechte BKR-registratie voor deze consument de ‘vrije keuze’ om over te stappen naar een andere kredietverlener een lege huls is geworden. De consument was in de periode 2011-2015 voor het doorlopend krediet gebonden (locked-up) aan De Nederlandse Voorschotbank.

Teveel betaalde rente vergoed

Alles afwegende concludeert de Geschillencommissie dat de kredietverstrekker niet naar redelijkheid heeft gehandeld. “De kredietverstrekker heeft in 2011 het rentetarief verhoogd, terwijl de consument het doorlopend krediet vanaf dat moment tegen een lager rentetarief had kunnen oversluiten, mits de -onterechte- BKR melding ongedaan was gemaakt”, aldus Kifid. Over de periode januari 2011 – juli 2015 heeft de consument volgens de geschillencommissie te veel rente betaald. Voor berekening van de schade gebruikt de Geschillencommissie een gemiddeld rentepercentage van 6,6%, zoals dat door de consument tijdens de klachtbehandeling naar voren is gebracht en door de kredietverstrekker niet bestreden. De Nederlandse Voorschotbank moet de teveel betaalde rente (betaalde rente -/- 6,6%) aan de consument terug betalen.

Wurgkredieten Interbank

De zaak tegen de Nederlandsche Voorschotbank is niet de eerste waarbij een kredietverstrekker bakzeil haalt bij het hanteren van hoge rentetarieven. Begin dit jaar oordeelde Kifid dat Interbank een renteverhoging op doorlopend krediet moest terugbetalen. In het conflict over ‘wurgkredieten’ bij Interbank speelde Rob Goedhart van stichting Geldbelangen ongewild een hoofdrol. De AFM oordeelde na veel vijven en zessen dat Goedhart met zijn hulp aan Interbank-gedupeerden had gefungeerd als -ongediplomeerd- bemiddelaar.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.