nieuws

Monuta pleit voor subsidie op uitvaartadvies

Financiële planning 4553

Monuta vraagt aandacht voor de negatieve gevolgen van het provisieverbod voor de uitvaartbranche. Het aantal gemeentelijke uitvaarten neemt toe en dat komt door een gebrek aan betaalbaar financieel advies, zo stelt de uitvaartverzekeraar. Volgens Monuta ligt één van de oplossingen in een subsidie op financieel advies voor mensen met een beneden modaal inkomen.

Monuta pleit voor subsidie op uitvaartadvies

Ruud van der Wal, manager Intermediaire Distributie bij Monuta, uit zijn zorgen in een blog. Hij wijst op een onderzoek van de Christelijke Hogeschool uit Ede waaruit blijkt dat in 2015 het aantal gemeentelijke uitvaarten met 15% toenam. Van der Wal ziet het niet kunnen betalen van financieel advies door minderbedeelden als verklaring voor de stijging van het aantal gemeentelijke uitvaarten.

Buffer
Hij schrijft: “Steeds vaker kunnen nabestaanden gewoonweg niet betalen voor de uitvaart. Ga maar na: een op de drie Nederlandse huishoudens heeft een financiële buffer van minder dan 2.500 euro, zo blijkt uit onderzoek van Nibud. Dat is de helft van het bedrag dat nodig is om een sobere crematie in kleine kring te kunnen betalen.”

116 euro
Een uitvaartverzekering afsluiten is in dit soort omstandigheden zeker aan te raden, schrijft Van der Wal. “Iets wat tegenwoordig makkelijk online kan. Nadeel: daarbij krijg je geen advies of deskundige begeleiding. Terwijl juist deze kwetsbare groep heel erg gebaat is bij het inwinnen van goed, onafhankelijk advies, onder andere over de onvermijdelijke uitvaartkosten. En laat dit sinds de invoering van het provisieverbod nou juist een stuk lastiger zijn geworden. Immers, niet iedereen kan eenmalig in één keer een bedrag van 116 euro – het bedrag dat een financieel adviseur gemiddeld berekent voor een uitvaartadvies – op tafel leggen.”

In zijn blog roept hij daarom gemeenten, overheid, verzekeraars en belangenorganisaties op tot gesprek om financieel advies weer betaalbaar te maken voor minderbedeelden.

Reageer op dit artikel