nieuws

Commissie rentederivaten komt met herstelkader

Financiële planning 1701

De eerder dit jaar ingestelde onafhankelijke derivatencommissie heeft een “uniform en voorschrijvend herstelkader” gepresenteerd, waarmee de zes betrokken banken een passende compensatie kunnen gaan bieden aan mkb’ers die bij hen rentederivatencontracten hebben gesloten. Rabobank en Deutsche Bank weten nog niet of ze het kader gaan omarmen; Rabobank won vorige week nog een collectieve rechtszaak van de Stichting Renteswapchadeclaim.

Commissie rentederivaten komt met herstelkader

De commissie, waarvan onder anderen DSB-curator Rutger Schimmelpenninck deel uitmaakt, is afgelopen voorjaar door Financiën in het leven geroepen op advies van de AFM. Die had in 2014 al tekortkomingen gesignaleerd in de dienstverlening op het gebied van rentederivaten voor het mkb. Die contracten bleken een kostbare zaak: de bescherming tegen rentestijgingen kostte steeds meer geld omdat de rente juist daalde. Banken hadden daar onvoldoende voor gewaarschuwd.
Het ging met name om ABN Amro, ING, SNS, Rabobank, Van Lanschot en Deutsche Bank. De daaropvolgende herbeoordeling van de contracten is niet goed uitgevoerd, zo moest de toezichthouder constateren. Daar was de AFM zelf deels debet aan, zo concludeerde een onderzoeksbureau vorige week. Nu heeft de derivatencommissie een methode opgesteld aan de hand waarvan de betrokken klanten wél op een goede compensatie kunnen rekenen. Aan dat kader hebben ABN Amro, ING, SNS Bank en Van Lanschot zich al gecommitteerd. De laatste heeft € 7 mln tot € 9 mln extra gereserveerd voor de hersteloperatie. Deutsche Bank en Rabobank moeten er nog over nadenken.

Complex en nieuw
Het herstelkader bepaalt hoe de deelnemende banken beoordelingen moeten uitvoeren en welke eventuele herstelacties moeten worden uitgevoerd om mkb’ers met rentederivatencontracten te compenseren. Met rentederivaten is op zichzelf niets mis, zo geeft de commissie aan, maar “rentederivaten waren voor mkb’ers relatief complexe en nieuwe producten die werden geïntroduceerd aan de hand van onbekende terminologie en in combinatie met bestaande producten moesten worden begrepen”. “Mkb’ers percipieerden de bank bij de aanschaf van een rentederivaat veelal als kennisautoriteit. Daarnaast waren mkb’ers niet zelden afhankelijk van de bank voor de financiering van de onderneming. Vanwege deze omstandigheden was evenwichtige en duidelijke informatie tijdens het verkoopproces vereist. In veel gevallen was deze informatievoorziening ontoereikend, onder meer als het gaat om potentiële nadelige gevolgen van een rentederivaat en de relatie tot opslagverhogingen.”

Stappen
Het herstelkader is opgezet als een stappenplan, waarbij (stap 1) volledige compensatie plaatsvindt voor zeer complexe derivaten die niet geschikt zijn voor de mkb’er en (stap 2) compensatie plaatsvindt voor zover rentederivaten niet aansluiten bij de onderliggende leningen.
De derde stap omvat een coulancevergoeding van circa 20% van de rente die de klant per saldo onder een renteswap aan de bank heeft betaald, en naar verwachting nog zal betalen, met een maximum van € 100.000. “De coulancevergoeding is aangewezen omdat het moeilijk is om na te gaan of in individuele gevallen een mkb’er ontoereikend is voorgelicht en zo ja of en hoeveel schade dan is ontstaan, mede gezien het aantal rentederivatendossiers en het belang van tijdige afwikkeling. Bij grotere bedrijven, die leningen en rentederivaten van meerdere miljoenen euro hebben, mag eerder verwacht worden dat zij zich adequaat laten voorlichten; dit rechtvaardigt een maximering van de coulancevergoeding.” Stap 4 behelst een volledige vergoeding voor onverwachte verhogingen van renteopslagen aan klanten met een financiering in combinatie met een renteswap.
De vier banken die het herstelkader hebben geaccepteerd, gaan nu op korte termijn de dossiers van mkb-klanten met rentederivaten beoordelen onder toezicht van de AFM.

Niet-ontvankelijk
Ondertussen loopt er nog een rechtszaak van de Stichting Renteswapschadeclaim, geleid door Pieter Lijesen, tegen Rabobank. De stichting wil met een collectieve rechtszaak een schadevergoeding afdwingen. Bij de rechtbank Oost-Brabant heeft Lijesen vorige week bot gevangen. Volgens de rechter is de zaak niet-ontvankelijk. De stichtingsstructuur van de claimstichting voldoet namelijk niet aan de gestelde eisen: “De macht binnen de stichting is geconcentreerd bij de directeur en waarborgen ontbreken om te voorkomen dat deze directeur zijn persoonlijke belangen op enig moment zal laten prevaleren boven de potentieel aanzienlijke belangen van de gedupeerde ondernemers. Bovendien is de stichting opgericht met als enig doel het voeren van een collectieve actie, lijkt zij te handelen vanuit commerciële motieven en heeft zij met haar andere werkzaamheden nog geen concrete resultaten bereikt voor de gedupeerde ondernemers.” De belangen van de gedupeerden zijn daarom niet voldoende gewaarborgd.
Daarnaast vindt de rechter dat de belangen van de aangesloten mkb’ers te divers zijn: “Het aantal variabelen waarmee rekening moet worden gehouden in de beoordeling van renteswapzaken maakt het onmogelijk om deze te vatten in één of meer van de door de stichting algemeen geformuleerde verklaringen voor recht, op een wijze die alle klanten waarvoor de Stichting stelt op te treden daadwerkelijk verder helpt bij het oplossen van hun geschil met Rabobank.”

Hoger beroep
Met de uitspraak lijkt het moeilijker te worden voor claimstichtingen om in collectieve rechtszaken een compensatie af te dwingen. Lijesen gaat in hoger beroep, heeft hij aan NRC laten weten: “Als de uitspraak van de rechtbank inderdaad de norm wordt, dan hebben banken en verzekeraars geen enkele last meer van gedupeerden. Individuele procedures zijn doorgaans niet betaalbaar. Alleen daarom al gaan we in hoger beroep.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.