nieuws

Invoering Europese hypothekenrichtlijn pas in de zomer

Financiële planning

Nederland gaat de deadline voor de wettelijke implementatie van de nieuwe Europese hypothekenrichtlijn niet halen. Die deadline ligt op 21 maart, maar minister Dijsselbloem (Financiën) verwacht dat de invoering zeker een kwartaal vertraging oploopt. “Wij streven ernaar om de zaak rond de zomer in het Staatblad te hebben staan”, zei hij woensdag in het Kamerdebat over de richtlijn. Dijsselbloem heeft toegezegd dat waardebepaling via een modeltaxatie ook mogelijk gemaakt zal worden.

Invoering Europese hypothekenrichtlijn pas in de zomer

De Mortgage Credit Directive moet EU-breed een goed functionerende hypothekenmarkt tot stand brengen, waarbij consumenten in elk land op dezelfde manier zijn beschermd. In het parlement bestaan nog veel vragen over de toegevoegde waarde van de richtlijn. Erik Ronnes (CDA) vindt dat harmonisatie van Europese regels er niet toe mag leiden dat specifiek Nederlandse elementen, zoals de renteaftrek en de hoge betalingsmoraal, verloren gaan. Hij wil dan ook dat de regering “zeer terughoudend” is bij de harmonisatie een heeft daartoe een motie ingediend. “Waarom toch streven naar nog meer harmonisatie? Nog meer Europese harmonisatie op dit gebied betekent bijna altijd een verslechtering van de Nederlandse praktijk van de hypotheekverstrekking.”
Dijsselbloem gaf al wel aan dat verdere harmonisatie geen voorkeur heeft: “Wij zullen in Brussel niet aandringen op een verdergaande harmonisatie laat staan op fiscale maatregelen rond hypotheeknormen of andere normen die wij in ons hypotheekbeleid hebben.”

Voorlopige aanbieding
Een van de elementen in de richtlijn is dat offertes geen voorbehoud meer mogen kennen over de kredietwaardigheid van de klant. Als de offerte is getekend, mag de overeenkomst niet meer worden aangepast in het nadeel van de klant. Onder meer bij bankenvereniging NVB bestond onduidelijkheid over het proces, waarbij het wetsvoorstel een zogeheten herroepingsrecht voor de consument introduceerde. Dijsselbloem vindt echter dat er niet zo veel verandert. “De aanbieder moet laten zien dat hij alles zorgvuldig heeft beoordeeld en de consument niet met te grote risico’s heeft opgezadeld. Dat gebeurt nu eigenlijk ook al. Nu volgt er dan op enig moment een offerte. In de periode waarin de consument nadenkt over de offerte, is ook de aanbieder, de bank, nog niet gebonden. Dat kan overigens nu nog steeds gebeuren. Het is nog steeds mogelijk, maar de term ‘offerte’ is dan waarschijnlijk niet goed. Het is een soort voorlopige aanbieding. Die mag de bank doen in dat proces. Twee dingen moeten van nu af aan in de procedure zeker worden gesteld. Het gestandaardiseerde formulier moet zijn ingevuld, zodat een consument verschillende biedingen goed kan vergelijken, en op enig moment komt er een formeel bod. Dan kan een bank niet meer terug. Dat is dan wat hij biedt. Dan heeft de consumenten twee weken bedenktijd. In de aanloop daarnaar en in de interactie tussen de bank, de adviseur en de klant kan er nog steeds een voorlopige offerte worden gemaakt.”

Taxatierapport
De richtlijn brengt met zich mee dat voorafgaand aan de offerteaanvraag een waardebepaling moet worden aangeleverd. In het wetsvoorstel staat nu dat alleen waardebepaling op basis van een taxatierapport is toegestaan. Dat jaagt huizenkopers soms onnodig op kosten, vinden naast de NVB ook de VVD, het CDA en D66. Een modelmatige taxatie zou daarom ook mogelijk moeten zijn. Dijsselbloem komt de Kamer op dat punt tegemoet: “Wij willen bij Algemene Maatregel van Bestuur het gebruik van modelmatige taxaties voor de waardebepaling van woningen regelen. Het nadeel van modelmatige taxaties is dat er gewoon met een aantal modelmatige criteria wordt gewerkt die heel weinig zeggen over de feitelijke, bijvoorbeeld technische, kwaliteit van de woning. Om die reden is die modelmatige taxatie nog niet opgenomen. Ik begrijp dat de Kamer zegt: doe het nu wel maar houd rekening met de risico’s van overkreditering. We zouden moeten uitwerken wanneer we een en ander wel toestaan en wanneer niet.”
De Vereniging Eigen Huis waarschuwde al eerder voor hogere kosten voor de consument als gevolg van de nieuwe regels.

Ongelijk speelveld
Dijsselbloem erkende, op vragen van PVV-lid Van Dijck, dat er met de nieuwe richtlijn een ongelijk speelveld ontstaat tussen Nederlandse en EU-aanbieders: “Werknemers van een buitenlandse aanbieder die vanuit een bijkantoor in Nederland hypothecair krediet aanbiedt, dienen onder dezelfde regels vakbekwaam te zijn als Nederlandse adviseurs. Voor hen geldt dus ook een diplomaplicht. Voor bemiddelaars met een Europees paspoort of aanbieders vanuit andere lidstaten zonder bijkantoor in Nederland gelden andere regels, namelijk de vakbekwaamheidseisen zoals ze zijn ingericht in die andere lidstaat. In die zin is dus nog geen sprake van een volledig gelijk speelveld.” Wel mag de AFM nadere eisen stellen aan de vakbekwaamheid van de aanbieder, zo voegde de minister toe.

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.