nieuws

Rechtbank: kosten geen wezenlijk kenmerk beleggingspolis

Financiële planning 5371

Een klant van Aegon heeft bij de rechtbank in Arnhem bot gevangen met een klacht over de informatieverstrekking bij het aangaan van beleggingsverzekeringen. De rechter oordeelt dat informatie over kosten niet tot de wezenlijke kenmerken van een beleggingsverzekering hoort; dat sluit aan bij een eerdere uitspraak over de informatie die verzekeraars hadden moeten verstrekken. Rechters lijken de informatielat voor verzekeraars in woekerpoliszaken daarmee voorlopig laag te leggen.

Rechtbank: kosten geen wezenlijk kenmerk beleggingspolis

Daarmee is een tweede rechterlijke uitspraak gedaan over beleggingspolissen na het arrest van het Europese Hof van Justitie vorig jaar in de zaak van NN tegen polishouder Van Leeuwen. In die kwestie velde het hof een oordeel dat door zowel verzekeraars als belangenbehartigers als overwinning werd begroet: de nationale regels zijn leidend en de zaak werd terugverwezen naar de Rotterdamse rechter. Die is nooit tot een uitspraak gekomen, want de zaak is later geschikt. Eerder dit jaar bepaalde de rechtbank Midden-Nederland dat ASR bij de verkoop van het ABC Spaarplan slechts ‘indirect transparant’ hoefde te zijn over de kosten. De rechtbank Gelderland volgt nu dezelfde lijn, waarmee de informatieplicht van verzekeraars opnieuw beperkt wordt uitgelegd. Kifid legt de lat in recente uitspraken juist hoger voor verzekeraars.

Meerdere verzekeringen
De eisers, van wie de vrouw tot 1996 bij Aegon werkte, hebben vanaf 1988 diverse beleggingsverzekeringen en een hypotheek gesloten bij Aegon. De eerste polis is eind jaren tachtig tot stand gekomen via een personeelsadviseur. Naar aanleiding van het AFM-rapport over beleggingsverzekeringen uit 2006 en de aandacht die consumentenprogramma Radar dat jaar besteedt aan het onderwerp, stuurt de verzekerde Aegon in 2007 een brief waarin de verzekeraar aansprakelijk wordt gesteld voor schade wegens “misleidende reclame, schendingen van mededelings- en waarschuwingsplichten, tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomst en strijd van (delen van) de overeenkomst met redelijkheid en billijkheid”. Er volgt een briefwisseling van enkele jaren, waarin de verzekerde onder meer vraagt naar berekeningen van opgebouwde waarde en afkoopwaarde en naar het in rekening brengen van kosten voor een bemiddelaar of verzekeringsadviseur, terwijl geen bemiddelaar is ingeschakeld.

Voor de rechter
In 2012 stelt de klant Aegon aansprakelijk voor schade door misleidende reclame, schendingen van mededelings- en waarschuwingsplichten, tekortkomingen in de nakoming van verzekeringsovereenkomsten en strijd van delen van de overeenkomsten met de eisen van redelijkheid en billijkheid. Voor de rechter eist de klant een vergoeding van € 80.000 en het stoppen met inhoudingen op premies voor de gesloten verzekeringen. De klant is namelijk niet op de hoogte gesteld van inhoudingen op de te betalen premie “wat des te meer klemt omdat de afslag vast is, terwijl de rendementen uit hun aard fluctueren”. “Er is bovendien geen sprake geweest van een ‘geringe’ inhouding zoals Aegon voorspiegelde, maar van een inhouding van 30-50%.”

Kosten geen wezenlijk kenmerk
De rechter verwijst in zijn uitspraak onder meer naar de uitspraak van het Europese Hof van Justitie van vorig jaar, over wat wezenlijke kenmerken zijn waarover moet worden geïnformeerd. Daarvoor grijpt de rechter terug op Europese richtlijnen voor levensverzekeringen uit de jaren negentig, waarin de te verstrekken inlichtingen worden benoemd. “Tot deze inlichtingen behoort niet informatie over de bestemming van de ontvangen premies.” Premie en verwachte eindwaarde behoren tot de wezenlijke kenmerken van een polis, de kosten en de hoogte ervan niet, zo redeneert de rechter.
Bovendien is bij het aangaan van de beleggingsverzekering duidelijk gemaakt dat aan de verzekering kosten waren verbonden. Aegon had niet hoeven melden dat bij fluctuerend rendement de kosten gelijk zouden blijven. “Kosten plegen in het algemeen slechts op te lopen en niet is gesteld of gebleken dat er in dit geval een reden was om anders te veronderstellen.” Er is niet aangetoond dat kennis van de kosten zou hebben geleid tot het niet sluiten van de verzekering, aldus de rechter.
Aegon heeft bovendien na 2008 nog voorstellen gedaan tot aanpassing van de polissen – waar de verzekerden niet op zijn ingegaan – zodat Aegon in zijn rol van aanbieder niet is tekortgeschoten, oordeelt de rechtbank, die de eisers veroordeelt in de proceskosten.

Reageer op dit artikel