nieuws

Minister Blok vindt leennormen niet ‘betuttelend’ en prijst combi LTI en LTV

Financiële planning 3852

In de Kamerbrief die de jaarlijkse actualisering van de hypothecaire leennormen begeleidt schrijft minister Blok van Wonen en Rijksdienst dat hij veel nadelen ziet in individualisering van de leennormen. Ook vindt hij de LTI-norm náást de LTV-norm nog steeds relevant.

Minister Blok vindt leennormen niet ‘betuttelend’ en prijst combi LTI en LTV

Blok reageert daarmee op het essay ‘Kopers verdienen meer’ dat door hoogleraar Peter Boelhouwer en oud-NHG-directeur Karel Schiffer is geschreven in opdracht van de Vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers. Zij pleiten daarin voor een (meer) individuele leennorm en vragen zich af hoe zinvol een Loan-to-Income (LTI) norm naast een Loan-to-Value (LTV) norm is.

Nadelen aan individualisering
Blok: “Het essay benoemt de huidige situatie waarin wordt uitgegaan van een standaardnorm als ‘betuttelend’. Aan een individualisering van de leennormen kleven naar mijn inzicht echter diverse nadelen. Een meer individuele norm gebaseerd op het eigen consumptiepatroon maakt hypotheekverstrekking complex en heeft als nadeel dat door de consument gemaakte keuzes in de uitgaven, zoals bijvoorbeeld het kopen van een auto, direct gevolgen hebben voor de leencapaciteit. Daarnaast zal de huishoudsituatie en het uitgavenpatroon van de consument in de meeste gevallen tijdens de looptijd van de hypotheek veranderen, waardoor een individuele norm sneller tot overkreditering kan leiden dan de huidige leennorm die uitgaat van gemiddelden.”

Standaardnorm zorgt voor duidelijkheid
Hij vervolgt: “De huidige systematiek heeft als voordeel dat huishoudens alle ruimte hebben om zelf hun bestedingspatroon te bepalen. Het hanteren van één standaardnorm betekent dat de consument duidelijkheid heeft over het bedrag dat kan worden geleend. Het maximale leenbedrag kan momenteel al ruim genoemd worden aangezien een maximale lening impliceert dat aanzienlijk moet worden bezuinigd op de overige uitgaven ten opzichte van wat huishoudens met hetzelfde inkomen gemiddeld uitgeven. Zoals het Nibud in zijn rapport schrijft, lenen veel huishoudens niet maximaal ten opzichte van hun inkomen, wat suggereert dat de leennormen in de huidige vorm voldoende ruimte bieden.”

LTV en LTI samen
In het genoemde essay staat ook dat LTV-normen belangrijk zijn voor het financieringsrisico en dat de Nibud-normen hier ‘nauwelijks betekenis voor hebben’. Blok: “Het is echter de combinatie van LTV- en LTI-normen die in samenhang tot prudente kredietverstrekking leidt voor zowel de woningbezitter als de kredietverstrekker. Een LTV-norm beschermt een huishouden tegen een restschuld bij een (gedwongen) verkoop van de woning. Echter, een LTV-norm heeft op zichzelf geen relatie tot de betaalbaarheid van de maandlasten en biedt geen buffer tegen rentestijgingen en eventuele inkomensdalingen. De LTI-norm borgt dat de maximale maandlasten verantwoord zijn ten opzichte van het inkomen. De LTV- en de LTI-norm samen leiden zodoende tot verantwoorde kredietverlening.”

Aanpassingen
In de Tijdelijke regeling hypothecair krediet zijn de volgende maatregelen opgenomen. Die worden per 1 januari 2017 van kracht.

  • Ten eerste wordt de financieringsruimte voor tweeverdieners verruimd. Het financieringslastpercentage wordt berekend op basis van het hoogste toetsinkomen vermeerderd met zestig procent van het lagere toetsinkomen in plaats van vijftig procent van het lagere toetsinkomen. De minister licht aan de Kamer toe: “Dit betekent niet dat het tweede inkomen maar voor de 60% meetelt voor de leencapaciteit. Het financieringslastpercentage wordt toegepast op het gehele gezamenlijke huishoudinkomen. Hierdoor ligt de leencapaciteit van een- en tweeverdieners veel dichter bij elkaar dan het percentage van 60% lijkt te suggereren. Naar verwachting zal op termijn het tweede inkomen volledig meetellen, analoog aan de afbouw van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting. Komende jaren wordt de ontwikkeling van de positie van tweeverdieners gemonitord.”
  • Het bedrag dat buiten beschouwing kan worden gelaten bij de financiering van een NulopdeMeter-woning verlaagd met € 2000 (van € 27.000 naar € 25.000).De verlaging is veroorzaakt door het lagere elektriciteitsverbruik en de lagere stroomprijs. Het voordeel van een NulopdeMeter-woning is hierdoor kleiner geworden.
  • Er is een mogelijkheid opgenomen om af te wijken van de LTV-ratio bij de financiering van noodzakelijke woningverbetering (zoals het herstellen van de fundering). Voorwaarde daarbij is dat de verhouding tussen de hoogte van het totale hypothecaire krediet en de waarde van de woning (= LTV-ratio) daalt door het treffen van de desbetreffende voorzieningen. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat deze mogelijkheid om af te wijken van de LTV-ratio uitdrukkelijk niet ziet op de financiering van een nieuwe keuken of badkamer.
  • Tot slot zijn de inkomenstabellen vervangen door de inkomenstabellen voor 2017 in overeenstemming met het advies dat is uitgebracht door het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud).

Het Nibud-adviesrapport vormt de basis voor de leennormen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.