nieuws

OvFD vindt geen gehoor voor oproep tot verbod gebruik term ‘adviseur’

Financiële planning

Minister Dijsselbloem is niet van zins om restricties op te leggen aan het gebruik van de termen ‘adviseur’ of ‘advies’ door kredietverstrekkers. De OvFD had hierom gevraagd, maar krijgt nul op het rekest.

OvFD vindt geen gehoor voor oproep tot verbod gebruik term ‘adviseur’

Op basis van de dit voorjaar ook in Nederland in te voeren Europese Richtlijn Hypotheken dacht de OvFD het voor elkaar te kunnen krijgen om kredietverstrekkers en verbonden bemiddelaars het gebruik van die termen te ontzeggen. In de richtlijn staat immers dat lidstaten dit kunnen doen. “Het zou terecht zijn om kredietgevers en verbonden bemiddelaars het gebruik van de termen ‘adviseur’ en ‘advies’ te verbieden. Deze partijen verkopen consumenten over het algemeen uitsluitend maar één product, het eigen product”, beargumenteerde de brancheorganisatie.

Maar dat ging er bij Dijsselbloem niet in. In een nota over de hypothekenrichtlijn schreef hij het volgende: “Een lidstaat die het gebruik van de termen niet verbiedt moet regels stellen aan het gebruik van ‘onafhankelijk advies’ en ‘onafhankelijk adviseurs’. Deze regels houden in Nederland in dat een voldoende groot aantal op de markt verkrijgbare kredietovereenkomsten met elkaar kunnen worden vergeleken en dat de adviseur geen vergoeding van de kredietgever ontvangt. Dit laatste punt wordt ondervangen door het in Nederland ingevoerde provisieverbod. Aan het eerste punt wordt voldaan door de artikelen 4:23 en 4:25b Wft en artikel 86f BGfo. Deze artikelen bepalen dat een financiële dienstverlener aangeeft of deze adviseert en, zo ja, of dit geschiedt op basis van een objectieve analyse en of hij een contractuele verplichting heeft voor een of meerdere aanbieders te bemiddelen. De (on)afhankelijkheid moet daarmee transparant worden gemaakt richting de klant.”

Vakbekwaamheid
De minister ging ook in op vragen van de VVD over mogelijke veranderingen die de richtlijn met zich meebrengt op het gebied van vakbekwaamheid. De richtlijn stelt daar namelijk ook eisen aan en de VVD-fractie wilde weten wat dat voor Nederland betekende. Volgens Dijsselbloem komen er in dat opzicht geen veranderingen: “In Nederland is ervoor gekozen om voor de vakbekwaamheidseisen die de richtlijn stelt aansluiting te zoeken bij het vakbekwaamheidsregime zoals dat thans in Nederland geldt. De minimale kennis- en bekwaamheidsvereisten zoals in opgenomen in bijlage III van de richtlijn zijn onderdeel van de reeds in Nederland geldende eisen met betrekking tot de vakbekwaamheid bij het aanbieden van of bemiddelen in hypothecair krediet.”

Een kleine verandering is er wel voor feitelijk leidinggevenden van personen met klantcontact. Zij moeten namelijk volgens de richtlijn ook vakbekwaam zijn, al bestaat er voor hen geen diplomaplicht. Dijsselbloem verwacht niet dat dit veel veranderingen teweegbrengt: “Feitelijk leidinggevenden zullen veelal klantcontact hebben, waardoor zij reeds aan de vakbekwaamheidseisen dienen te voldoen. Daarnaast hebben de betrokken ondernemingen al systemen ten behoeve van de vakbekwaamheid en de bedrijfsvoering moet reeds dusdanig zijn ingericht dat de vakbekwame financiële dienstverlening wordt gewaarborgd. Hierdoor wordt verwacht dat de feitelijk leidinggevenden reeds een bepaald niveau van vakbekwaamheid hebben.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.