nieuws

‘Zorg dat je beloningsbeleid op schrift staat’

Financiële planning

Door het goed vastleggen van je beloningsbeleid, kun je als tussenpersoon een hoop ellende voorkomen. Die tip gaf dr. Cees de Jong, onafhankelijk consultant en verbonden aan ACIS, mee aan zijn toehoorders tijdens het ACIS-symposium ‘Ontwikkelingen in het verzekeringsrecht’

‘Zorg dat je beloningsbeleid op schrift staat’

De Jong ging in zijn bijdrage onder meer in op het beloningsbeleid van de tussenpersoon, jurisprudentie over directe beloning en aansprakelijkheid van de opvolgende tussenpersoon. “Zorg dat het beleid hoe je medewerkers beloont op schrift staat, neem het beloningsbeleid op in het jaarverslag en plaats het op de website” gaf hij als tips mee. “De Wft-regels over beheerst beloningsbeleid schrijven dat voor.” Ten aanzien van directe beloning van de tussenpersoon ging hij vooral in op de ‘fixed fee’ variant. Uit recente jurisprudentie blijkt dat het goed vastleggen van de beloningsafspraken in een overeenkomst van opdracht een hoop ellende voorkomt in de rechtszaal.

Portefeuilleovername
Ten aanzien van de aansprakelijkheid van de opvolgende tussenpersoon is er volgens De Jong dit jaar veel jurisprudentie. Hij spreekt over twee verschillende rechtsverhoudingen, waarbij de portefeuille de kapstok is voor de aansprakelijkheid. “Strikt genomen moet het daarbij gaan om bestaande verzekeringen”, aldus De Jong. Hij concludeert dat het Wft-begrip portefeuille aan betekenis heeft ingeboet door het schrappen van de portefeuillerechten. Verder zou het Wft-begrip enkel zien op de rechtsverhouding met de verzekeraar en wordt er te weinig rekening gehouden met nu gehanteerde bedieningsconcepten. Daarnaast is er nóg een rechtsverhouding, namelijk met klanten. Deze is gebaseerd op de overeenkomst van opdracht. Portefeuille is dus een belangrijk begrip dat enerzijds duidt op de verzekeringen die door bemiddeling van de tussenpersoon tot stand zijn gekomen of die hij heeft overgenomen en anderzijds op de met klanten gesloten overeenkomsten van opdracht.

Aansprakelijkheid
Volgens De Jong moet er bij een intermediairwijziging een nieuwe overeenkomst van opdracht worden gesloten. De verzekeringnemer zal duidelijk moeten maken wat hij van zijn nieuwe verzekeringstussenpersoon verlangt. “Diens opdracht zal minimaal moeten inhouden, dat hij de verzekeringen voortaan zal beheren en in het kader daarvan nazorg zal plegen. Een bijkomende taak zou kunnen zijn dat hij nagaat of aan de naar zijn portefeuille overgeboekte verzekeringen tekortkomingen kleven.” Volgens De Jong is de nieuwe tussenpersoon bij intermediairwijziging (met uitgebreide opdracht) aansprakelijk voor fouten die zijn gemaakt door de oude tussenpersoon. Dit is ook het geval bij verkrijging onder algemene titel als gevolg van, bijvoorbeeld, vererving of juridische fusie- en overname van (de aandelen van) het bemiddelingsbedrijf. Bij overname van enkel de portefeuille is beslissend of, de nieuwe tussenpersoon na de overname verwijtbaar heeft gehandeld door niet tijdig ‘onderhoud te plegen’, waardoor een aanwezige onderverzekering niet wordt gerepareerd.

Reclame-uitingen
Ook Marc Hendrikse, bijzonder hoogleraar handelsrecht en verzekeringsrecht, kwam aan het woord. “De Van Hove-uitspraak van het Hof van Justitie EU van 23 april 2015 kan baanbrekend zijn als het gaat om complexe verzekeringsconstructies.” Het gaat om een zaak die een klant (Van Hove) indiende tegen CNP Assurances nadat hij arbeidsongeschikt raakt en de verzekeraar de aflossingen van Van Hoves lening, waarvoor hij zich verzekerd heeft, niet wel vergoeden. Draagwijdte van het beding, mechanisme van de polis of verzekerde duidelijk was hoe de polis werkt, staan centraal in deze uitspraak. Vooral ook hoe clausules in elkaar doorwerken zijn volgens Hendrikse van belang als men de uitspraak anders beschouwt.

In zijn bijdrage schetste Hendrikse dat reclame-uitingen van verzekeraars op hun website nog weleens averechts zouden kunnen uitwerken voor verzekeraars in de rechtszaal. Hij haalde daarbij onder meer de reclame van Nationale-Nederlanden, ‘Wat er ook gebeurt’, aan en de horecapolis van Nassau Verzekeringen die volgens de website een zeer ruime dekking bood. “Het is volgens mij een kleine stap om in meer algemene zin aan te nemen dat reclame-uitingen van een verzekeraar een bepaalde uitleg van een standaardvoorwaarde door een verzekerde kunnen ondersteunen.”

Beroepsaansprakelijkheid
Advocaat Pieter Leerink ging in zijn verhaal in op een aantal actualiteiten ten aanzien van beroepsaansprakelijkheid en specifiek op de persoonlijke aansprakelijkheid van advocaten als werknemer van een opdrachtnemer. Die persoonlijke aansprakelijkheid zou je dan vervolgens ook kunnen doortrekken naar juristen in dienst van rechtsbijstandverzekeraars. Leerink raadde de toehoorders aan om vooral goed naar de dekking van de beroepsaansprakelijkheid van hun werkgever te kijken. “Je doet namelijk in zo’n geval beroep op een verzekering waarbij je niet betrokken bent geweest. Je hebt geen invloed kunnen uitoefenen op de totstandkoming van de verzekering en je hebt geen invloed gehad op de verzekerde som.” Ook constateerde hij dat de uitloopdekking op een beroepsaansprakelijkheidsverzekering eigenlijk standaard naar vijf jaar zou moeten.

Vrije advocaatkeuze
De vrije advocaatkeuze bij rechtsbijstandsverzekeringen was een ander heet hangijzer dat deze middag besproken werd. Bo Holthinrichs, onderzoeker bij ACIS, ging in op het zogeheten arrest Sneller van 7 november 2013 van het Hof van Justitie van de EU. Rechtsbijstandsverzekeraars hebben na dit arrest de verzekeringsvoorwaarden aangepast. Holthinrichs bespreekt een aantal aspecten, zoals dat de verzekerde een “redelijke keuze” moet kunnen maken wat betreft zijn rechtshulpverlener en dat de “verzekerde ruim moet worden beschermd”. Een nationale rechter moet de “ondergrens bewaken”. De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Sneller, heeft verstrekkende gevolgen. Zo kan de verzekerde steeds een advocaat kiezen in gerechtelijke of administratieve procedures.

Gevolgen
De uitspraak heeft significante gevolgen voor rechtsbijstandsverzekeraars, vooral voor niet-procesmonopolie zaken. Volgens Holthinrichs roept de uitspraak nieuwe vragen op met betrekking tot het afbakeningsprobleem. “Wat is een redelijke keuze, maar ook: wat is een administratieve procedure, vanaf welk moment kan verzekerde en beroep op dit vrije advocaatkeuzerecht doen en wie is een rechtens bevoegde deskundige? Hij schetst een beeld van rechtsbijstandsverzekeraars die de grens opzoeken van de genoemde uitspraak van het Hof van Justitie. Ook staat volgens hem het primaat van de rechtsbijstandsverzekeraar als “poortwachter” ter discussie. “En wat gebeurt er als verzekerde achteraf de advocaatkosten meldt?” Vervolgens schetst hij ook nog een beeld van praktische problemen als verzekerde een “rechtensbevoegde deskundige” inschakelt, zoals een familielid, vriend of niet-jurist. “Wat voor honorarium gaan die dan vragen en wat is dan de kwaliteitsborging van rechtshulp?”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.