nieuws

Rente op ‘afloslening’ mag niet lager zijn dan op annuïtaire hypotheek

Financiële planning

Om duidelijkheid te scheppen over de fiscale aftrekbaarheid van de rente over hypotheken die volgens de richtlijnen van het nieuwe woonakkoord worden gesloten, heeft staatssecretaris Weekers (Financiën) een beleidsbesluit bekendgemaakt. Daarin is bepaald dat huizenkopers de zogeheten ‘tweede lening’, die is bedoeld om de maandlasten van de annuïteitenhypotheek te drukken, niet mogen sluiten tegen een lager rentepercentage dan voor de annuïtaire lening wordt gerekend.

Rente op ‘afloslening’ mag niet lager zijn dan op annuïtaire hypotheek

In het woonakkoord van februari is opgenomen dat starters naast de (voor fiscale renteaftrek) verplichte hypotheek met aflossing minimaal volgens een annuïtair schema, een tweede aflossingsvrije lening mogen sluiten die langzaam oploopt tot maximaal 50% van de woningwaarde. De rente over de tweede lening is niet aftrekbaar. “De Belastingdienst zou onder omstandigheden tot het oordeel kunnen komen dat de twee leningen in feite één geheel vormen. In dat geval zou onder meer niet worden voldaan aan het wettelijke vereiste dat de lening in 30 jaar volledig wordt afgelost.”
Om duidelijkheid te scheppen, is in het beleidsbesluit omschreven aan welke voorwaarden de leningen moeten voldoen:
– de rente voor de annuïtaire lening, de opnamen uit de tweede lening en de rente voor die tweede lening mogen niet worden gesaldeerd;
– de rente op de eerste schuld is marktconform en ziet niet op andere rechten of verplichtingen dan de terbeschikkingstelling van de hoofdsom van deze eerste schuld;
– het rentepercentage op de tweede schuld is niet lager dan het rentepercentage op de eerste schuld.
“De laatste voorwaarde voorkomt dat de tweede lening wordt gebruikt voor constructies waarbij het rentepercentage op de annuïtaire lening wordt opgepompt, waardoor het rentepercentage op de tweede lening wordt verlaagd”, aldus minister Blok (Wonen) in een toelichting. “Weliswaar wordt dan over het samenstel een marktconforme rente gerekend, maar is zodanig met de percentages gespeeld dat het maximaliseren van het fiscale voordeel voorop stond.”
Wordt aan de drie genoemde voorwaarden voldaan, dan zal de Belastingdienst de schulden als afzonderlijk behandelen. “Anders bestaat daarover niet op voorhand zekerheid “, aldus Weekers.
 

Reageer op dit artikel