nieuws

Blok verwacht veel heil van hervorming woningmarkt

Financiële planning

De groeiende berg aan vaak aflossingsvrije hypotheekschuld is vanaf medio jaren 90 niet onopgemerkt gebleven in politiek Den Haag. Ondanks die constatering is minister Blok (Wonen) verheugd over de “historische hervorming” van de woningmarkt die het huidige kabinet heeft bereikt. Dit schrijft Blok in antwoord op verzoeken om informatie van de Tijdelijke Commissie Huizenprijzen.

Blok verwacht veel heil van hervorming woningmarkt

De commissie stuurde eind januari twee hoofdvragen aan de minsters van Wonen en Financiën. Waren de overheid en toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) sinds 1990 afdoende gewaarschuwd voor de veranderende aard en omvang van de hypotheekschuld en hoe hebben beide partijen daarop gereageerd? En, welke rol heeft de overheid gespeeld bij de totstandkoming van het aanbod op de woningmarkt?
In zijn antwoord verwijst Blok naar een rapport van DNB uit 1999 over het bancaire hypotheekbedrijf, dat verscheen naar aanleiding van de zeer sterke stijging van de huizenprijzen in tweede helft van de jaren 90. Toch was dit geen beletsel voor het toenmalige kabinet om de eigen woning bij de behandeling van de Wet IB 2001 in box 1 te plaatsen en daarmee de hypotheekrenteaftrek te handhaven. “Dit onderdeel van het wetsvoorstel kon blijkens het verslag inde Kamer vrijwel direct op de steun van vier partijen rekenen die tezamen 126 zetels hadden”, constateert Blok fijntjes.
De aandacht voor de hypotheekschulden is volgens de minister sindsdien wel toegenomen. Hij wijst op het ontstaan van de Bijleenregeling (2004),  de nieuwe Gedragscode Hypothecaire Financieringen (GHF) en de verlaging van de overdrachtsbelasting (2012). “Met het Begrotingsakkoord en  Regeerakkoord is een historische hervorming van de woningmarkt bereikt”, aldus Blok. “Als gevolg wordt de annuïtaire hypotheekvorm naar verwachting weer het standaardproduct, net als dat het geval was voordat in de jaren negentig de financiële constructies werden geïntroduceerd die gericht waren op maximering van het fiscale voordeel.”
Ten aanzien van het aanbod op de woningmarkt verwijst Blok naar de tweejaarlijkse bevolking- en huishoudensprognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek die een doorvertaling kent naar de regio’s. Blok: “Er verstrijkt veel tijd tussen de het opstellen van prognoses, het maken van woningbouwafspraken op basis van de prognose en de realisatie daarvan. In de tussengelegen periode vinden er doorgaans veel ontwikkelingen plaats die niet van te voren waren voorzien, (…) dit kan leiden tot aanpassing van gemaakte afspraken. De uiteindelijke afspraken (…) zijn tot stand gekomen na een uitvoerige dialoog met andere overheden. Zowel provincies als gemeenten hebben de beschikking over eigen woningbehoefteprognoses.”
 

Reageer op dit artikel