nieuws

Hypotheekadviseur draait op voor schade door onvolledige informatieverstrekking

Financiële planning

Door gebrekkige voorlichting over de risico’s van een beleggersrekening moet een hypotheekadviseur een kleine € 8.500 betalen aan een klant die hij in 1998 een hypotheek heeft geadviseerd, zo oordeelt de Commissie van Beroep van Kifid.

Hypotheekadviseur draait op voor schade door onvolledige informatieverstrekking

Bij de hypotheek werd onder meer een Royal-beleggersrekening geopend, waarop de overwaarde van ruim € 77.000 uit de verkoop van de vorige woning zou worden gestort. Hiervan zou maandelijks € 163 worden uitgekeerd om de maandelijkse hypotheeklasten te drukken.  In augustus is die maandelijkse uitkering echter stopgezet en eind 2005 is de hypotheek overgesloten.
De klaagster vordert € 49.000 van de adviseur, omdat gedurende 25 jaar maandelijks € 163 zou worden uitgekeerd. Zij verkeerde in de veronderstelling dat het bedrag op de beleggingsrekening genoeg zou zijn voor die periodieke uitkeringen, het betalen van de premie voor de hypotheekverzekering én een aanvullend gesloten pensioenplan. Omdat de rekening echter een verpandingsgrens van € 45.378 kende, is de maandelijkse uitkering gestopt toen die grens werd bereikt. Over dat risico heeft de adviseur haar onvoldoende geïnformeerd, aldus de klaagster.
Geschillencommissie
De geschillencommissie wijst de klacht in eerste instantie toe. De adviseur heeft weliswaar voldoende geïnformeerd over de risico’s van de gekozen hypotheekvariant en het bestaan van veiliger alternatieven, maar  “uit het beschikbare documentatiemateriaal valt niet af te leiden dat de maandelijkse uitkeringen van € 163 op enig moment zouden kunnen worden stopgezet; hierop had de hypotheekadviseur belanghebbende expliciet moeten wijzen”. De geschillencommissie adviseert een schadevergoeding van € 8.476: de misgelopen maandelijkse uitkeringen tot het moment van oversluiten.
Suggestie
De beroepscommissie bevestigt dat oordeel: uit de verstrekte informatie wordt onvoldoende duidelijk dat het bereiken van de verpandingsgrens zou leiden tot stopzetten van de uitkeringen. “Voorts acht de Beroepscommissie van belang dat de offerte […] vermeldt dat er gedurende de jaren 1 tot en met 28 periodiek een aantal onttrekkingen van de beleggersrekening zullen plaatsvinden,  te weten de premies voor de hypotheekverzekering en het pensioenplan en de maandelijkse uitkering van € 163. Dit wekt op zijn minst de suggestie dat deze laatste onttrekking niet zou worden stopgezet bij het bereiken van de verpandingsgrens. In dit verband is ook relevant dat in het financieel overzicht deze uitkering gedurende 20 jaar is verdisconteerd, ook nadat (volgens de geprognotiseerde cijfers) de waarde van de beleggersrekening onder de verpandingsgrens was gezakt.”
De adviseur werpt nog tegen dat de klant zelf heeft gekozen voor beleggen en niet voor een garantiefonds. “Deze grief faalt omdat de klacht van belanghebbende niet ziet op haar keuze voor een beleggingsfonds, maar op de gebrekkige voorlichting over het risico dat de maandelijkse uitkeringen zouden stoppen als gevolg van het bereiken van de verpandingsgrens.”
 

Reageer op dit artikel