blog

De gemiddelde Nederlander bestaat niet: GHF moet op de schop

Financiële planning

Onder aanvoering van het Nibud gaan geldverstrekkers uit van de ‘gemiddelde Nederlander’ en voeren ze verregaande standaardisering door. Hierdoor worden steeds meer groepen woningzoekenden uitgesloten bij de aanvraag van een hypotheek. Onterecht vind ik, omdat een financiering ook verantwoord kan zijn als er niet strikt van de huidige normen wordt uitgegaan. Daarom is het tijd om de Gedragscode Hypothecaire Financieringen (GHF), en Tijdelijke regeling Hypothecair Krediet te herzien.

De gemiddelde Nederlander bestaat niet: GHF moet op de schop

Geldverstrekkers houden zich in de praktijk star vast aan de richtlijnen die in de regelingen beschreven worden en zijn niet of nauwelijks bereid de ruimte die er is te gebruiken om uitzonderingen te maken. Het hebben van een vast dienstverband is nog steeds de norm. Maar dat zegt niets over iemands vooruitzichten op werk en inkomen. Er wordt niet naar de individuele, financiële situatie van een aanvrager gekeken, terwijl deze vaak veel meer duidelijkheid geeft over hoe iemand er daadwerkelijk voor staat.

Wie niet?
Geldverstrekkers kijken naar inkomen en theoretische maandlasten, niet naar de persoonlijke omstandigheden of financieel gedrag. Een betalingsverleden met hogere maandlasten wordt bijvoorbeeld buiten beschouwing gelaten. Pas je niet in de standaard, dan val je af. Inmiddels is huren geen gelijkwaardig alternatief meer. Om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning gelden inkomenseisen en bestaan wachtlijsten. De huren in de vrije huursector zijn hoger dan de hypotheeklasten van een vergelijkbare woning en het aanbod van woonruimte neemt af.

Getroffen groepen
De groepen die getroffen worden zijn bijvoorbeeld de net afgestudeerde twintigers met een startersinkomen en een studieschuld. Flexwerkers, voor wie de kans op werkloosheid minimaal is, dankzij voldoende werkaanbod in de sector. Ondernemers die zelf door een minder jaar geen huis kunnen kopen, maar wiens werknemers wél een hypotheek kunnen afsluiten. De groep met een lager inkomen voor wie de leencapaciteit fors is teruggeschroefd en die relatief hard getroffen wordt door de eis om meer eigen geld in te brengen. Pensioengerechtigden die steeds minder gebruik kunnen maken van hun overwaarde en waarvan het werkinkomen standaard buiten beschouwing worden gelaten waardoor noodzakelijke aanpassingen aan de woning of kleiner wonen niet haalbaar blijkt. Startende zzp’ers die te maken krijgen met een afslag op hun inkomen en die meer eigen geld moeten inbrengen dan iemand in loondienst.

Betaalbaar wonen als uitgangspunt
Geldverstrekkers, zeker de systeembanken, en NHG moeten hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en uitzonderingssituaties realistisch en op een andere manier beoordelen. Zo zorg je er voor dat de Gedragscode beter aansluit op de wensen vanuit de consument en voorkom je dat er onnodig veel mensen worden uitgesloten van de woningmarkt. In ieder geval moeten acceptatieregels en de toetsingsmethodiek kritisch tegen het licht worden gehouden. Nibud kan hierbij prima als richtlijn dienen, maar er moet ook ruimte zijn voor andere, nieuwe situaties. Het uitgangspunt moet de wens om betaalbaar te wonen zijn.

Misschien is het moment gekomen om in plaats van uit te gaan van één standaard Nederlander er meerdere te beschrijven?