nieuws

Kifid: ‘Alleen vermoeden van fraude onvoldoende voor registratie in incidentenregister’ 

Branche 861

Nationale-Nederlanden moet de naam van een consument schrappen uit het eigen incidentenregister en het daaraan gekoppelde externe verwijzingsregister schrappen. Dat heeft de geschillencommissie van Kifd besloten in een zaak die de consument had aangespannen. Volgens de geschillencommissie is alleen een vermoeden van fraude onvoldoende voor opname in deze registers.

Kifid: ‘Alleen vermoeden van fraude onvoldoende voor registratie in incidentenregister’ 

Wanneer de consument in 2015 zijn papieren opruimt, komt hij het polisblad van zijn Ongevallenverzekering tegen. In een brief aan de verzekeraar vraagt hij zich af of eerder opgelopen knieletsel onder de dekking van deze verzekering valt. De verzekeraar wijst het verzoek van de consument af, omdat geen sprake is van een ongeval zoals in de verzekeringsvoorwaarden omschreven. Bovendien vindt de melding ruim vijf jaar na het voorval plaats; het recht op uitkering vervalt bij een melding later dan twee jaar na het ongeval.

Niet naar waarheid

Eind 2015 maakt de consument bij de verzekeraar tevergeefs bezwaar tegen de afwijzing. Eind 2016 meldt de consument opnieuw een ongeval en verwijst daarbij naar zijn eerdere bezwaar van eind 2015. Op basis van een onderzoek naar de schademeldingen concludeert de verzekeraar dat de consument hem opzettelijk niet naar waarheid heeft geïnformeerd. De verzekeraar heeft daarom de persoonsgegevens van de consument geregistreerd in de interne registers van de verzekeraar. De Gebeurtenissenadministratie en het daaraan gekoppelde Intern verwijzingsregister zijn bedoeld om de eigen organisatie opmerkzaam te maken op deze consument.

Andere verzekeraars waarschuwen

Daarnaast heeft de verzekeraar de gegevens opgenomen in het Incidentenregister en het daaraan gekoppelde Extern Verwijzingsregister om ook andere verzekeraars voor deze consument te waarschuwen. De verzekeraar heeft de onderzoekskosten bij de consument in rekening gebracht.

Redelijk vermoeden

De consument legt zijn klacht voor aan Kifid. Hij wil dat de registratie van zijn persoonsgegevens wordt doorgehaald en dat de verzekeraar de kosten voor het fraudeonderzoek aan hem terugbetaalt. De geschillencommissie wijst er bij de beoordeling op dat het uitgangspunt bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de registratie is of de verzekeraar zich heeft gehouden aan de privacywetgeving en wanneer het om registraties met externe werking gaat aan het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen van 23 oktober 2013.

Verstrekkende gevolgen

“Omdat registratie in het Extern Verwijzingsregister verstrekkende gevolgen kan hebben voor de consument, worden hieraan hoge eisen gesteld”, aldus de commissie. “De te verwerken gegevens zijn strafrechtelijk van aard en dit brengt mee dat deze gegevens in voldoende mate moeten vaststaan. Het moet gaan om zodanige concrete feiten en omstandigheden dat zij een als strafbaar feit te kwalificeren bewezenverklaring kunnen dragen; de enkele verdenking van betrokkenheid bij een strafbaar feit in de zin van een redelijk vermoeden van schuld is niet voldoende.”

Ongelukkige manier

De commissie geeft in haar uitspraak aan dat de consument wellicht op een ongelukkige manier heeft geprobeerd aandacht te krijgen voor zijn knieletsel, maar dat van opzet tot misleiding geen sprake is. “De feiten en omstandigheden in deze zaak leveren geen zwaardere verdenking van fraude op dan een redelijk vermoeden van schuld. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarden voor registratie in het Extern Verwijzingsregister. En ook registratie in het Incidentenregister is daarom niet langer gerechtvaardigd. Het doel van een registratie in het Incidentenregister is namelijk onder meer het onderkennen, voorkomen, onderzoeken en bestrijden van strafbare gedragingen.”

Uitspraak Hof Den Haag

De Geschillencommissie verwijst daarbij naar een recente uitspraak van het Hof Den Haag van 10 april 2018. De verzekeraar moet de registratie van de persoonsgegevens van deze consument in het Incidentenregister en het daaraan gekoppelde Extern Verwijzingsregister ongedaan maken.

Feiten en omstandigheden

Wel mag NN de registratie in het intern verwijzingsregister handhaven. “De Geschillencommissie oordeelt dat gezien de feiten en omstandigheden in deze zaak de registraties in de Gebeurtenissenadministratie en in het Intern Verwijzingsregister gerechtvaardigd zijn. De verzekeraar mag deze registraties daarom handhaven.”

Onderzoekskosten terugbetalen

Omdat niet is vastgesteld dat er sprake is van opzettelijke misleiding door de consument, heeft de verzekeraar ten onrechte de kosten voor het fraudeonderzoek op de consument verhaald. De verzekeraar moet de door de consument betaalde onderzoekskosten terugbetalen.

Reageer op dit artikel