nieuws

DNB zat met dwangsom aan verzekeraar op Bonaire in vaarwater Curaçaose toezichthouder

Branche 978

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft in 2016 ten onrechte een last opgelegd aan een Curaçaose levens- en schadeverzekeraar die met een bijkantoor actief is op Bonaire. De rechtbank op de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) draaide een onderdeel van de dwangsom van € 150.000 terug. Aan buitenlandse financiële instellingen kan geen dwangsom worden opgelegd als die verplichtingen met zich meebrengt waar een toezichthouder in het zetelland op moet toezien.

DNB zat met dwangsom aan verzekeraar op Bonaire in vaarwater Curaçaose toezichthouder

De verzekeraar uit Curaçao waar het om gaat, heeft een bijkantoor op Bonaire. Curaçao is een land in het Koninkrijk der Nederlanden, Bonaire een bijzondere gemeente. Eind 2016 legde DNB twee dwangsommen op aan de levens- en schadeverzekeraar. Volgens de toezichthouder waren er solvabiliteitsproblemen die noodzaakten tot ingrijpen. Kern van die problemen was dat het grootste deel van de activa op de balansen van twee dochterondernemingen bestond uit leningen en rekening-courantverhoudingen binnen de groep. Daarmee zou een onacceptabel hoog risico zijn gemoeid.

Solvabiliteitstekorten herstellen

Een van de eisen van DNB bestond eruit dat de bedrijven binnen een halfjaar de rekening-courantposities weer op nul brachten. Ook moesten solvabiliteitstekorten worden hersteld. De verzekeraar tekende bezwaar aan. Dat werd door DNB ongegrond verklaard, waarna de zaak voorkwam bij het Gerecht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Dat oordeelt dat DNB bevoegd is handhavend op te treden jegens in het buitenland gevestigde financiële ondernemingen die regels van de Wet financiële markten voor de BES-eilanden overtreden. De toezichthouder mag ook dwangsommen opleggen en invorderen zolang dat niet valt aan te merken als onderzoeksbevoegdheden in het buitenland.

Ingrijpen in bedrijfsvoering op Curaçao

Zo’n dwangsom mag volgens de rechter niet leiden tot verplichtingen die strekken tot handelingen in het zettelland, waar de nationale toezichthouder in dat land (in dit geval Curaçao) op moet toezien. En dat is hier het geval, aldus de rechter. De lastonderdelen verplichten de verzekeraar tot handelingen “die diep ingrijpen in hun bedrijfsvoering in Curaçao en in overwegende mate de belangen van hun polishouders daar raken”. Op de solvabiliteit van het bedrijf moet de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) toezichthouden. DNB was daartoe niet bevoegd, concludeert de rechter.

Twee andere lastonderdelen van de dwangsom – leningen op marktwaarde waarderen en een plan opstellen om zekerheid te bieden aan polishouders op de BES-eilanden – blijven overeind. Daartoe was de Nederlandse toezichthouder volgens de rechtbank wel bevoegd. Voor die onderdelen dat DNB kwam niet in het vaarwater van de Curaçaose collega’s.

Reageer op dit artikel