nieuws

Rechter: ‘Bank kan geen pandrecht vestigen op assurantieportefeuille’

Branche 5060

ING kan fluiten naar de portefeuille van een assurantiekantoor waaraan het een krediet had verstrekt. Na het faillissement van het kantoor meende de bank pandrechten te hebben op de verzekeringsportefeuille. De curator dacht daar echter anders over en met hem de rechtbank Gelderland. Volgens de rechter kan een bank helemaal geen pandrecht vestigen op assurantieportefeuilles.

Rechter: ‘Bank kan geen pandrecht vestigen op assurantieportefeuille’

ING verstrekt in juni 2007 een krediet van € 20.000 aan een assurantiekantoor dat al een krediet van € 5.000 had lopen. De overeenkomst geldt ook als pandakte. Alle huidige en toekomstige bedrijfsactiva worden verpand. Zes jaar later gaat het kantoor failliet. ING laat de curator weten een vordering te hebben van € 25.000 te vermeerderen met rente en kosten.

Niet vatbaar voor verpanding

De curator weet de assurantie- en hypotheekportefeuille plus de daaraan gekoppelde goodwill voor € 80.000 te verkopen. ING beweert pandrecht te hebben op de assurantieportefeuille, maar de curator zegt dat dergelijke portefeuilles niet vatbaar zijn voor verpanding. Daarop stapt ING naar de rechter. Volgens de bank heeft de curator onrechtmatig gehandeld door bij de verkoop van de portefeuille het pandrecht niet te respecteren. ING eist een deel van de opbrengst ervan op.

De rechtbank Gelderland geeft de curator gelijk: het is niet mogelijk een pandrecht te vestigen op een assurantieportefeuille. Volgens de rechter kan pandrecht gevestigd worden op zaken of vermogensrechten die kunnen worden overgedragen. Een assurantieportefeuille is geen zaak. “Resteert de vraag of een assurantieportefeuille als vermogensrecht kan worden aangemerkt. Dat ligt ingewikkeld”, stelt de rechter.

Waardevolste bezit

De losse bouwstenen, de afzonderlijke overeenkomsten, vindt de rechter geen vermogensrecht. Maar volgens ING moet het geheel van deze overeenkomsten wel als overdraagbaar vermogensrecht worden aangemerkt. De portefeuille als geheel is op geld waardeerbaar en in dit geval ook als geheel verkocht. Volgens de bank is de portefeuille doorgaans het waardevolste bezit in het bedrijfsvermogen van een tussenpersoon. De portefeuille is daarmee van groot belang voor de kredietwaardigheid.

Negatieve weerslag

ING stelt dat “het in de bancaire praktijk gebruikelijk is om krediet te verstrekken en daarbij pandrecht te vestigen op de assurantieportefeuille”. “De juridische mogelijkheden behoren bij deze praktijk aan te sluiten, anders zouden grote aantallen verstrekte kredieten ongesecureerd blijken te zijn, hetgeen een negatieve weerslag zou hebben op de mogelijkheden voor assurantietussenpersonen om krediet aan te vragen en daarmee om te ondernemen.”

Ander begrip

ING verwijst naar een bepaling in de Wft waarin staat dat een verzekeraar moet meewerken als een tussenpersoon zijn portefeuille aan een collega wil overdragen. Maar volgens de rechter gaat het in dit verband om een ander begrip ‘portefeuille’. In plaats van de verhouding met één verzekeraar, gaat het in de ING-zaak om “het samenstel van overeenkomsten, waaronder de samenwerkingsovereenkomsten die de assurantietussenpersoon heeft gesloten met de verzekeraars in zijn netwerk”. In de door ING aangehaalde Wft-bepaling is geen goederenrechtelijk overdracht van assurantieportefeuilles in het algemeen geregeld, aldus de rechter.

Overdraagbaarheid

“Nu ook in geen andere wettelijke regeling de overdracht van assurantieportefeuilles is geregeld, moet worden aangenomen dat op een assurantieportefeuille als zodanig geen pandrecht kan worden gevestigd”, concludeert de rechtbank. Volgens de rechter is overdraagbaarheid namelijk een essentiële voorwaarde om een pandrecht te kunnen vestigen.

Dat betekent overigens niet, voegt hij eraan toe, dat een assurantieportefeuille in het economisch verkeer geen waarde heeft. “Men kan bij overeenkomst ‘een assurantieportefeuille’ verkopen, op voorwaarde dat partijen het erover eens zijn wat onder die term moet worden verstaan. Daarbij kan goodwill in de overnameprijs worden verdisconteerd. Deze algemeenheid van goederen is echter geen goederenrechtelijke eenheid.”

Principiële vraag

De vorderingsrechten met het oog op de betalingen van provisie en bemiddelingsvergoedingen zijn volgens het vonnis wel goederenrechtelijk overdraagpaar. Daarop kan dus pandrecht worden gevestigd. Dat is in deze zaak echter niet van belang, omdat ING zicht richtte op de principiële vraag of een complete assurantieportefeuille vatbaar is voor verpanding. De bank wordt veroordeeld tot de proceskosten van de curator.

Reageer op dit artikel