nieuws

Jan Paternotte (D66): ‘Consument moet bij Kifid binnen 2 maanden weten waar hij aan toe is’

Branche 1097

Nadat partijgenoot Wouter Koolmees benoemd werd tot minister, kwam er voor D66’er Jan Paternotte een plaatsje vrij in de vaste Kamercommissie voor Financiën. Daarin buigt hij zich over onder andere cryptomunten, rentederivaten en de slagkracht van klachteninstituut Kifid. “Ik vind het belangrijk dat Nederland niet opschuift naar een Angelsaksische cultuur waarin we alles juridiseren.”

Jan Paternotte (D66): ‘Consument moet bij Kifid binnen 2 maanden weten waar hij aan toe is’

Behalve in de commissie voor Financiën zit Jan Paternotte in de Kamercommissie voor Economische Zaken. “Heel handig die combinatie, als het bijvoorbeeld over rentederivaten gaat, heb ik de hele keten in beeld, van het mkb tot de banken.”

Kunt u dat rentederivatendossier bijna achter u laten?
“Dat is nog maar de vraag. Banken hebben nog maar heel weinig bedragen uitgekeerd aan de 20.000 mkb’ers die hiermee worstelen. Dat is niet goed voor het voor het vertrouwen in de financiële sector. Ik geloof overigens niet dat banken het proces bewust traineren. Ik ben langs geweest in de derivatenfabriek van Rabobank. Daar zitten 400 man dossiers bij elkaar te vegen. Echt monnikenwerk. Dat neemt niet weg dat banken een product hebben aangesmeerd dat nooit bedacht had mogen worden. Dat moet je zo snel mogelijk achter je laten. Daarom wil ik maximale druk op de ketel houden voor een snelle afhandeling.”

Heeft u er vertrouwen in dat dergelijke dossiers, zoals ook de woekerpolissen, met de huidige regelgeving niet meer zullen opduiken?
“Wet- en regelgeving zijn strenger, maar we hebben geen garanties. In de VS worden regels al weer soepeler en dat ING het salaris van Ralph Hamers wilde verhogen vind ik echt verkeerd. Zo is het 11 jaar geleden ook misgegaan. Maar ik heb wel vertrouwen dat banken meer zelfkritisch vermogen hebben. Ze voelen bovendien de pijn van het opruimen. Het geld dat Rabobank aan die 400 man in die derivatenfabriek betaalt, kan niet aan iets anders worden besteed.”

Welke dossiers behandelt u de komende tijd met extra belangstelling?
“Mijn bijzondere aandacht gaat nu naar de opkomst van cryptogeld. Dat kan heel disruptief zijn. Japan heeft al een effectenbeurs ingericht voor cryptomunten. China doet het omgekeerde met een verbod. We staan nog echt aan het begin van deze ontwikkeling, maar ik vind dat we in Nederland deze innovatie de ruimte moeten geven. Er zijn al mensen die energie delen en afrekenen met cryptogeld. Het zou mooi zijn om met blockchain voorop te lopen. Tegelijkertijd moeten we naar de veiligheid kijken. Nu zijn cryptomunten vaak nog een online casino, er wordt gegokt op koersstijgingen en -dalingen. En als er sprake is van oplichting, moeten we dat aanpakken.”

Hoe blijft u op de hoogte van wat er speelt in de branche?
“Ik lees het FD en de vakpers en heb verschillende gesprekken gevoerd met belangenorganisaties. Mijn portefeuille is heel breed: van luchtvaart tot verzekeraars en van integratie tot banken. Ik spreek uiteraard verzekeraars, maar ik kom daar niet wekelijks.”

U diende een motie in voor een onderzoek naar een marktbrede vergelijking als uitgangspunt voor onafhankelijk advies. Waarom vindt u dat zo belangrijk?
“Idealiter doet de adviseur een voorstel dat in het belang is van de klant. Als hij een marktbrede vergelijking moet doen, neemt hij alle aanbieders mee. Misschien betekent een verplichting van 100% dat de adviseur zijn werk niet meer kan doen, maar we moeten wel die richting op. Als je maar 50% van de aanbieders vergelijkt en dat is net de duurste 50%, maakt dat behoorlijk verschil voor de consument.”

Hoe kijkt u aan tegen de evaluatie van het provisieverbod?
“Die laat zien dat het verbod op zich werkt. Ik ben tegen het oprekken van het verbod voor schadeverzekeringen, maar transparantie is wel nodig. De consument heeft er recht op te weten waarin de prijsverschillen tussen verzekeringen zitten. De coalitiepartijen hebben hier ook om gevraagd.”

De minister wil dit nog nader onderzoeken, maar als ik u zo hoor gaat actieve transparantie er gewoon komen.
“Tenzij de minister met heel goede argumenten komt, maar wat ons betreft gaat het daar wel heen.”

Eerder stelde u Kamervragen over de achterstanden bij Kifid. De minister zegde toen meer secretarissen toe. Waarom vroeg u hier aandacht voor?
“Het is belangrijk dat er een instantie is waar mensen terecht kunnen met hun klachten. Maar zo’n instrument werkt niet als het zo lang duurt dat mensen gaan denken dat ze beter naar de rechter hadden kunnen stappen. Ik vind het belangrijk dat Nederland niet opschuift naar een Angelsaksische cultuur waarin we alles juridiseren. De drempel om naar een rechter te stappen is voor de meeste mensen te hoog.”

Is het belangrijk dat de branche dit zelf regelt?
“Ja, ik geloof echt dat zelfregulering een nuttige rol kan spelen. Iemand kan altijd nog naar de rechter stappen, maar het mooist zou zijn als dat niet nodig is. Daarom ben ik erg blij dat er extra secretarissen bij Kifid komen, al schetste minister Hoekstra wel een wat positiever beeld dan ik had. Ik ga over een halfjaar nog eens vragen of de doorlooptijden zijn verbeterd.”

Wat zou een goede doorlooptijd zijn voor klachten?
“Ik vind dat een klacht gemiddeld binnen een maand in behandeling moet zijn genomen. En binnen twee maanden moet een consument weten waar hij aan toe is. Er mag dus nog flink wat snelheid gewonnen worden.”

Reageer op dit artikel